Een psychopaat, ik? Ach, kan mij het schelen

Hersenonderzoeker Fallon ontdekte dat hij het brein van een seriemoordenaar heeft. Geen ramp. Een moorddadig karakter kan ook nuttig zijn.

Jim Fallon was een gewone topwetenschapper, tot hij zijn aanleg voor gruwelmisdaden ontdekte. Op de eerste onthulling volgden meer verontrustende feiten, die hij opsomt in een lezing vol humor op het World Science Festival van dit najaar.

Fallon werkt aan de Universiteit van California in Irvine. Hij onderzoekt de ziektes van Parkinson en Alzheimer, verslaving, en voor het Pentagon houdt hij zich bezig met oorlogstrauma’s. Met behulp van een PET-scanapparaat ontdekte hij enkele jaren geleden dat alle seriemoordenaars schade hebben aan de temporaalkwab en de orbitale cortex. „Deze gebieden spelen een rol bij de controle van impulsen en dierlijke instincten, en bij moraliteit en ethiek”, aldus Fallon.

Enige tijd later was er reden om zijn hele familie te scannen op aanleg voor Alzheimer. Alle scans waren normaal, op één na. Eén scan vertoonde grote gelijkenis met de hersenen van de seriemoordenaars die Fallon kende. Toen hij opzocht wiens brein dit was, bleek hij het zelf te zijn.

„De wetenschapper in me zei: goh, wat interessant”, vertelt Fallon. „Maar ik dacht er wel over na. Ik was altijd vreselijk godsdienstig. Ik ben nog eens ‘katholieke jongen van het jaar’ geweest in New York. Ik zat niet in de gevangenis en had niemand vermoord. Dus lachte ik het weg.”

Wat Fallon op het World Science Festival niet noemt maar wel vermeldt in een interview van anderhalf jaar geleden op Reason.tv is de stapel overeenkomsten tussen zijn persoonlijkheid en die van mensen met een slecht functionerende orbitale cortex: „Ze houden van riskante activiteiten – ik ook. Het zijn bon vivants – ik ook. En het kunnen grappenmakers zijn; dat ben ik ook.”

Op een dag nam Fallons moeder hem apart: „Jij onderzoekt toch seriemoordenaars? Je zou de familie van je vader eens moeten napluizen.” Zo ontdekte Fallon ten minste zes moordenaars in de vaderlijke lijn. Hij liet zijn DNA analyseren: „Ik heb alle genen die een hoog risico opleveren voor geweld en agressie.”

„Toen beging ik ook nog de vergissing mensen in mijn omgeving te vragen wat ze van me vonden. Bleek iedereen – familie, vrienden, collega’s – me te zien als een sociopaat: koud, oppervlakkig, niet echt in mensen geïnteresseerd. En toen ik dat allemaal had vernomen – kon het me niet schelen.”

De wetenschapper Fallon gaat ervan uit dat met zijn genetische en fysiologische achtergrond een jeugd vol geweld een extra voorwaarde is om te ontsporen. Verder denkt hij dat een persoonlijkheid als de zijne maatschappelijk nuttig kan zijn, bijvoorbeeld bij chirurgen, in het leger en onder managers. Om de oppervlakkigheid te bestrijden oefent hij nu in het voorwenden van zorgzaamheid en belangstelling voor de mensen om hem heen.

Herbert Blankesteijn

De video is te zien op nrc.nl/bekijks

    • Herbert Blankesteijn