Geef die banken geld - als de eurocrisis maar ophoudt

Onder Duisenberg of Trichet was het niet gebeurd, maar ECB-president Draghi geeft banken bijna gratis geld – tegen de zin van de Duitsers, constateert Melvyn Krauss.

Een nieuw slag Europese leiders is op komst. Het zijn technocraten, veelal in de Verenigde Staten opgeleide economen, patriotten en ze geloven in Europa. Lucas Papademos (MIT) is een voorbeeld in Griekenland, Mario Monti (Yale) in Italië en Mario Draghi (MIT) bij de Europese Centrale Bank.

Ze zullen de bestaande orde moeten uitdagen. Draghi heeft bij de ECB belangrijke beleidswijzigingen doorgevoerd, die de indruk wekken dat de invloed van de Duitse Bundesbank op de centrale bank tanende is.

Door de banken meer dan 200 miljard euro nieuw geld te bieden tegen 1 procent voor drie jaar, in plaats van voor één of zelfs twee jaar, is de ECB de Rubicon overgestoken van liquiditeitssteun (wat volgens het Verdrag mag) naar solvabiliteitssteun (wat niet mag). Dit zouden Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet geen van beiden hebben gedaan.

Het vertrekkende ECB-bestuurslid Lorenzo Bini-Smaghi, een eveneens in de VS (Chicago) opgeleide Italiaanse technocraat, heeft de ECB opgeroepen tot een kwantitatieve verruiming zodra er in Europa tekenen van deflatie zijn: „Ik begrijp die bijna godsdienstige discussies over een kwantitatieve verruiming niet.”

In elk geval denkt de Bundesbank niet over kwantitatieve verruiming. De vraagt rijst of Bini-Smaghi de weg voor Draghi vrijmaakt om nog ingrijpender veranderingen bij de ECB door te voeren waarmee de Europese Centrale Bank zich nog verder zal verwijderen van het Duitse model.

De geldinjectie van de ECB is niet alleen een stiekem reddingsplan voor de banken – een back-door bailout, zoals The Wall Street Journal het laatst noemde in een commentaar – maar ook voor de Europese staatsschulden. Draghi zou waarschijnlijk niet al te teleurgesteld zijn als de banken, met een zak ECB-geld, eerder staatsschulden zouden opkopen dan ze te verkopen.

In plaats van een rechtstreekse aankoop door de ECB van staatsobligaties, waaraan de nieuwe ECB-president zich misschien liever niet zal wagen, zou het nieuwe beleid van de ECB dus weleens kunnen zijn dat ze door middel van haar zogenaamde liquiditeitssteun aan de banken de indirecte aankoop ervan bevordert.

Europese banken zijn inmiddels evenwel uiterst risicomijdend en zullen naar verwachting niet veel van het nieuwe geld steken in langlopende staatsobligaties – tenminste niet voordat ze hun balans hebben gespekt door dure oude schulden af te lossen met dat ECB-geld.

Misschien zien de banken wel iets in korter lopende obligaties, zoals laatst bleek bij de uitgifte van tweejaars Spaans schatkistpapier. De banken kochten deze obligaties met het geld van de ECB, tegen een bijna risicoloze winst van zo’n 3 procentpunt.

Oude Duitse argumenten tegen de steun aan banken en staatsschulden lijken voor de nieuwe ECB van Draghi niet meer te tellen. Banken en de markt voor staatsschulden moeten worden gestabiliseerd, ook al worden daarbij het Verdrag en de normale bancaire voorzichtigheid niet zo nauw genomen. Ik denk niet dat de Duitsers dit kunnen tegenhouden.

Dit komt onder meer doordat Draghi de steun van de politici in de Europese Unie achter zich heeft. Als de ECB de Europese staatsschulden kan stabiliseren, kunnen de politici het Europese noodfonds op een laag pitje zetten. ‘Laat Mario het maar doen’ is zeer aantrekkelijk voor de politici. Hoe zwaarder de ECB-taak, hoe minder zij hoeven te doen.

Draghi zal vermoedelijk ook steun van buiten hebben voor een aanpak in de trant van de Fed., centrale bank van de Verenigde Staten. Landen als de VS – die doodsbenauwd zijn voor de staatsschuldencrisis en over een jaar een presidentsverkiezing voor de boeg hebben – zullen Draghi en reddingsplannen voor de banken zeker ondersteunen.

Mensen hebben genoeg van die crisis. Als dit betekent dat verdragen niet zo nauw worden genomen en de ogen worden gesloten voor de gevolgen van het ECB-beleid op langere termijn, dan moet het maar.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van de Stanford-universiteit. Hij verblijft vaak in Amsterdam en was voorheen hoogleraar economie aan New York University.

    • Melvyn Krauss