In dit land heerst een moordende stilte

Een economische crisis zorgt voor meer suïcides.

Het is dan ook de hoogste tijd dat samenleving, therapeut én zelfdoder hun verantwoordelijkheid nemen.

Liefde en werk. Hoewel Freuds levensinzichten uit de mode zijn geraakt, kan ik mij volledig vinden in zijn voorwaarden voor geluk. Omdat ik begin 2010 een tegenslag op beide vlakken had, keek ik vanuit mijn hotelraam naar de licht besneeuwde stoeptegels vier verdiepingen lager. Ik had de nacht ervoor geen oog dichtgedaan.

Welke vraag me ervan weerhouden heeft me uit het raam te werpen, staat me nu niet meer voor de geest. Een overweging van praktische aard? „Zit ik wel hoog genoeg?” Eén uit schaamte? „Wat zullen mijn vrienden wel denken? Mijn ouders?” Of bracht hoop me aan het twijfelen? „Wat als het beter wordt?”

In het gebouw aan de overkant zat een jonge vrouw tv te kijken. Op haar schoot speelde een baby. Waarschijnlijk de eersten die me zouden zien. Zou het kind zich dat beeld blijven herinneren? Wilde ik dat op mijn geweten hebben?

Eerlijk gezegd, beste lezer, bovenstaande alinea’s vervullen me met gêne, walging zelfs. Het heeft iets onkies, exhibitionistisch. Aanstelleritis. Dat past bij mijn West-Vlaamse afkomst, lees ik in een studie van het centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de KU Leuven. In mijn geboorteprovincie stappen er twee keer zoveel mannen uit het leven als in Noord-Holland, de regio waar ik nu woon. Tussen Veurne en Kortrijk schaamt men zich voor de woorden: „Ik voel me niet goed.” Wie een einde aan zijn leven maakt, wordt er gezien als een lafaard. En net die veroordelende stilte zorgt voor doden die vermeden hadden kunnen worden.

Sinds die helwitte dag in 2010 is die levenstwijfel nog een paar keer opgekomen. Om de bevangenheid van die momenten te kunnen doorbreken, bezocht ik paar maal de hulpsite 113Online, die helaas niet de 24-uurstoegang biedt die het wel op telefonisch vlak heeft. Aangezien iedereen onder de veertig alleen nog maar belt met zijn ouders, valt te hopen dat daar snel verandering in komt.

Na die chatsessies was de beklemming wel degelijk verdwenen, de tunnelvisie wat verbreed. Het verdriet, de pijn, laat staan de oorzaken ervan, waren er natuurlijk nog steeds. Maar de dag mocht weer dingen van me vragen. Bloedsaaie, broodnodige dingen die een paar uur daarvoor totaal nutteloos leken.

Simpelweg te praten over het doodsverlangen kan soms al helpen om dat verlangen weg te nemen. Maar zelfdoding is lang niet altijd een onderwerp waarop de therapeutische gemeenschap wil reageren. Een vrijwilliger van de stichting Ex6 die suïcidalen met elkaar in dialoog laat treden, ondernam drie zelfdodingpogingen en ging al als puber in therapie. Maar ze merkte dat haar doodsverlangen onbespreekbaar was. In de Volkskrant zei ze: „Angst dat als ze horen wat je bezielt, dat als het echt gebeurt en jij doodgaat terwijl je bij hen in behandeling bent, het dan hun schuld is. Of dat ze medeverantwoordelijk zijn.” Of ze willen niet betrokken worden bij de uitvoering ervan.

Er is dan ook het vermoeden dat het therapeutische taboe op dit onderwerp in sommige gevallen leidt tot zelfdoding. Verleden jaar meldde de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) dat het aantal verzoeken tot zelfdoding steeg van 320 in 1996 tot 520 per jaar in 2008. Toch heeft minder dan 2 procent van de psychiaters daadwerkelijk hulp geboden bij vrijwillige levensbeëindiging. Naar schatting plegen 55 mensen per jaar suïcide na afwijzing van hun verzoek.

Wat houdt dat in? Dat de moeder van een vriendin zich met behulp van haar broekriem ophing op een openbare wc. Die vriendin heeft het haar nooit kwalijk genomen. „Ze werd geterroriseerd door wanen en angsten. Maar eigenlijk had ze gewoon een drankje moeten kunnen krijgen van een psychiater.”

Ondanks dat Nederland al bijna een eeuw aanzienlijk minder zelfdodingen kent dan Vlaanderen, publiceerde Het Parool onlangs dat steeds meer Amsterdammers zelf hun levenseinde kiezen. De stijging is volgens deskundigen deels toe te schrijven aan de economische crisis.

De cijfers van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek van de Universiteit Gent stellen het nog killer: een procent meer werklozen betekent 0,8 procent meer suïcide. Het Griekse ministerie van Welzijn telde veertig procent meer zelfdodingen in de eerste vijf maanden van dit jaar dan in diezelfde periode het jaar daarvoor, aldus The Wall Street Journal.

De aan onmogelijkheid grenzende moeite om over dit onderwerp te praten en te denken, tekent zich af in de samenleving, bij de hulpverleners en de zelfdoder. Dat leidt tot onnodige of onnodig gruwelijke doden. Beide kunnen voorkomen worden; een uiterst ongemakkelijke, maar noodzakelijke plicht.

Denk ik nog aan zelfdoding? Nee, sinds driekwart jaar niet meer. Ja, het voelt alsof ik een ander leven ben begonnen. Een complex maar desalniettemin positief besef. Ik wil me ver houden van zinsneden als ‘strijd voeren’, ‘er beter uit komen’ of godbetert ‘demonen verslaan’. Al was het maar omdat ik vermoed dat ik met een andere neurologische bedrading, minder stabiele opvoeding, drugsprobleem of schuldenberg niet eens oog zou hebben gehad voor die baby aan de overkant van de straat.

Auteur Thomas Blondeau schreef tot nu twee romans en stelde twee bloemlezingen samen. Op cobra.be en in ‘HP/De Tijd’ schrijft hij wekelijks een column. Dit artikel verscheen eerder in ‘De Morgen’.

Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht bij: www.113online.nl, telefoonnummer 0900 - 1130113

    • Thomas Blondeau