Klikspaan, boterspaan, je mag niet door mijn staatje gaan

Een nieuwe wet in Alabama stelt burgers verplicht illegale migranten aan te geven.

Veel Latijns-Amerikanen vertrekken of verstoppen zich.

Guus Valk

Ze werkten in winkels, restaurants, garages en op de akkers van de omringende boerderijen. Ze waren goedkoop en ze werkten hard. Tientallen illegale migranten woonden in het dorp Boaz, in de zuidelijke Amerikaanse staat Alabama.

De kinderen gingen er naar school, de Spaanstalige kerk zat elke zondag vol. Tot een maand geleden bloeide de Latijns-Amerikaanse gemeenschap in Boaz, hoe armoedig het trailerpark, waar de meesten woonden, er ook uitziet.

En toen? ‘Fjjjjt’, fluit Domingo Francisco tussen zijn tanden door. Weg. Waarheen? Naar de omringende staten waar illegale migranten nog welkom zijn, zegt de automonteur.

Francisco, die in de jaren tachtig vanuit Guatemala naar de Verenigde Staten trok, is met zijn gezin en broers achtergebleven. Hij heeft het geluk dat hij een verblijfsvergunning heeft. Zijn familie woont in houten krotten langs de snelweg.

Francisco scharrelt tussen de aftandse auto’s die om de huizen heen staan. „Mijn vrienden zijn terug naar Mexico en Guatemala. Het leven is hier opgehouden. Migranten zijn niet welkom meer. Ook voor mij is het niet leuk meer. Ik krijg op straat te horen: hé, ben jij niet illegaal?”

Een nieuwe wet die in Alabama een einde moet maken aan de migratie van circa 250.000 illegale arbeiders en hun families heeft zijn uitwerking niet gemist. De meeste migranten zijn sinds de invoering van de wet, eind september, uit het openbare leven verdwenen. HB 56, zoals de omstreden wet heet, is niet de eerste anti-immigratiewet in de zuidelijke staten, maar gaat wel verder dan andere maatregelen.

In feite maakt de wet iedere Amerikaan in Alabama verantwoordelijk voor het opsporen van illegalen. Politieagenten moeten bij een aanhouding de verblijfsstatus controleren. Het is een misdrijf om migranten zonder vergunning werk te geven, een auto te verkopen of een huis te verhuren.

De indiener van de wet, de Republikeinse senator Scott Beason, maakte gebruik van een gunstig Republikeins tij. De van oudsher verdeelde staat Alabama had opeens een in meerderheid Republikeinse volksvertegenwoordiging én een conservatieve gouverneur gekozen. De wet, zo legde senator Beason uit, was bedoeld om de armoede onder autochtone Amerikanen tegen te gaan.

Met een werkloosheid van ruim 10 procent, met name onder lager opgeleiden, viel dat argument in goede aarde bij de inwoners van de zuidelijke staat. „Ik heb mijn leven lang eerlijk belasting betaald”, zegt melkveehouder Harris Smith. Op zijn boerderij, waar hij vlees, kaas en melk verkoopt, komt geen illegaal binnen. „Ik doe mijn werk eerlijk en neem mensen uit het dorp aan. Andere boeren huren illegalen in, die het werk voor de helft van de prijs doen. Het is niet eerlijk.”

Verzet tegen de migratiewet wordt gevoerd vanuit een onooglijk kantoorgebouw in het stadje Anniston, in het westen van de staat. De regionale krant Anniston Star is een campagne begonnen tegen de maatregel en heeft zich daarmee de woede van veel lezers op de hals gehaald. „We worden nu The Red Star genoemd”, lacht commentator Bob Davis grimmig.

„Aan alle kanten deugt het niet”, zegt Davis over de pogingen om illegale migranten te weren. „De economie hier is gebouwd op illegale arbeiders. Groente en fruit zijn nog betaalbaar, omdat migranten dat werk willen doen. Boeren hebben nu grote moeite geschikte arbeiders te vinden.”

Davis vermoedt dat veel migranten niet zijn gevlucht, maar zich tijdelijk hebben teruggetrokken uit het openbare leven. Ze sturen hun kinderen niet meer naar school en gaan niet meer naar de kerk, omdat ze bang zijn dat ze daar gearresteerd worden.

Daarbij, zegt Davis’ collega Philip Tutor, brengt de anti-immigratiewet de pijnlijke geschiedenis boven van Alabama’s racisme. In deze staat kreeg Rosa Parks in 1955 nog een boete omdat ze weigerde haar plaats in de bus af te staan aan een blanke medepassagier. „De hele wereld associeert Alabama met de geschiedenis. Bedrijven laten het wel uit hun hoofd zich hier te vestigen. We hadden al een slechte naam, nu hebben we het zeker.”

Sinds september voert de politie controles uit, waarbij gezocht wordt naar illegale arbeiders. Vorige maand werd daarbij een Japanse directeur van een Honda-fabriek gearresteerd. Er was iets niet in orde met zijn rijbewijs. Honda, een belangrijke werkgever in de regio, was geïrriteerd.

Een dieper conflict werd zichtbaar toen de regering van president Obama zich ermee ging bemoeien. Volgens Obama en enkele mensenrechtenorganisaties is de wet in strijd met de grondwet. Alabama haalde wat scherpe randjes van de wet af, maar weigerde de wet in te trekken. Inmiddels heeft ook de staat Arizona een anti-immigratiewet ingevoerd en zijn er in ongeveer twintig staten vergelijkbare voorstellen gedaan.

De migratie van twaalf miljoen Latijns-Amerikaanse illegalen heeft een belangenconflict tussen de federale overheid en staten zichtbaar gemaakt. Philip Tutor van de Anniston Star: „Het motto van Alabama is: ‘Wij durven voor onze rechten op te komen.’ Dit is precies het sentiment waar deze wet op drijft. Het gaat niet om de migranten, het gaat om het recht de eigen problemen op te lossen.”

Automonteur Domingo Francisco zegt dat Alabama blij moet zijn met de illegalen. „Het zijn goede arbeiders: ze werken hard voor weinig geld. Als het slechter gaat met de economie, dan zijn ze zo weer weg.”

Francisco blijft in Alabama, ook al vindt hij het er niet prettig meer. „Het is vijandiger, ik heb veel minder werk. Maar als ik blijf, kunnen mijn kinderen misschien studeren.”