In 2011 schrikten eenzame wolven het westen op. Een terugblik

Beeld uit campagne Homeland Security. "If you see something, say something."

Jared Loughner, Tristan van der V., Anders Breivik, Nordine Amrani. In 2011 waren het niet de georganiseerde terreurgroepen, maar gefrustreerde eenlingen die in vredige, westerse gemeenschappen dood en verderf zaaiden. Door hun levenspad te analyseren hoopten we verklaringen te vinden, een remedie om soortgelijken tijdig te stoppen.

Voor inlichtingen- en opsporingsdiensten is het signaleren van individueel opererende aanslagplegers een vrijwel onmogelijke opgave, zei Mike Rolince, voormalig terreurbestrijder bij de FBI, twee jaar geleden. De dienst heeft volgens hem niet de capaciteit om te kunnen weten wanneer een persoon in Amerika opstaat en zich afvraagt: “Zal ik mijn spandoek of pistool meenemen naar Washington?”

Toch heeft het jagen op gevaarlijke zonderlingen, ook wel lone wolves genaamd, de hoogste prioriteit. Vigilant Eagle, heet het programma van de FBI. Bijzondere aandacht gaat uit naar Amerikaanse soldaten die in Irak en Afghanistan gevochten hebben. Gedesillusioneerde veteranen zouden vatbaar zijn voor extremistisch gedachtegoed en vanwege hun militaire training een serieuze bedreiging vormen.

Jared Lee Loughner

Vigilant Eagle, waakzame arend, kon echter niet verhinderen dat de 22-jarige schoolverlater Jared Loughner op 8 januari 2011 begon te schieten tijdens een politieke bijeenkomst in Tucson (Arizona) van Gabrielle Giffords. Wonder boven wonder herstelde het Democratisch congreslid van een schot in haar hoofd, maar zes anderen - waaronder een rechter - lieten het leven. Nog 12 mensen raakten gewond. Loughner pleegde geen zelfmoord, doorgaans gebruikelijk bij dit soort uitbarstingen.

Wat Loughner bezielde zou uit zijn YouTube-video, ‘My Final Thoughts’, moeten blijken. Daarin uit hij zich kritisch over het monetaire stelsel en de Amerikaanse grammatica: een middel om burgers te indoctrineren en te sturen, zo lijkt hij te willen stellen: “Luisteraar, je laat de overheid toch niet je grammatica controleren?” Uit het videomanifest komt een persoon naar voren die zich eenoog in een land der blinden voelt. De wereld is gek, behalve ik - dat idee. In 2007 ontmoette hij Giffords voor het eerst. “Wat stelt de overheid voor als woorden geen betekenis hebben?”, vroeg hij haar.

In de jaren voor zijn aanslag begon Loughner zich steeds vreemder te gedragen. Dat leidde niet alleen tot ontslag bij een restaurant, maar ook tot berispingen op school. Hij leek er lol in te hebben om rare, provocerende opmerkingen te maken. Jaargenoot Lynda Sorensen uitte destijds in een e-mail aan een vriendin de vrees dat Loughner op een dag een automatisch wapen mee naar school zal nemen. Ook de politie was op de hoogte van de ordeverstoringen, maar zag geen terrorist in hem.

Loughners verknipte geest plaatste hem na de misdaad echter niet buiten de samenleving. De plaatselijke sheriff Clarence Dupnik was er als eerste bij om het verhitte politieke debat te veroordelen als kweekvijver voor aanslagplegers als Loughner. Vervolgens gaf Hillary Clinton, minister van Buitenlandse Zaken, opiniemakers en hun geweldsretoriek op tv de schuld. “Zo zijn wij niet”, probeerde ze de boel te sussen.

Ook een als schietkaart vormgegeven campagneposter van Sarah Palin kwam opeens in een ander licht te staan. Op het affiche lokaliseerde het gezicht van de Tea Party politieke tegenstanders, waaronder Giffords. “We hebben het probleem gediagnosticeerd, help ons aan een recept”, luidde de aansporing, die uiteraard overdrachtelijk bedoeld was.

