'Geen Hiroshima meer, geen Fukushima meer', zeggen Japanners

De ramp in Fukushima heeft bijna iedereen doordrongen van de gevaren van kernenergie

„Geef Fukushima terug. Geef de zee terug. No more Hiroshima. No more Fukushima. Weg met kerncentrales.” Het waren in Japan veelgehoorde kreten op straat, het afgelopen jaar. Japanners protesteerden massaal tegen kernenergie. Tijdens de grootste demonstratie in september demonstreerden er meer dan 60.000 mensen in Tokio, een gigantisch aantal voor Japanse begrippen.

Veel deelnemers hadden nooit eerder aan een demonstratie meegedaan. Eén van hen was de 34-jarige Yoko Aoki. „Het probleem van kerncentrales hield me altijd bezig, maar ik had nooit een plek om mijn ongerustheid te uiten”, zegt ze. „Zelfs als ik erover wilde praten waren er in mijn omgeving geen mensen met wie dat kon.”

De campagne tegen kernenergie werd decennialang gezien als een troeteldier van linkse organisaties. De crisis in Fukushima veranderde dat. Ze opende de ogen van elke Japanner voor de gevaren van kerncentrales in hun land, dat tot de meest kwetsbare voor aardbevingen ter wereld behoort. De mythe dat kernenergie veilig was, was ontmaskerd. Zelfs conservatieve of apolitieke Japanners werden anti-kernenergie. „Ik kan er nu over praten”, zegt Aoki met duidelijke opluchting in haar stem.

De demonstraties vinden inmiddels minder regelmatig plaats en trekken steeds minder mensen. Maar de woede, verontwaardiging en angst is nog altijd tastbaar in Japan. Vaak overheerst de angst. In de supermarkt zijn groenten uit Fukushima ten minste 30 procent goedkoper. Aan het eind van de dag liggen ze er doorgaans nog. Honderden tonnen Fukushima-rijst waarin overigens geen radioactief cesium is aangetroffen, ligt in opslagplaatsen. Niemand wil rijst uit deze regio kopen.

Deze gevoelens leiden ertoe dat tegen mei volgend jaar mogelijk alle 54 Japanse kernreactoren stilliggen. Op het ogenblik functioneren er nog maar zes. Japanse wetgeving vereist dat reactoren eenmaal per 13 maanden worden stilgezet voor onderhoud en deze zes komen in de volgende maanden aan de beurt.

Het vertrouwen in de overheid en elektriciteitsbedrijven is echter zo aangetast dat omwonenden van kerncentrales zich niet meer veilig voelen. Zij willen niet dat stilgelegde reactoren herstart worden.

Hoe sterk die gevoelens zijn bleek deze week. Zo’n 290 omwonenden van de Genkai-kerncentrale op het zuidelijke eiland Kyushu spanden maandag een proces aan tegen een elektriciteitsbedrijf. Zij eisen dat de vier reactoren voor altijd stilgelegd worden. „We moeten stoppen met kernenergie om het probleem niet door te geven aan onze kinderen”, zei een woordvoerder van de omwonenden.

Er is een wijdverbreid gevoel onder Japanners dat ze bedrogen zijn door de elektriciteitsbedrijven en dat de overheid en Tepco, het energiebedrijf in Fukushima, zwaar tekort zijn geschoten in hun reactie op de crisis bij de kerncentrale. Het voorlopig rapport van tien deskundigen over de aanpak van de ramp versterkt dat gevoel.

Emiko Takahashi, die vee houdt in een dorp 39 kilometer ten noordwesten van de kerncentrale, was één van de bewoners die niet snel genoeg hoorde hoe de straling zich verspreidde. „Ik heb die eerste dagen zelfs geholpen om voedsel te koken voor evacuees die hier naartoe gevlucht waren”, zegt ze. „Als we geweten hadden dat het hier ook gevaarlijk was, waren we onmiddellijk vertrokken.”

Veel Japanners zijn nu weliswaar tegen kernenergie, maar de sector heeft nog altijd enorme politieke en commerciële invloed. Dit bleek nadat huidige premier Yoshihiko Noda aan de macht was gekomen. In de laatste maanden van zijn premierschap had voormalig premier Naoto Kan een onbeschadigde kerncentrale gesloten en gezworen dat Japan minder afhankelijk zou worden van kernenergie.

Noda draaide dat beleid snel terug. Zijn boodschap is eenvoudig: de Japanse economie kan niet zonder kernenergie. Het nieuwe jaar zal duidelijk maken wie gaat winnen, de machtige kernenergiesector of de bezorgde burger.

    • Kjeld Duits