Dat soort gasten gaat mijn geluk toch niet verstoren?

Zeven jaar heeft Erik de Vlieger nauwelijks iets kunnen ondernemen. Het plezier was er af, na verdenkingen wegens afpersing en bedreiging. Maar na twee keer vrijspraak is hij opnieuw begonnen. „Ik ben er klaar mee.” Het eerste van drie artikelen over gevallen ondernemers.

Nederland, Haarlem, 19-12-2011. Portret van zakenman Erik de Vlieger in het bedrijfspand van Imca b.v., zijn groothandel in textielmachines. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Ga nou gewoon eens een keer praten, hadden twee vrienden tegen hem gezegd. En dus ging Erik de Vlieger een jaar geleden naar een psycholoog. Voor het eerst van zijn leven.

Werd helemaal niks. Hij stapt binnen en trekt zijn jas uit. Geen kapstok. Gaat die man vervolgens ook nog eens met zijn rug naar hem toe zitten om zijn gegevens te noteren. Zo onbeschoft. Hij dacht even dat hij weer bij het Openbaar Ministerie zat. De man is klaar, draait zich om, kijkt hem vervolgens aan en zegt niks. Tactiek, dat begreep hij ook wel. Dus zegt hij tegen de man: Volgens mij heeft u een groot probleem.

Goed. Dat was dus een kort gesprek.

Maar om hem hoeft niemand zich zorgen te maken. Hij is weer fit. Geestelijk en lichamelijk. Ja, hij heeft het psychisch heel zwaar gehad. Wat was hij kwaad. Op het OM, de recherche. Het nam zijn leven over. Tot hij er op een gegeven moment genoeg van had. Hij stopte met roken. Ging weer sporten. Gezond eten. Kom, dacht hij, dat soort gasten gaat mijn geluk toch niet verstoren?

Erik de Vlieger (52) zit aan de keukentafel, thuis in Amsterdam. Bloemetjesoverhemd, spijkerbroek. Hij is weer wat begonnen met ondernemen, vertelt hij. Hoe dat gaat? „Gewoon beetje mensen bellen, contacten uit het onroerend goed, mediaondernemers. Hé, hoe is het?”

Nou, het is niet best, dat heeft hij inmiddels wel door. „Banken lenen niet meer. Ondernemers kopen niets. Niemand doet wat.” Zeven jaar heeft hij nauwelijks iets kunnen ontplooien, alsof hij in een tijdmachine heeft gezeten. Nu is hij er weer. En alles is veranderd.

Zeven jaar geleden was hij een succesvolle ondernemer. En populair. Want Erik Wim de Vlieger, geboren in Zandvoort, was anders. Lekker dwars. Iedereen in pak? Hij niet. Grote mond. Grootse plannen. Rondrijden in een oud Fiatje, met een deuk in het linkerspatbord. Zei z’n management dat hij echt een andere auto moest, een BMW of zo. Schopte hij ook een deuk in het rechterspatbord. Was de auto in ieder geval symmetrisch.

De basis voor zijn eigen conglomeraat van bedrijven lag in Tsjechië. Begin jaren ’80 kocht hij daar met zijn broer Frans een knoopsgatenmachinefabriek. Na een reorganisatie bloeide de zaak op. De Vlieger verkocht haar voor miljoenen. Daarmee ging hij investeren: in vastgoed, toen in mediabedrijven en later ook in de luchtvaart. Hij had radiostations zoals WildFM en Colourful Radio, tijdschriften zoals OOR, Maxim en Villa d’Arte, scheepswerf Shipdock, noem maar op.

Maar zo snel als hij opkwam, zo hard was ook zijn val. Het begon met de arrestatie van directeur Harm Prins van zijn luchtvaartbedrijf Excel Aviation Group in december 2004. Prins werd verdacht van witwassen, afpersing en valsheid in geschrifte. Ineens legde de belastingdienst beslag bij allerlei onderdelen van zijn luchtvaartbedrijf wegens achterstallige loonbelasting.

De kranten stonden vol met verhalen over het luchtvaartbedrijf. De ellende stapelde zich op. In maart had De Vlieger nog onderdelen van het failliete Air Holland overgenomen. Later bleek dat Air Holland een aantal jaren met drugsgeld was gefinancierd. De Vlieger had er niks mee te maken, maar zijn bedrijf werd er wel op aangekeken.

In januari 2005 stopte De Vlieger als ondernemer. Het plezier was verdwenen door de problemen en de negatieve publiciteit, zei hij. Twee weken later werd hij zelf ook gearresteerd en zat hij twee dagen vast op verdenking van afpersing en bedreiging.

Wat was het verhaal? In 2002 zou De Vlieger café-eigenaar Alberto Fernandez hebben afgeperst. Fernandez was eigenaar van het café Raffles op het Leidseplein in Amsterdam. Hij had financiële problemen. De Vlieger, zijn broer en de later vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra staken toen geld in het café. Daarna wilde De Vlieger het café helemaal overnemen. Fernandez had een contract getekend, maar weigerde vervolgens zijn aandelen te leveren. Uiteindelijk ging hij akkoord.