Zelfs president Obama werd eraan herinnerd dat hij zich niet altijd geweldloos heeft uitgedrukt. “Als zij een mes meenemen naar het gevecht, komen wij met een pistool”, zei hij tijdens zijn presidentscampagne.

Louterende woorden kwamen na de aanslag uit de mond van televisiepresentator Jon Stewart. De linkse commentator weerstond de verleiding rechts de schuld te geven. “Zoals ik ook hardrockmuziek niet de schuld geef van Columbine. En dat zegt iemand die een diepe haat koestert jegens het politieke klimaat.”

Waar Loughner ideologisch stond, werd niet helemaal duidelijk. Het Communistisch Manifest van Karl Marx stond op zijn MySpace-profiel aangemerkt als favoriet boek. Evenals Mein Kampf van Adolf Hitler. Het debat concentreerde zich daarom vooral op de gevaarlijke uitwerking van politieke metaforen. Taal dus - het communicatiemiddel waaraan Loughner zich op zijn eigen wijze stoorde.

Jared Loughner is op 49 punten aangeklaagd, maar beweert onschuldig te zijn. Behandeling van zijn zaak loopt keer op keer vertraging op. Hij weigert namelijk medicijnen tegen psychoses in te nemen. Een rechtszaak zou hij in zijn huidige mentale toestand nog niet aankunnen, wat een eerlijk proces in de weg staat.

Tristan van der V.

Op 9 april 2011 werd Alphen aan den Rijn opgeschrikt door de daad van een enkeling. De 24-jarige Tristan van der V. schoot in het winkelcentrum De Ridderhof in het wilde weg om zich heen: zes doden, zeventien gewonden. Bij de kassa van de Albert Heijn pleegde hij zelfmoord.

Het maatschappelijk debat erna concentreerde zich op de wapenvergunning van Tristan. Hoe bestond het dat iemand met psychische problemen lid van een schietvereniging kan worden? Het medisch beroepsgeheim zou te strikt toegepast zijn: de politie, die vergunningen toewijst, had van zijn problemen moeten weten. De politie wist overigens wel van een gedwongen opname in 2006. Toevallig, omdat ze destijds zelf assistentie moest verlenen. Abusievelijk nam de afdeling Bijzondere Wetten die informatie niet mee in de beoordeling van Tristans geschiktheid voor een wapenvergunning.

In type aanslagpleger lijkt Tristan veel op Jared Loughner. Iemand met een aparte kijk op de wereld en daarvan een obsessie maakt. De Alphenaar werkte aan een eigen Bijbel, die hij het ‘Tegenwoord’ noemde. Vanaf zijn veertiende meende hij al in contact te staan met geesten. Daar gebruikte hij een EVP-recorder voor. EVP staat voor Electronic Voice Phenomena. Sommige mensen denken dat het apparaat stemmen van geesten hoorbaar kan maken. Tristan sprak er ook gedachtes op in. De laatste weken deed het ding niet meer wat Tristan wilde. Mogelijk raakte hij daardoor van slag. “Schizofrenie van het paranoïde type”, luidt de post mortem diagnose van de forensisch onderzoekers. Terugkerende depressieve stoornissen en steeds sterkere denkbeelden over zelfmoord karakteriseerden zijn jongvolwassen leven.

In de puberteit kwam de Alphenaar in de knoop met zijn christelijke opvoeding. Hij hield God aansprakelijk voor alle leed en kwaad in de wereld. Bovendien zou nooit enig gebed van hem verhoord zijn. Wel dacht hij de stem van God gehoord te hebben. Hij had het zelfs over ‘aantikken’, een fysiek teken van gene zijde. Althans, zo ervoer hij dat. De officier van justitie hechtte aan de mededeling dat mensen nu niet in alle schizofrenen een potentiële ‘Tristan’ moeten zien. Niet het ziektebeeld heeft tot Tristans daad geleid, maar de combinatie van alle factoren in zijn leven. Die belevingswereld werd hem ondraaglijk.

