IC-artsen ontevreden over eigen zorg

Veel verpleegkundigen en artsen vinden dat ze patiënten op de intensive care te lang en te intensief behandelen. Dat geeft stress, en is slecht voor de patiënt.

Ruim een kwart van de artsen en verpleegkundigen op een intensive care vindt dat minstens een van hun patiënten medisch zinloze zorg krijgt. Bijna altijd vinden de verzorgers zo’n verkeerde behandeling dan te intensief. De verzorgers oordeelden op grond van hun professionele kennis of vanuit hun persoonlijke overtuiging, want collega’s blijken het lang niet altijd eens te zijn met het oordeel.

Dat blijkt uit een enquête onder 1.651 artsen en verpleegkundigen, afgenomen op één dag op ruim 80 intensive care-afdelingen (IC’s) in negen Europese landen en Israël. Er deden vier Nederlandse ziekenhuizen mee, in Groningen, Leeuwarden, Assen en Almere. Het onderzoeksverslag verscheen vandaag in het Journal of the American Medical Association.

Het onderzoek geeft het beeld van één etmaal op de Europese IC’s, vanaf dinsdag 11 mei 2010 om 8 uur. Wat ze rapporteerden komt echter vaker voor, aldus de artsen en verpleegkundigen. De helft zei niet te verwachten dat de situatie op korte termijn zou veranderen.

Mede-auteur dr. An Reyners, hoofd palliatieve zorg in het UMC Groningen: „In volgende publicaties worden de cijfers uitgesplitst naar land en naar verleende zorg, maar ik kan al wel zeggen dat Nederland steeds aan de gunstige kant zit.”

Het onderzoek was niet opgezet om te kijken hoe het de patiënten verging. Het ging in eerste instantie om de werkomstandigheden. Reyners: „IC-personeel is gevoelig voor het krijgen van een burnout. Er komen veel erg zieke patiënten en er overlijden ook veel patiënten.” De onderzoekers gaan ervan uit dat een IC gezonder is voor artsen en verpleegkundigen, en daardoor ook beter voor de patiënten, als er plaats is voor zelfreflectie, wederzijds vertrouwen, open overleg en gezamenlijke beslissingen.

Artsen of verpleegkundigen die een patiënt behandelen op een manier waar ze het zelf niet mee eens zijn, gaan vaak op zoek naar een andere baan. Ongeveer één op de tien IC-artsen en -verpleegkundigen die de enquête voor dit onderzoek invulden was al eens van baan veranderd uit onvrede over de behandeling van hun patiënten.

Verpleegkundigen vinden vaker dat patiënten een misplaatste behandeling krijgen, waarschijnlijk omdat meestal artsen de beslissingen nemen. „Ervaren machteloosheid is de belangrijkste veroorzaker van morele stress bij verpleegkundigen” en wordt sterk bepaald door ontbrekende samenwerking, schrijven de onderzoekers. Verbetering „zal niet alleen leiden tot wederzijds begrip tussen artsen en verpleegkundigen, maar ook tot betere beslissingen rond het levenseinde van de patiënten en betere zorg voor patiënten en hun familie”. Behandelaren vinden vaak dat beslissingen over het levenseinde te laat worden genomen.

Het oordeel van IC-artsen en -verpleegkundigen over misplaatste zorg is „persoonlijk, gerelateerd aan iemands kijk op de wereld en eigen emoties, houding, achtergrond en geloof”, concluderen de onderzoekers. Dat bleek uit antwoorden van meerdere behandelaren van dezelfde IC. Reyners, samenvattend: „Als we de cijfers van deze landen zien, dan kan de Nederlandse IC, met zijn eigen IC-artsen, waar tamelijk open over de behandeling kan worden gediscussieerd wel als rolmodel dienen.”