Later beweerde Fernandez dat De Vlieger de Israëliër Ithzak M. had ingehuurd om hem onder druk te zetten. Hij had het café helemaal niet willen verkopen, maar onder druk het contract getekend. Hij deed aangifte van afpersing en bedreiging. „Later belde Fernandez mij huilend op dat hij door de recherche onder druk was gezet om aangifte te doen”, zegt De Vlieger.

Om een lang verhaal kort te maken: in september 2009 werd De Vlieger vrijgesproken. Justitie ging in hoger beroep en eiste een taakstraf van 120 uur. De Vlieger werd opnieuw vrijgesproken. Zijn voormalig directeur Harm Prins kreeg onlangs een briefje van justitie dat hij niet langer verdachte is. „Dat vind ik onmenselijk. Iemand zeven jaar laten wachten. Zeven jaar!”

Zielsgelukkig was De Vlieger afgelopen zomer dat hij er eindelijk vanaf was. „Maar waar waren jullie journalisten toen ik vrijgesproken werd?” Hele pagina’s werden er volgetikt toen ik ten onder ging, constateert hij. „Bij het hoger beroep was niemand aanwezig. Mijn vrijspraak was in het NRC een klein flutberichtje. De Volkskrant heeft het niet eens gemeld.”

Toch wil hij vooral benadrukken dat hoe gelukkig hij was na de vrijspraak. Heel diep in zijn hart, daar zit wat wrok. Nee, bepaalde personen bij het Openbaar Ministerie en de recherche zal hij nooit vergeten en vergeven. Verder pakt hij het nu zakelijk aan. Hij is met justitie „in gesprek” om het op te lossen. Meer kan hij daar niet over zeggen.

De Vlieger heeft het alleen nooit begrepen, zegt hij. Waarom namen ze zeven jaar geleden het risico? „Mijn bedrijven gingen ten onder. Er werkten een tweeduizend mensen. Velen raakten hun baan kwijt. 100 miljoen aan vermogen verdampt. Pfft, weg.”

Tot zijn arrestatie had hij het idee dat de recherche en het OM altijd integer waren. Daar gelooft hij nu niets meer van. „Man, ik gaf lezingen op de politieschool . Ik was zo trots om dat te doen. Ik vond het zo goed om dat te doen. Maar ik ben mijn geloof in eerlijkheid van de Amsterdamse recherche totaal verloren.”

Hoho, wacht even. Het moet geen klaagzang worden. Een jankverhaal? Nee, dat verkoopt hij niet. Hij heeft de afgelopen jaren veel na kunnen denken. Over het vastgoed. Over zichzelf. Man, man, wat was hij tevreden met zichzelf. Dat geeft hij eerlijk toe.

Een voorbeeld? Nou, hij kreeg een brief van de Vara toen ze bezig waren met het ontwikkelen van het televisieprogramma De Wereld Draait Door. Of hij sidekick wilde worden van Matthijs van Nieuwkerk. Stuurde hij een briefje terug. Dat ze het programma beter aan hem konden geven. Mocht Van Nieuwkerk zijn side-kick worden.

Niemand remde hem af. Alles ging goed in die tijd. Hij kocht het ene na het andere bedrijf. Zijn vastgoedbedrijf groeide als kool. „En ik dacht allemaal dat het door mij kwam.” Nu geeft hij eerlijk toe dat hij de markt „ontzettend” mee had. Toen niet. Wat sloeg hij hard op de trom. Te hard. „Kijk, ik had zakelijk wel gelijk, maar ik had dat niet zo moeten doen. Een veel te grote mond.”

Dat heeft hem in problemen gebracht. Daar is hij van overtuigd. Hij heeft een simpele analyse. Het vastgoed, het snelle geld, de exorbitante levensstijl die vanaf de jaren ’90 een maatschappelijk verschijnsel werd. Vastgoedbedrijfjes met twee, drie man in dienst die miljoenen verdienden. Vastgoedmannen die hun tweede vrouw trouwden en dan een vliegtuig huurden om tweehonderd gasten naar Ibiza te laten vliegen. Mannen die voor de gein gingen racen met peperdure auto’s – en die dan per ongeluk in de prak reden. Dat wekte irritatie en weerstand op. „Dat moet je allemaal niet publiekelijk doen. Dan vraag je om problemen. En ik begrijp ook wel dat dat wringt. Het is toch ook niet uit te leggen aan een vrachtwagenchauffeur die keihard moet werken, dat een paar gasten 15 miljoen verdienen met het doorstoten van wat pandjes?”