In de laatste weken van zijn leven besteedde Tristan tientallen uren op internet aan informatiegaring over het bloedbad op Columbine High School in 1999. Bijzondere aandacht ging uit naar Rachel Scott, het eerste slachtoffer onder de twaalf scholieren. “Geloof je in Jezus?”, vroeg de dader aan haar. Toen Scott die vraag beantwoordde met ‘Ja’ werd ze doodgeschoten. Dat Tristan dit boeiend vond, sterkt de forensisch onderzoekers in hun overtuiging dat hij “God wilde straffen door zijn schepselen pijn te doen”. Over mensen die soortgelijke massamoorden hebben gepleegd, zei Tristan tegen iemand in zijn omgeving: “Dit zijn mijn voorbeelden.”

Tristan stond, ondanks zijn stoornissen, volgens de onderzoekers ook bekend als “rustig en vriendelijk”. Een gewone, onopvallende leerling, zo citeren zij oud-klasgenoten. Hij had nauwelijks vrienden, blowde af en toe en was meestal op zichzelf.

Anders Behring Breivik

Wat een ontspannende en inspirerende bijeenkomst van jonge sociaal-democraten had moeten worden, ontaardde in de namiddag van 22 juli 2011 in een enorm drama. Op het Noorse eiland Utøya opende de 32-jarige Anders Breivik het vuur op de menigte, die hem in eerste instantie aanzag als agent omdat hij een uniform droeg.

Al snel werd duidelijk dat Breivik ook verantwoordelijk was voor een bomaanslag in de regeringswijk van Oslo, twee uur daarvoor. Hierbij vielen acht doden, twee zwaargewonden en vijftien gewonden. Op Utøya lieten 69 mensen het leven.

Deze aanslag, één van ongekende omvang voor een individu, mondde uit in een heftig debat over de toon van het integratiedebat. De Noor Breivik, die trots was op zijn Arische uiterlijk, had zijn daad namelijk uitgebreid gemotiveerd in een 1.518 pagina’s tellend manifest, met als titel ‘2083 – A European Declaration of Independence’. Het bleek een samenraapsel van allerlei anti-islamitische, conservatief christelijke en nationalistische uitingen zoals die op tal van weblogs te vinden zijn. Meer nog dan Jared Loughner kon Breivik zo in een politieke hoek geduwd worden. PVV-leider Geert Wilders kwam in een lastig parket omdat hij meermaals instemmend door Breivik geciteerd was.

Anders Behring Breivik had geen geregistreerd psychiatrisch verleden. Hij raakte niet door maatschappelijk falen in een isolement, hij koos er juist voor. Liefst negen jaar zou hij besteed hebben aan de voorbereiding. De oud-gymnasiast ging tijdelijk bij zijn moeder wonen om geld te kunnen sparen voor de aanslagen. Daarna huurde hij een geïsoleerde boerderij als dekmantel voor het bestellen van kunstmest ter preparatie van een bom. Breivik veinsde homoseksualiteit en zogenaamde schaamte daarvoor. Op die manier dwong hij discretie af bij mensen die te dicht in zijn buurt dreigden te komen. Het bleek allemaal strategie, getuige een passage in zijn boekwerk: “Niemand zal een homo verdenken.”

Net als Loughner publiceerde Breivik ook een videomanifest. Daarin zette hij zich neer als ridder in de geest van de Tempeliers, een monnikenorde ten tijde van de kruistochten. Breivik wilde niets liever dan in de voetsporen treden van zijn helden. “Voorwaarts, christelijke soldaten”, schreef hij.

