Je kan het zware jongens heel zuur maken

Justitie wil dubbel zoveel misdaadbendes aanpakken. Lastig. Grote criminelen zijn discreter, zegt hoofdofficier van justitie Van der Burg, en er is angst aangifte te doen.

Rotterdam, 21 december 2011 Bert van der Burg, hoofd officier van justitie. Foto: Walter Herfst

De hoofdofficier van justitie van het landelijk parket, Gerrit van der Burg (52), ontvangt tussen verhuisdozen en bouwmaterialen. Zijn kantoor in Rotterdam wordt vertimmerd. „Per 1 januari krijgen we de kinderporno erbij”, zegt Van der Burg. Om plaats te maken voor extra aanklagers moeten kamers opnieuw worden ingedeeld.

Van der Burg is de baas van ruim veertig officieren van justitie die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van zware misdaad: grootschalige drugshandel, witwassen, mensenhandel, terrorisme, internationale misdrijven en cybercrime. Vrijwel zijn hele loopbaan is hij al betrokken bij recherchewerk. Sinds 1990 als officier van justitie, maar hij begon zijn loopbaan als inspecteur bij de Rotterdamse politie in 1982. „Ik kwam op allerlei plaatsen delict, en dat heeft mijn voorliefde voor opsporing alleen maar groter gemaakt.”

De hoofdofficier krijgt het druk. Deze maand kwam het Openbaar Ministerie met het beleidsplan Perspectief op 2015. Dat zegt: „Om de georganiseerde criminaliteit terug te dringen moeten meer misdaadgroepen worden aangepakt en moet met de aanpak meer effect worden bereikt.”

Wat betekent dit in de praktijk?

„Nu lukt het om zo’n 20 procent van de criminele organisaties substantieel aan te pakken: opsporen en vervolgen. Dat willen we verdubbelen.”

In het beleidsplan staat dat ‘ondermijning’ van de rechtsstaat moet worden tegengegaan. Wat is de bedreiging?

„We zien dat criminelen hun bezigheden steeds professioneler afschermen. We hebben vorig jaar een topfiguur uit de Nederlandse onderwereld aangehouden met vier verschillende paspoorten voor zichzelf op zijn nachtkastje. Sommige misdadigers gebruiken iedere dag een nieuwe BlackBerry. Na enkele gesprekken gooien ze de telefoon in de plomp.

„De georganiseerde criminaliteit besmet ook legale onderdelen van onze samenleving. Financiële dienstverleners worden ingeschakeld voor het investeren van criminele opbrengsten en komen daardoor in chantabele posities. Makelaars en notarissen lopen het risico geïnfecteerd te worden door misdaadgeld.”

Niets nieuws onder de zon, toch?

„Met het begrip ondermijning pretenderen we ook niet iets geheel nieuws te hebben ontdekt, maar we willen wel een intensivering van de aanpak van misdaadgroepen. Het afgelopen najaar was een flink aantal langlopende onderzoeken van ons naar Hollandse criminele netwerken succesvol. Daar zijn honderden rechercheurs mee bezig geweest. Grote partijen drugs zijn in beslag genomen, veel vuurwapens, een heuse raketwerper en miljoenen euro’s. Een verdachte in Brabant had op zijn zolder 6,5 miljoen euro verstopt. Veel briefjes van 500. Criminelen zijn volgens mij de enigen die deze coupures benutten voor hun transacties.”

Zware jongens, merkt de politie, zijn steeds vaker discreet opererende misdadigers. Tijdens het gesprek zegt Van der Burg dat rechercheurs in Amsterdam net zijn begonnen alle apparatuur in een gerenommeerd fitnesscentrum in beslag te nemen. De sportclub was, zo bleek justitie dit jaar na onderschepping van een grote lading cocaïne, in handen van een tot nu toe totaal onbekende financier van drugstransporten.

De laatste maanden zijn prominente leden van de motorclubs Hells Angels en Satudarah opgepakt. Waarom?

„We kregen steeds meer signalen over onenigheid tussen motorclubs en afpersingspraktijken in de horeca. Criminelen zeggen tegen cafébazen: wij zorgen tegen betaling dat er geen verkeerde types binnenkomen. Veel ruimte om het aanbod te weigeren, wordt niet gegeven. In sommige gemeenten is de hele horeca in handen van een beperkt aantal personen. Wij komen in onze onderzoeken situaties tegen waar het deurbeleid – wie mag de kroeg binnen – vrijwel volledig wordt bepaald door criminelen. Zo ontstaan onwenselijke machtsposities in de horeca. Er zijn exploitanten die zeggen dat het gaat om legitieme bedrijven die ze inhuren. De vraag is of dat echt zo is. Er is angst aangifte te doen.”

Bestuurders van vijftien gemeenten hebben vorige maand gesproken over een gezamenlijke aanpak van motorclubs. Is de bezorgdheid terecht?

„Bestuur, politie en justitie stemmen hun beleid op veel punten beter op elkaar af. Bij verlening van exploitatievergunningen in de horeca bijvoorbeeld. Het bestuur heeft minstens zulke machtige instrumenten om ongewenste lieden te weren als wij.

„De bestrijding van de georganiseerde misdaad is te lang gezien als een exclusieve taak van politie en justitie. Gelukkig neemt nu ook het bestuur steeds meer verantwoordelijkheid op dit gebied. Misdadigers zijn in het verleden nogal eens gerespecteerde gesprekspartners van de wethouder geweest, omdat bestuurders niet op de hoogte zijn. De georganiseerde misdaad is meestal onzichtbaar en niemand doet aangifte. Maar de gevolgen van georganiseerde misdaad hebben grote effecten op de veiligheid en leefbaarheid in de straat. Het Openbaar Ministerie kan gemeenten laten zien met wie ze zaken doen. We kunnen het bestuur weerbaar maken. Het is belangrijk maatregelen op elkaar af te stemmen en informatie uit te wisselen.

„Ik verwacht veel van de Regionale Informatie- en Expertisecentra die inmiddels in het hele land zijn opgericht. In deze RIEC’s werken gemeentelijke diensten, politie, justitie en FIOD samen. Het gaat niet meer alleen om het doen van grote justitiële onderzoeken maar ook, heel basaal, om het tegenhouden van misdaad. Door samenwerking van alle diensten, van kentekenregistratie tot de fiscus, kun je het leven van de zware jongens heel zuur maken. Door hun geld af te pakken en vergunningen in te nemen.”

    • Marcel Haenen