Hij was ook een vastgoedman en meer dan dat. Hij had een luchtvaartbedrijf, een mediabedrijf, scheepswerven. „Op internet noemden mensen mij de Berlusconi aan de Amstel.” Mensen werden bang voor hem, dat weet hij zeker. Wat zou hij gaan doen? Waar zou hij stoppen? „Luchtvaart, dat is politiek. Daarmee raak je allemaal belangen.” En toen zeiden autoriteiten op hoog niveau: weg met die gozer! Bewijs? „De rechter. Twee keer vrijgesproken. Het was een flutdossier, dat ze tegen me hadden.”

Wie ze dan zijn, die mensen op hoog niveau? Mensen van het OM en justitie, zegt De Vlieger. „De Amsterdamse hoofdofficier, zijn plaatsvervanger, de super procureur-generaal en minister Donner. Dat soort mensen.” Of dat niet een beetje overdreven is, minister Piet Hein Donner van Justitie die zich druk zou maken om ene Erik de Vlieger? Hij schudt fanatiek zijn hoofd. „Ik had een bedrijf met tweeduizend werknemers. Justitie neemt het risico dat het omvalt. Daar wordt Donner als minister in gekend. Klaar.”

Nee, het is geen vergezocht complot, zegt hij stellig. „Logica.” Oké, misschien is het nooit zo expliciet besproken aan de top, maar hij moest kapot. Hij pakt een Opzij uit april 2009 waarin toenmalig VVD-Kamerlid Fred Teeven werd geïnterviewd. Hier, het staat er letterlijk, zegt De Vlieger en leest hij voor: „Zakenman Erik de Vlieger, met wie de politie nog een appeltje te schillen had.”

De Vlieger is even stil. Hij neemt een slok thee. De vraag was of hij politie en justitie niet zelf de mogelijkheid heeft geboden om hem aan te pakken door met foute mensen zaken te doen? Willem Endstra. Dood. Jan Dirk Paarlberg. Vorig jaar veroordeeld tot 4,5 jaar cel voor witwassen, valsheid in geschrifte, belastingfraude en oplichting.

Achteraf kan hij inderdaad zeggen dat hij misschien nooit zaken met Willem Endstra had moeten doen. „Maar ik kon gewoon geld met hem verdienen en het was een aardige kerel.” Nadat Endstra was doodgeschoten, viel zijn mond open van alles wat er over de man bekend werd. „Ik ben me doodgeschrokken.” Hij grijnst even. „Maar wat moet de gemeente Amsterdam ook geschrokken zijn dat ze jaren met Endstra zaken deden. En de Rabobank, en ING en SNS.” Maar daar is nooit iemand opgepakt, zegt hij dan kwaad.

Banden met Holleeder? Die had ik niet, zegt hij. „In een paar zaken kwam Endstra met een vennootschap aanzetten, die later van de toenmalige vriendin van Holleeder bleek. Wist ik niet. Stom, had ik moeten controleren. Maar het was een aardige vrouw uit een goede familie, die nog steeds één van de grootste vastgoedpartijen van Amsterdam is.” Meer wil hij er niet over zeggen.

Dan is er nog het verhaal over zijn eigen afpersing. Na een mislukte vastgoeddeal in Amsterdam kreeg De Vlieger mot met Israëliërs. Uiteindelijk betaalde De Vlieger 4 miljoen gulden, nadat Ithzak M. een pistool op zijn hoofd had gezet en hem had meegenomen in de kofferbak van een auto. Daar wil hij niets over zeggen. Te emotioneel. „Hij werd in 2008 veroordeeld tot 6,5 jaar cel, onder meer voor mijn afpersing. Daar laat ik het bij.” Dezelfde Ithzak M. nam hij in 2002 mee naar onderhandelingen met Alberto Fernandez over café Raffles. Dat was niet handig, zegt hij nu. Maar Fernandez had ook een intimiderende Israëliër meegenomen, dus nam hij Ithzak M. mee. „Dat leek me toen wel handig.”

Hij heeft het nu allemaal achter zich gelaten. „Ik ben er klaar mee.” Ja, hij had dingen anders moeten doen. Sommige zaken had hij niet moeten doen. Hij had z’n grote mond vaker dicht moeten houden.

Nu kijkt hij wel wat hij gaat doen. Hij heeft nog aandelen in zijn mediabedrijven en in het naaimachinebedrijf dat zijn vader ooit begon. En hij doet „wat dingetjes” met onroerend goed in Portugal, want hier in Nederland ligt die business op zijn gat. Als hij nu, in de huidige crisis, nog met zijn IMCA Vastgoed in Nederland actief zou zijn, zou hij veel minder succesvol zijn. Dat weet hij zeker.

Erik de Vlieger lacht. „Vrienden van me zeggen wel eens dat ik justitie moet bedanken omdat ik er daardoor op tijd mee gestopt ben. Al was ik met mijn zuinigheid wel door deze crisis heengekomen.”

Tom Kreling