Lhasa? Lhasa!

In de jaren tachtig, toen China werd hervormd en opengesteld, was Lhasa doorgaans de plek waar de Tibetaanse elite wilde zijn. Ik heb heel veel jonge Tibetanen gezien die na hun afstuderen in Beijing, Shanghai of andere grote steden konden blijven, maar toch liever wilden wonen en werken in Lhasa, destijds ver van het bruisende leven.

Als een magneet trok Lhasa in die tijd Tibetanen uit alle windstreken aan. Zakenmensen uit Amdo en Kham kwamen er in groten getale naartoe om handel te drijven, monniken kwamen er op pelgrimstocht, of om er, volgens de traditie, te studeren in de drie grote kloosters. Net als vroeger zagen Tibetanen uit alle windstreken de stad toen weer als het centrum van hun land, ze kochten huizen in Lhasa om zich er definitief te vestigen en zochten naar manieren om zich er officieel te laten inschrijven. Hoewel Lhasa in die tijd ook allerlei problemen had, en er gedurende drie achtereenvolgende jaren allerlei protesten werden onderdrukt, was er vergeleken met nu toch meer ruimte en waren er meer mogelijkheden – er heerste relatieve vrijheid en de sfeer was ontspannen.

Nu is het anders. Een vader en moeder uit Kham kwamen hun dochter bezoeken, die met iemand uit Lhasa is getrouwd; bij hun vertrek waren ze diepbezorgd om haar, omdat zij in een stad leeft waar wapens regeren. In de straten lopen volop soldaten, boeddhistische monniken worden te schande gemaakt – van een heilige stad is Lhasa vervallen tot een plek van verderf en geweld, waar mensen alleen in onwetendheid mogen leven.

Zonder de juiste documenten en vergunningen komen monniken van buiten de hoofdstad die naar Lhasa gaan niet voorbij de vele controleposten langs de weg. De monniken uit Lhasa zelf zijn extreem voorzichtig en gaan zoveel mogelijk in gewone kleren de straat op. In de oude stad, met de Jokhang-tempel als centrum, zijn regelmatig gewapende politie-eenheden te zien, die willekeurig monniken in pij of jongeren in Tibetaanse kleren aanhouden om hen te controleren en te registreren. Ook onder elkaar zijn Tibetanen op hun hoede, zelfs familieleden durven niet openlijk met elkaar te praten, uit angst dat de ander misschien een informant van de politie of een verrader is. Buitenlanders zijn er minder dan ooit, toeristen worden veel beperkingen opgelegd en de meeste buitenlandse stichtingen en NGO’s zijn weggejaagd.

Voor Tibetaanse ondernemers geldt ofwel dat ze hun handel beperken, ofwel dat ze, als ze zich willen ontwikkelen, hun activiteiten verplaatsen naar andere Tibetaanse regio’s en naar Chinese steden; ook al liggen het klimaat, de taal en het leven van Han-China hun niet erg, ze kunnen er toch in elk geval net iets minder bang zijn. Sinds 2008 zijn tal van succesvolle Tibetanen tot gevangenisstraf veroordeeld, waardoor er over het algemeen een gevoel van angst heerst onder de handelaren en ondernemers in Tibet. Niemand weet wat morgen zal brengen, wie in de loop van tientallen jaren een vermogen heeft opgebouwd kan dat in één nacht weer kwijtraken door onterechte aantijgingen. Een ondernemer beschreef dat volgens het boeddhistische idee van onbestendigheid: ‘Het vermogen dat de mens, net als de mieren, beetje bij beetje, met pijn en moeite verplaatst en vergaart, kan met één slag van een berenklauw worden vernietigd; en los van dat beetje persoonlijke vermogen is de rijkdom die wij als volk in honderden en soms duizenden jaren hebben verzameld helemaal in rook opgegaan met de komst van de Communistische Partij!’

Inmiddels lijkt de middelpuntzoekende kracht die Tibetanen naar Lhasa trekt zwakker te worden, omdat de moeilijkheden waar ze op stuiten daar in veel opzichten erger zijn dan elders – zelfs een vergunning voor de grensgebieden om op pelgrimstocht naar de heilige berg Kailash te gaan is er niet gemakkelijk te regelen. De vele wijken die in Lhasa zijn aangelegd, met veel nieuwe huizen, staan dan ook grotendeels leeg. Voorheen kochten de Tibetanen uit Amdo en Kham huizen in Lhasa, nu kopen de Tibetanen uit Lhasa en de rest van de provincie U-tsang een huis in Chengdu, de hoofdstad van de aangrenzende provincie Sichuan. Het schijnt dat twintigduizend Tibetanen daar een huis hebben gekocht; een deel van deze mensen zouden de potentiële kopers zijn geweest van huizen en grond in Lhasa, maar nu weigeren ze te leven in de schaduw van de angst.

Natuurlijk worden Tibetanen in andere provincies ook onderdrukt, maar de sfeer is er toch losser dan in Lhasa. Dat is te zien aan kleine dingen. Toen ik eind juli en begin augustus van de Tibetaanse gebieden in de provincie Qinghai naar die in de provincie Sichuan reisde, zag ik onderweg dat er in kloosters en gewone huizen openlijk offers werden gebracht voor een afbeelding van Zijne Heiligheid de Dalai Lama. Hoewel de lokale bestuurders dat oorspronkelijk streng hebben verboden, staan ze het nu toch oogluikend toe, omdat ze niet weten hoe ze het kunnen voorkomen, en ook uit angst voor grotere protesten. Dit soort compromissen zijn in Lhasa afwezig: als daar op de muren van een klooster een afbeelding van Zijne Heiligheid de Dalai Lama is geschilderd, komt een werkteam er een snor op schilderen, om ervoor te zorgen dat zijn volgelingen en de toeristen hem niet herkennen.

Vertaald door Silvia Marijnissen

    • Tsering Woeser