Mischa Spel

1. Les Huguenots. De zelden opgevoerde Meyerbeer bij De Munt in Brussel bewees hoe beeldend en meeslepend ‘grand opera’ kan zijn. Spectaculair, onvergetelijk.

2. De Nederlandse Opera had ook een topjaar. Samen op twee: Der Rosenkavalier van Strauss door het Rotterdams Philharmonisch met Rattle en Tsjaikovski’s Jevgeny Onjegin door het KCO onder Jansons: kippenvellerig subtiel én pompend folkloristisch.

3. Des Knaben Wunderhorn door Thomas Hampson met solisten uit de Wiener Philharmoniker is een blijvertje in de cd-kast aan het einde van het Mahlerjaar. Elk lied een aangrijpende miniatuur.

4. Iván Fischer. Geen lijstje zonder hem. Zijn Boléro bij het Concertgebouworkest was messcherp en sensueel. Om naar uit te kijken: Parsifal deze zomer.

5. Marc Albrecht, nieuwe chef van NedPhO en Opera, bracht topuitvoeringen van Bruckner (3) en Mahler (6). Eigen visies, strakke hand.