Deodorant spuit zweet bij Unilever weg

Beleggers hielden in 2011 hun hart vast voor Unilever. Dat zou in problemen komen door hoge grondstofprijzen. Nu blijkt het tegendeel.

De vooruitzichten waren aan het begin van het jaar nog zo somber. Voor Unilever zou 2011 een taai jaar worden. Topman Paul Polman klaagde openlijk over speculanten die de voedsel- en grondstofprijzen opdreven, analisten verwachtten dat het concern grote moeite zou hebben om de gevolgen daarvan zonder schade te doorstaan. Als Unilever de duurdere grondstoffen en voedingsmiddelen ging doorberekenen zou het zonder twijfel interen op omzet en winstmarge. Het aandeel verloor in de eerste maanden van dit jaar ruim 11 procent.

En zie hoe de Brits-Nederlandse multinational er aan het einde van het jaar voorstaat. Het aandeel staat ruim 11 procent hóger dan het niveau op de eerste handelsdag van 2011. Unilever deed het daarmee 24 procentpunt beter dan de AEX-index. Het huidige koersniveau, 26,50 euro vanochtend, nadert het all time high van het levensmiddelenconcern van eind jaren negentig. De 26-eurogrens werd voor het laatst begin 1999 bereikt. Het Britse zusteraandeel, op de beurs van Londen, brak dit jaar al wel nieuwe records.

Wat is er gebeurd?

„De malaise op de beurs, deze zomer gevoed door de Europese schuldencrisis, ging goeddeels aan de dranken- en voedingssector voorbij”, zegt analist Richard Withagen van SNS Securities. „Ook Nestlé en Danone deden het goed.” Dit soort aandelen zijn voor beleggers succesvolle defensieve aandelen gebleken.

En juist vanaf het tweede kwartaal bleek Unilever heel goed in staat om de hogere grondstoffenprijzen door te berekenen aan de klant. Withagen: „Het omzetvolume daalde wel, maar veel minder hard dan door de markt was gedacht.” Sindsdien zette het aandeel zijn opmars definitief voort.

Ook van belang voor het succes van Unilever: de voortvarende zoektocht naar groei onder Paul Polman. Dat heeft de drie jaar geleden aangetreden bestuursvoorzitter op twee terreinen weten te bereiken, zegt analist Jos Versteeg van Theodoor Gilissen. „Het vergroten van de afzetmarkt in opkomende markten. Dat is nu al meer dan 50 procent van Unilevers omzet, en het management wil dat doorzetten naar 70 procent.” Daardoor is het bedrijf veel minder afhankelijk van Europa, waar de rek er uit is.

En ten tweede: „Polman heeft met succes het assortiment verschoven van voeding en schoonmaakmiddelen richting persoonlijke verzorgingsproducten, waar een hogere marge te behalen is.” Denk aan de overname van het Amerikaanse shampoomerk Alberto Culver in 2010. Dat Unilever dit jaar op last van de Europese Commissie Sanex direct moest doorverkopen nadat het de personal care -divisie van Sara Lee had overgenomen, was een tegenvaller in de strategie – maar levert mogelijk wel een boekwinst op.

Volgens Richard Withagen heeft het concern ook een succesvolle herpositionering van de bestaande merkenportefeuille achter de rug. Dat was al in 2005 onder Polmans Franse voorganger Patrick Cescau ingezet. „Beste voorbeeld daarvan is het deodorantmerk Axe. Dat wint na een succesvolle campagne voortdurend aan marktaandeel.”

Het zou volgens Withagen goed zijn als de marketeers van Axe nu ook op andere merken uit de Unileverstal zouden worden gezet, zoals de zeepjes van Dove of Blue Band-margarine.