De BRICS hebben grootste inhaalslag al achter de rug

De vaart lijkt uit de opkomst van de BRIC-landen. Ze groeien nog wel, en harder dan het Westen, maar de toekomst is nu aan de TIMZ.

Bestuursvoorzitters zien miljarden potentiële klanten en werknemers. Voor beleggers is het een geliefde bestemming voor hun geld in bange dagen. Europese politici hopen dat ze gulle donateurs zijn die bijdragen aan de oplossing van de Westerse schuldencrisis.

De BRICS – Brazilië, Rusland, India, China en, af en toe ook, Zuid-Afrika– hebben de afgelopen jaren veel aandacht en lof gekregen. Tien jaar geleden had Goldman Sachs-econoom Jim O’Neill niet kunnen bevroeden dat de door hem bedachte verzamelnaam zelfs tot een politiek overlegorgaan zou leiden.

Op de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in september in Washington troffen de BRIC-ministers van Financiën en centrale bankiers elkaar. Na afloop gaven ze de meest chaotische persconferentie uit de recente internaal-economische geschiedenis.

Tegelijkertijd glinsteren de vijf groeidiamantjes minder fel dan de afgelopen jaren. Het afgelopen decennium pompten beleggers ruim 70 miljard dollar in de BRICS-landen. Als gevolg boekten aandelenmarkten in de snelgroeiende landen winsten die vier keer hoger lagen dan op Westerse beurzen.

Dit jaar is dat anders. Volgens onderzoeksbureau EPFR, dat wereldwijde kapitaalstromen in kaart brengt, is de balans omgeslagen. In plaats van netto geld in de opkomende economieën te steken, trokken investeerders geld terug – in totaal 15 miljard dollar. Aandelenmandjes met BRIC- bedrijven presteren al het hele jaar slechter dan de beurzen in Europa en Noord-Amerika. De veelgebruikte BRIC-index van MSCI staat al vijf kwartalen op rij lager dan de S&P 500. Ter vergelijking: vanaf november 2001 tot september 2010 versloeg de BRIC-index de S&P 500 met 390 procentpunten.

Goldman Sachs is deze maand in een rapport tot de conclusie gekomen dat de absolute hoogtijdagen voor de BRICS voorbij zijn. „De opkomst van de BRICS en het aandeel van opkomende economieën in de wereldeconomie hebben nog een lange weg te gaan. Maar de grootst verandering in de bijdrage aan groei van de wereldeconomie heeft al plaatsgevonden”, aldus de economen. Met andere woorden: de grootste inhaalslag is al gemaakt.

Volgens de Amerikaanse zakenbank waren de BRICS in 1990 goed voor 11 procent van de wereldeconomie. Nu is dat 25 procent en in 2050 zal dat naar verwachting 40 procent zijn. Onderling zijn de verschillen groot. India is nu goed voor 9 procent van de totale productie van de wereldeconomie. Volgens Goldman Sachs zal dat stijgen tot circa 18 procent rond 2040, terwijl de bijdrage van China zal dalen van 30 procent nu tot ongeveer 18 in 2040 als vergrijzing een serieus effect heeft.

Ook het IMF verwacht dat de BRIC-landen dit jaar minder snel groeien. In 2007, voor de financiële crisis, bereikten de BRIC-landen een recordgroei van gemiddeld 9,7 procent. Dit jaar zal dat volgens het IMF 6,1 procent bedragen.

Goldmans Sachs-goeroe O’Neill blijft in zijn nieuwe boek The Growth Map positief over de economische toekomst van China, India, Rusland en Brazilië. Tegelijkertijd ziet hij dat een nieuwe groep landen van toenemend belang wordt. Turkije, Indonesië, Mexico en Zuid-Korea; daar gaat het volgens O’Neill de komende jaren gebeuren. Het zijn stuk voor stuk landen met stabiele overheidsfinanciën, ontwikkelde logistieke netwerken en handelsroutes en bijzonder veel inwoners die „de economische ladder aan het beklimmen zijn”. De landen zijn al verder in hun ontwikkeling dat de BRICS. Daarom verdienen ze het volgens O’Neill niet opkomende markten genoemd te worden. Groeimarkten is een betere definitie. Hoe dan ook: BRICS zijn uit en TIMZ zijn in.

    • Melle Garschagen