In het publieke debat tuimelden de opiniemakers over elkaar heen. Net als na de aanslag in Arizona werd er opgeroepen tot het afzweren van geweldsretoriek. Wel waarschuwde Ross Douthat, columnist van The New York Times, dat we in reactie op deze terreurdaad niet moeten terugvallen op “comfortabele illusies” over de multiculturele samenleving. “Een politiek systeem dat problemen ontkent, maakt extremisten alleen maar sterker.”

Ook het anonieme, ongecensureerde gediscussieer op internet - de bron waaruit Breivik putte - kwam onder vuur te liggen. Online debatten ontaarden in de laagste vormen van communicatie, betoogde hoogleraar klassieke geschiedenis Ingvar Mæhle in de Noorse krant Dagbladet. Webfora weerspiegelen volgens hem niet de stem des volks, maar getormenteerde geesten als die van Anders Breivik, driftig concurrerend om het grootste gelijk. In het oude Athene was dat anders. De burgers die wat te zeggen hadden, en daartoe geprivilegieerd waren, klommen op het podium en schreeuwden de menigte toe. “Die vrijheid van meningsuiting was gekoppeld aan de vrijheid van verantwoordelijkheid”, doceerde de historicus. Een verantwoordelijkheid die nu verdrinkt in het anonieme internetmoeras, waar iedereen zich verschuilt achter een pseudoniem.

De website van Dagbladet, één van de best bezochte van Noorwegen, heeft hier volgens Mæhle een verantwoordelijkheid in. De internetredactie zou ervoor moeten zorgen dat de fora gespeend blijven van intimidatie, racisme en andere vuiligheid. De voorwaarde om onder eigen naam te reageren zou volgens hem al veel helpen. Burgers zullen dan net als in het Athene van 2.500 jaar geleden verantwoordelijkheid voor hun woorden nemen. Dat er dan ook zelfcensuur gepleegd wordt, juicht hij toe. “Het is een grote misvatting dat privacy en vrijheid van meningsuiting hand in hand gaan”, argumenteert hij.

De ironie wil dat terrorist Anders Breivik de redactie van Dagbladet juist bekritiseerde vanwege strenge internetcensuur. In zijn manifest citeert hij Esten Sæther, de online uitgever van de krant. “Het is geen mensenrecht om gehoord te worden”, zo motiveerde zij het moderatiebeleid. En getuige de verwijzingen in het manifest voelde Breivik zich ook meer thuis in de donkere hoekjes van het internet dan op de webfora van de reguliere media.

Hoewel er flink wat werk in het manifest gezeten heeft, ziet de wetenschapper Phillip Longman - een demograaf die net als Wilders instemmend geciteerd werd - Breivik niet als een ijverige student. Hij is een product van het Google-tijdperk, betoogde Longman in het tijdschrift Foreign Policy. Iemand die informatie niet zelf interpreteert, maar in zijn eentje een utopie bij elkaar knipt en plakt. “Daar waar schizofrenen nog de reputatie hebben dat ze briljant kunnen redeneren vanuit verkeerde uitgangspunten, daar kwam Breivik helemaal niet aan een redenatie toe”, schrijft hij. Ergens is hij volgens de wetenschapper in zijn gedachten gestruikeld. Maar de vraag waarom Breivik dacht dat zijn utopie met een massamoord dichterbij zou komen, blijft volgens hem onbeantwoord.

Op 29 november verklaarden forensische psychiaters Breivik ontoerekeningsvatbaar. Voor velen een verrassing, want hij had de aanslagen zorgvuldig gepland en uitgevoerd. Het had misschien geholpen als deze diagnose eerder gesteld was. Om een gek kun je namelijk een moreel cordon leggen: die hoort niet bij ons. Maar zoals het geval Jared Loughner leert; zelfs als de gekte overduidelijk de drijfveer is, dan nog wordt de aanslag gepolitiseerd.

