De knallen van Oud en Nieuw, dat wordt erg

Rond de jaarwisseling belicht NRC Handelsblad gebeurtenissen die dit jaar het binnenlandse nieuws domineerden. Vandaag: doorleven na de schietpartij in Alphen aan den Rijn.

De argeloze bezoeker van winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn ziet niets van het bloedbad dat Tristan van der V. er die zaterdagochtend in april 2011 aanrichtte. Op het middenplein waar daarna een machteloze bloemenzee verrees, staat nu een kraampje met hoeslakens en dekbedovertrekken. Daarnaast dansen kerstmannetjes en rendieren op batterijen. In het wolwinkeltje Pingouin duikt het hoofd van Ella Joumayl (1945) op tussen duizenden bollen wol. In vakken aan de wand, van vloer tot plafond, in alle kleuren, diktes, materialen.

Het hoofd lacht vriendelijk, zoals altijd. Ella Joumayl vindt het goed dat het winkelcentrum weer vrolijkheid uitstraalt. De omslag kwam na de Pasar Malam in september. Die Indische markt duurde drie dagen. Het is een traditie; er wonen veel Indonesiërs in Alphen. Vrolijkheid, muziek, schaafijs en kroepoek. De bedrukte stemming die na de schietpartij in het winkelcentrum was blijven hangen, was daarna weg.

Dezelfde maand kreeg zij, samen met negen anderen, een onderscheiding van het Carnegie Heldenfonds. De tien kregen de medaille omdat ze anderen, met gevaar voor eigen leven, hielpen tijdens en na de schietpartij. Ella Joumayl bracht de pleegdochter van een echtpaar dat net was doodgeschoten in veiligheid. Ze is niet zo van de onderscheidingen, maar dit was heel mooi, zegt ze.

Zo’n schietpartij is zo adembenemend griezelig en desastreus, zegt ze, dat je met alle kracht moet proberen de invloed te beperken. „Het leven gaat door”, is haar levensmotto. Maar als geen ander weet Ella Joumayl hoe zwaar het onzichtbare leed kan zijn bij individuen.

Alle winkeliers en bezoekers die er die zaterdagochtend bij waren en die ze spreekt – dat zijn er veel – zien als een berg op tegen Oud en Nieuw. Zijzelf ook. „Knallen bezorgen ons kippevel, dat gaat nooit meer weg”, zegt ze. „Iemand vertelde me dat hij een rotje onder zijn auto kreeg. Hij heeft de wagen aan de kant gezet en een potje zitten janken.”

En als er een schietpartij plaatsvindt, zoals laatst in Luik, dan slaat iedereen weer de handen voor het gezicht. Joumayl: „Wij weten wat ze doormaken.” Dat in Luik de volgende dag de kerstboom weer aanging en de kraampjes open, vindt ze koud en kil. En dat een scholier zei dat hij nooit meer bij die bushalte wil instappen, begrijpt ze volkomen. „Natuurlijk gaat het leven door, maar niet meteen. Eerst staat alles stil. Je moet verwerken, anders blijf je ermee zitten.”

De meeste winkeliers en bezoekers hebben het drama goed verwerkt. Ook door de hulp die beschikbaar was. Zo bleef het winkelcentrum de maandag na de schietpartij dicht, en kwamen betrokkenen bij elkaar. Dinsdag gingen de winkeliers in kleine groepjes, onder begeleiding, naar binnen. „Dat was heel confronterend. Het zag eruit zoals we waren weggegaan: deuren en kassa’s open.” Er waren er ook een paar, die vonden dat ze geen hulp nodig hadden. Een van hen zit nu al twee maanden thuis. Het zijn vaak mannen, valt haar op, die moeite hebben met het uiten van emoties.

Ella Joumayl ziet na 9 april twee soorten reacties: de ene persoon is gestresster en agressiever geworden. De ander is makkelijker. Zijzelf behoort tot de laatste categorie. Toen ze hoorde dat haar huis in Marokko – haar man is van Marokkaanse afkomst – was leeggehaald door dieven, haalde ze haar schouders op. „Is er iemand dood? Nee? Niet zeuren dan.”

Is het niet gek dat er geen zichtbare herinneringen aan de schietpartij zijn ter nagedachtenis van de slachtoffers? Er komt iets monumentachtigs, zegt ze. Ze verwacht dat op 9 april 2012 iets onthuld gaat worden. Dat komt mooi uit, want dan is het Tweede Paasdag. Verder kan ze er nog niets over zeggen.

38 jaar staat ze nu in haar wolwinkel. En ze blijft nog wel even staan. Lange tijd had haar man een kapperszaak een paar winkels verderop. Dat was gezellig, ’s ochtends fietsten ze samen naar de Ridderhof. Maar hij heeft de zaak verkocht.

Een jaar geleden was er iemand in beeld die ze zou inwerken en die dan na een tijdje haar winkel zou overnemen. Na 9 april had die vrouw zich bedacht. Ella Joumayl kan zich er iets bij voorstellen.

Heel erg vindt ze het niet. Haar zaak loopt als een trein. Breien (en borduren en haken) is de afgelopen jaren enorm populair geworden. Ella Joumayl krijgt ook meer breiende mannen in de winkel. Soms heeft ze om half vier ’s middags nog geen tijd gehad voor een boterham. Misschien komt het door de crisis, denkt ze. Mensen gaan minder vaak uit, ze blijven thuis op de bank. Met knus tikkende pennen.

In het winkelcentrum komt nu ook wekelijks een breiclubje bij elkaar. Op het overdekte terras van restaurant Kip & Zo. Je hoeft alleen de koffie te betalen. Er is een mevrouw aanwezig die waanzinnig kan breien, aan haar kan je dan alles vragen.

Zie je die gebreide kerstballen in de etalage? Een rage. „Met vijf pennen, je moet er maar zin in hebben.” En heb je gehoord van wildbreien, vraagt ze. Wildbreiers versieren bomen, bankjes en lantaarnpalen met hun kleurige breiwerken. Ze vindt het geweldig.

    • Sheila Kamerman