Hedendaagse schrille grondtonen moeten lofzangen worden

Zo vlak na Kerst vindt de aangrijpend schone muziek van het wereldberoemde Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach nog steeds naklank. Het is muziek die zó machtig mooi is dat ze mensen weet op te tillen boven het leven van alledag. Dit geldt voor de tonen die de muziek maken, maar niet minder voor de door grootmeester Bach ‘vertoonde’ tekst.

Het begint al direct goed. Jauchzet, frohlocket, auf, preiset die Tage/Rühmet, was heute der Höchste getan!/Lasset das Zagen, verbannet die Klage,/stimmet voll Jauchzen und Fröhlichkeit an!/Dienet dem Höchsten mit herrlichen Chören,/laßt uns den Namen des Herrschers verehren! De harmonieuze tekst en klanken stijgen uit boven de schrille grondtonen die vandaag de dag veel levens tekenen.

Geen juichen en jubelen. Geen vrolijkheid en lofzangen – integendeel. De scepsis van ‘het grote publiek’ is terug te lezen in onder meer het eerder dit jaar verschenen dikke rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de sociale staat van Nederland. Mensen maken zich grote zorgen over hoe we met elkaar omgaan. Ze zijn bang voor agressie in woord en daad. Ze lijden onder de ik-cultuur. De groep mensen die zich alleen voelt staan en geen netwerk heeft om op terug te vallen, is de laatste jaren verdubbeld. Een schrikbarend hoog aantal kinderen en jongeren is beland in de professionele jeugdzorg, mede door het wegvallen van klassieke gezinsverbanden. Opmerkelijk is dat de zorgen dáárover zwaarder wegen dan andere zorgen, zoals die over de economie.

Al deze zorgen uiten zich in gevoelens van onbehagen en wantrouwen, niet het minst jegens bestuurders en politici. Ook anderen die tot voor kort nog als gezaghebbende en onkreukbare ‘autoriteiten’ golden, staan onder verdenking. De eurocrisis legt bloot hoe dolgedraaid ‘het systeem’ is en onthult genadeloos de onmacht van politici, economen en andere machtigen der aarde.

Dit zijn geen typisch Nederlandse waarnemingen. De Britse conservatieve premier Cameron probeerde een maand geleden vergelijkbare ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk te duiden. Hij sprak over „moreel verval in slowmotion”. Je zou deze analyse kunnen afdoen als conservatief gemurmel in de marge, ware het niet dat de Labourpremiers Blair en Brown zich eerder in soortgelijke bewoordingen uitlieten. Des te opmerkelijker is het dat uitgerekend Cameron, hoewel hij minder oplijkt te hebben met religie dan zijn voorgangers, een beroep deed op christelijke leiders. De misvatting dat geloof en politiek helemaal niets met elkaar te maken (mogen) hebben, weerlegde hij in één enkele zin: religie is inherent onderdeel van de politiek, omdat zoveel politieke vragen ook morele vragen zijn.

Het is mijn persoonlijke overtuiging dat onze, dat zelfs elke samenleving moraal, waarden en normen nodig heeft. En dan niet de moraal van ‘toevallige’ en ongestadige meerderheden of ‘ikke, ikke, en…’. Dit geeft, als het erop aankomt, geen houvast.

De moraal die ons in de Bijbel is gegeven door de Schepper van het universum, geeft dat wel. Deze moraal heeft handen en voeten gekregen in de christelijke traditie en is geworteld in de gerijpte ervaring van generaties vóór ons. Dit geeft verwachting voor de toekomst en biedt hoop. Ook die notie is door Bach ‘ver-toond’, in de allerlaatste woorden van het Weihnachtsoratorium:

Herrscher des Himmels, erhöre das Lallen

Lass dir die matten Gesänge gefallen,

Wenn dich dein Zion mit Psalmen erhöht!

Höre der Herzen frohlockendes Preisen,

Wenn wir dir itzo die Ehrfurcht erweisen,

Weil unsre Wohlfahrt befestiget steht!

Het is mijn diepste overtuiging dat iedereen is gediend met eerbied voor God en met de navolging van het vleesgeworden Woord. Dit is de reden waarom de welluidende grondtonen van het Woord van God in het publieke domein moeten doorklinken. Dit is de reden waarom huwelijkstrouw, respect voor het leven en zondagsrust essentieel zijn voor een land dat echt welvarend wil zijn.

Als de grote Bach, vaak onder moeilijke persoonlijke omstandigheden, opnieuw een cantate, oratorium of ander muziekstuk had gecomponeerd, ondertekende hij z’n meesterwerk altijd met drie letters, daarmee verwijzend naar de Meester die hem inspireerde: SDG.

Soli Deo Gloria.

Elbert Dijkgraaf is Tweede Kamerlid voor de SGP. Hij schreef deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Ad Koppejan (CDA). Dit is de laatste bijdrage in de serie politieke wisselcolumns.