Nordine Amrani

Geen van de eerder beschreven aanslagplegers stond te boek als doorgewinterde crimineel. Dat maakt Nordine Amrani, een 33-jarige Belg, tot vreemde eend in de bijt. Deze veelpleger en ex-gedetineerde begon op 13 december op een kerstmarkt in Luik met granaten te gooien. Vervolgens gebruikte hij een automatisch geweer. Er vielen zes doden en 125 gewonden. Kort na deze schietpartij pleegde hij zelfmoord.

Amrani handelde waarschijnlijk als een kat in het nauw, maar plande zijn zelfmoordmissie wel daags voor het bloedbad. Misschien zat in de oproep voor een verhoor over een zedenzaak wel een deel van de verklaring, vermoedde dagblad De Standaard. “Voor Amrani stond er veel op het spel. Als politie en parket oordeelden dat de aanwijzingen tegen hem sterk genoeg waren, moest hij terug naar de gevangenis.” Hij zou dan de rest van een eerdere straf en de nieuwe straf moeten uitzitten.

In 2007 vond de politie bij Amrani 2.800 cannabisplanten, 9.500 wapenonderdelen en een tiental zware schietijzers. Hij kreeg in 2008 vijf jaar cel voor de plantage (wegens een juridische onvolkomenheid niet voor de wapens) en werd in oktober 2010, onder voorwaarden, vrijgelaten. De wapens zijn destijds in beslag gevonden, maar het bezit daarvan kwam niet in reclasseringsrapporten.

Het publieke debat richtte zich net als bij Tristan van der V. op het wapenbezit - ditmaal niet het legale, maar het illegale. Ook het systeem van vervroegde, voorwaardelijke invrijheidsstelling en het monitoren van veroordeelden kreeg veel aandacht. Een gevangenisrapport repte echter over ‘weinig kans op recidive’ en op afspraken van de reclassering kwam Amrani telkens stipt op tijd. Psychologen stelden geen grote problemen vast.

Van ideologische motieven is niets gebleken. En daarom werd Amrani’s komaf verzwegen in de reguliere media. Hij was getrouwd met verpleegster Marie-Helène. Buren waren regelmatig getuige van ruzie. Haar familie wilde dat ze met Amrani brak. Een geweldsuitspatting van deze orde zag zij helaas niet aankomen. “Ze werkt als verpleegster, het is haar taak om mensen te helpen en hun pijn te verlichten”, zei haar broer, naar wie ze is gevlucht, tegen de Waalse krant La Meuse. “Dus voor Marie-Helène zijn de daden van haar man onbegrijpelijk. Blijkbaar zag ze het niet aankomen. Ze is zich rot geschrokken.”

Ook Adbdelhak, de enige broer van Nordine Amrani, is geschokt. Ze hadden een zeer hechte band, vertelde hij tegen de Duitse krant Bild. Hij wist dat Amrani soms in de criminaliteit zat, “maar hij was geen gek”. Adbdelhak is er net als Marie-Helène helemaal kapot van. “Sinds dinsdag ben ik de broer van een monster.”

Hoe kunnen we ons hiertegen beschermen?

Uit elk van deze vier zaken zijn lessen getrokken. Lessen die overigens ook weer ter discussie staan. Moeten politici hun toon matigen? Is het nodig dat er losser omgesprongen wordt met het medisch beroepsgeheim? Brengen schietverenigingen onaanvaardbare risico’s met zich mee? Kunnen we de voorwaarden van voorwaardelijk in vrijheid gestelden wel op naleving controleren? Is internet een radicaliseringsfactor? Doet de politie haar werk wel goed als individuen een wapenarsenaal kunnen aanleggen? Hoe moet de omgeving handelen als mensen in extremisme vervallen of vanwege hun psychische gesteldheid een potentieel gevaar vormen? Oplossingen te over, maar ook oplossingen die op gespannen voet kunnen staan met een open en vrije samenleving, met burgerrechten.

Dan het inlichtingenvraagstuk. Wereldwijd worstelen diensten met het tijdig signaleren van eenzame wolven. ‘Dreigers moorden niet en moordenaars dreigen niet’, luidt het adagium in vele studies. Ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) ziet bedreigers en aanslagplegers als twee verschillende dadertypes. Na de aanslag op de koningin door Karst T. schreef de Nederlandse dienst het rapport Individuele bedreigers van publieke personen (juni 2010). Volgens de NCTb blijven de ‘vrijblijvende blaffers’ doorgaans hangen op de eerste trede van het ‘Path to intended violence’.


De dienst merkt daarom de ‘ongekende eenling’ aan als het meest gevaarlijk. “Deze pleegt een aanslag zonder aankondiging vooraf.” Binnen die categorie gaat de meeste aandacht uit naar de ‘verward-gefrustreerde bedreiger’. Dit type heeft verschillende kenmerken die geweld in de hand kunnen werken: een groot deel is werkloos, kan woede niet beheersen, heeft een alcohol- of drugsprobleem, lijdt onder een onverwerkt trauma en heeft geen stabiele relaties. In een psychose kan zo’n persoon een aanslag plegen (aantasting impulscontrole), maar tegelijkertijd zwakt dit de dreiging af. Een psychoot is immers slecht in staat een aanslag te organiseren.

Of de inlichtingendiensten succes hebben met het verijdelen van aanslagen door groeperingen, houden ze doorgaans voor zich. Maar het valt op dat de grote aanslagen van het afgelopen jaar gepleegd zijn door individuen die alleen opereerden. Dat ze zich niet aansluiten bij anderen, niet communiceren, houdt ze onder de radar. Pas als het kwaad geschied is vallen de puzzelstukjes in elkaar. Puzzelstukjes die afzonderlijk de alarmbellen niet deden rinkelen.

De zonderling die wel tijdig gepakt werd

Toch is er in het verleden wel degelijk een ‘lone wolf’ opgepakt voordat hij tot actie overging. The Christian Science Monitor schreef in 2003 over Sayed Abdul Malike, een Afghaan die niet verbonden was aan een groep als Al-Qaeda, maar wel met het islamitisch extremisme sympathiseerde.

De FBI kreeg twee meldingen van burgers. De eerste keer toen Malike aan een winkelier vroeg hoe hij een bom kan maken. De tweede keer sloeg een kapitein van een toeristenboot in Miami alarm. Malike filmde namelijk de brugconstructies en vroeg hoe dicht de boot langs cruiseschepen vaart. Bij terugkomst in New York wilde Malike van de winkelier weten – die inmiddels informant was geworden – hoe hij aan genoeg explosieven kon komen om een ‘berg op te blazen’. Ook had hij belangstelling voor een kogelvrij vest, valium en slaappillen. Malike werd gearresteerd toen hij valium van een geheim agent kocht.

Aanslagplegers hopen op roem, via de media

Wat de besproken daders gemeen hebben, is hun hang naar roem. Loughner, Tristan en Breivik bevestigden dat met de publicatie van manifesten op internet.

De Fransman Stéphane Bourgoin, expert in zowel massa- en seriemoordenaars, ziet het verzwijgen van de identiteit als “de beste remedie” tegen aanslagen. Het zou helpen tegen imiteergedrag. “In Zwitserland geven de media de namen van massamoordenaars niet meer vrij. Onlangs is men daar in Québec ook mee begonnen”, zei hij in een interview met nieuwssite Knack.be.

In tachtig procent van de gevallen gaat het volgens Bourgoin om “extraverte zelfmoordenaars”. Mensen die niet in hun eentje ergens in een hoekje uit het leven willen stappen. “Integendeel: ze willen een onuitwisbaar spoor nalaten in de geschiedenis, omdat ze gedreven worden door haat en een enorme drang naar wraak.”

Dat stelt media voor een lastige keuze. Het weglaten van zowel voor- als achternaam is natuurlijk een redelijke optie, maar geldt dat ook voor een portret van de dader? Hadden de manifesten van Loughner, Tristan en Breivik onbesproken moeten blijven? Mogelijk weerhoudt dat anderen ervan dit soort aanslagen te kopiëren, maar tegelijkertijd laat het de getroffen samenleving achter in onwetendheid. Een samenleving die dit soort geweldserupties wil begrijpen om zich ertegen te kunnen beschermen. Een samenleving die iets wil doen tegen de radicalisering en ontsporing van enkelen.

De samenleving is veiliger dan ooit

De aandacht voor al deze aanslagen vertekent hoe dan ook het veiligheidsbeeld van burgers. De samenleving is namelijk veiliger dan ooit, betoogt Steven Pinker, cognitief wetenschapper aan Harvard University, in The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined (Viking, oktober 2011). “Geweld is niet meer alledaags, maar uitzonderlijk”, stelt hij. Daarmee doelt hij op een civilisatiegeschiedenis van duizenden jaren.

Een 700 jaar oude begraafplaats in Illinois, bekend als Norris Farms No. 36, geeft Pinker aanwijzingen hoe gewelddadig de maatschappij vroeger was. Van de 264 skeletten vertonen er 43 tekenen van een gewelddadige dood, denk aan pijlpunten in het bot en schedelfracturen. Sommige mensen bleken levend te zijn gescalpeerd. Deze ontdekking van de University of Kentucky in 1991 komt volgens Pinker overeen met andere rustplaatsen uit die tijd. Een opgraving in Brits-Columbia, een provincie in Canada, wees uit dat één op de vijf mensen door geweld om het leven kwam. In Zweden ging het er iets vrediger aan toe: één op de twaalf werd het leven ontnomen. In Colorado, daarentegen, was de helft van de inwoners vroeg of laat de pineut.

De verstedelijking in de Middeleeuwen was volgens Pinker de eerste overwinning op de barbarij. Binnen de ommuurde gemeenschap zag men het belang in van wetten en regels. Uit veertiende eeuwse rechtbankverslagen in Londen is op te maken dat het doodslagcijfer 55 op de honderdduizend bedroeg. In de vijftiende eeuw in Amsterdam werden er 50 op de honderdduizend vermoord.

Nu, zes eeuwen later, zijn de doodslagcijfers in de meeste westerse steden teruggebracht tot 1 à 2 per honderdduizend. Pinkers boek ging nog voor de aanslagen in Noorwegen ter perse, maar een snelle rekensom leert dat 77 slachtoffers op een bevolking van 4,7 miljoen ver uit de buurt blijft van de Middeleeuwse statistieken. Het trauma is immens, maar de beschavingsbarometer zal er niet op aanslaan. Sterker, het feit dat de dader, Anders Breivik, voor het gerecht is gebracht – en vergeldingen uitbleven – is juist een opsteker voor het beschavingspeil van de mens. De Noren wijzen Breivik eensgezind af – zeker nu hij ontoerekeningsvatbaar is verklaard.

Eerder in deze serie:
Het AIVD-dilemma. Hoe dieper de infiltratie, hoe vuiler de handen
Wie diagnosticeren we nu eigenlijk: Breivik of de samenleving?
9/11 was een aanslag op de verbeelding. Het debat erna absurd
Wees niet bang. De samenleving is veiliger dan ooit
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening
9/11 was een PR-stunt. Het begin van een beeldoorlog
Als de verbeelding faalt en burgers niet opletten heeft terrorisme vrij spel
Kunnen zelfontbranders als Tristan nog iemand in vertrouwen nemen?
Medisch beroepsgeheim had gebroken kunnen worden als Tristan daad had aangekondigd
Het intellect ligt aan de basis van het grofste geweld
Osama bin Laden is dood, nu het ‘Bin Ladisme’ nog
Jawel, ook in u schuilt een terrorist
Het Kill Team is angstaanjagend normaal
Onderzoek: complotdenker zou het liefst zelf samenzweren
Gevangenissen zijn de nieuwe psychiatrische ziekenhuizen

    • Steven de Jong