Zanger met de allure van een eeuwige charmeur

In Nederland omstreden maar in zijn nieuwe vaderland Duitsland heel zijn lange leven lang op handen gedragen. Johan Heesters was als zanger en acteur de zwierige ster van tal van operettes en romantische films.

Amesfoort De Flint 16-02-2008 Johan (Johannes) Heesters geeft op 104 jarige leeftijd een optreden. Foto Floren van Olden

De Nederlandse operetteheld die voor Hitler zong, en zelfs een hartelijke handdruk kreeg in de tijd dat zijn vaderland door het leger van de Führer onder de voet was gelopen – dat beeld heeft Johan Heesters nooit meer van zich kunnen afschudden. Althans: het is hem in Nederland zijn leven lang nagedragen. Maar in Duitsland niet, daar is hij altijd de ster gebleven die door een miljoenenpubliek op handen werd gedragen. Of hij al of niet fout was in de oorlog, heeft daar nauwelijks een rol gespeeld. Hier wel.

En dan was er ook nog het verhaal dat hem in Nederlandse ogen des te verdachter maakte: hij zou op 21 mei 1941 hebben gezongen voor de leiding van het concentratiekamp Dachau. Hardnekkig bleef Heesters dat ontkennen. Dat hij het kamp had bezocht, staat vast. Maar van zingen was geen sprake geweest, zei hij. Niemand heeft het tegendeel kunnen bewijzen. Ook niet de gerespecteerde kleinkunsthistoricus Volker Kühnn, die op basis van getuigeverklaringen schreef dat Heesters „waarschijnlijk” in het kamp heeft opgetreden. Jarenlang procedeerde Heesters tegen Kühn. Tot hij zich er in 2008 toch maar bij neerlegde dat het Berliner Landesgericht niets voor een publicatieverbod voelde. Kühn mocht blijven schrijven wat hij over het oorlogsverleden van de zanger wilde schrijven.

Maar voor zijn Duitse publiek heeft ook dat Dachauverhaal weinig verschil gemaakt. Meer dan zeventig jaar lang kon Johan Heesters, die eerbiedig Johannes of liefkozend Jopie werd genoemd, zich wentelen in de bewondering van miljoenen Duitsers. Hij was de vaak in jacquet gehulde held op lakschoenen met het licht-Nederlandse accent dat hem des te aantrekkelijker maakte. En hoewel hij de laatste jaren allang niet meer beschikte over de heldere tenor uit zijn glorietijd, ging er nog meer dan genoeg effect uit van zijn verbluffend expressieve voordracht en zijn bravoure die de sterfelijkheid leek te weerstaan. Trots en krachtdadig, met de allure van de eeuwige charmeur.

Hij was tenslotte de oudste nog actieve artiest ter wereld. Nog deze zomer trad hij op in twee korte filmpjes, waarvan er één op 5 december – op zijn 108ste verjaardag – in première zou gaan. Pas op het laatste moment moest de presentatie worden afgelast. Heesters was te verzwakt om feest te vieren.

Johan Heesters werd op 5 december 1903 geboren in Amersfoort en groeide op in Amsterdam, waar de latere revuekomiek Willy Walden zijn jeugdvriend was. Samen speelden ze voorstellinkjes voor familie en kennissen. Heesters raakte, zei hij, voorgoed aan het theater verslingerd toen hij op zijn zestiende verjaardag een kaartje voor de Gijsbreght in de Stadsschouwburg kreeg. „Het theater overtrof alles wat ik tot dan toe had beleefd. Het was bijna net zo mooi als vrouwen.”

Johan Heesters nam privétoneellessen, die hij kon betalen met baantjes als loopjongen en begon als 17-jarige debutant bij het gezelschap van de gerenommeerde toneelleider Willem Royaards. Twee jaar na zijn eerste kennismaking met het toneel stond Heesters zodoende zelf op het podium van de Stadsschouwburg.

Na rolletjes als bediende, tweede buurman en eerste haremwachter, viel de jonge acteur in 1923 voor het eerst op, toen hij in Droomspel van Strindberg iets te zingen kreeg. Op aanraden van collega’s deed hij auditie voor een operette in het Paleis voor Volksvlijt en werd prompt geëngageerd. Hij had het gedistingeerde voorkomen en de zwierige glimlach die hem bij uitstek geschikt maakten voor dit tintellichte genre. Tien jaar lang speelde en zong hij bij diverse operette- en revuegezelschappen de sterren van de hemel. Geen wonder dat ook de film hem ontdekte; in 1934 vertolkte hij een gloedvolle ode aan de Westertoren in Bleeke Bet. Kort daarna, toen hij in Holland alles had bereikt wat er te bereiken viel, werd hem gevraagd te komen voorzingen bij de Wiener Volksoper.

Zo reisde Johan Heesters in 1934 in een richting die later de verkeerde bleek te zijn. Terwijl allerlei Duits-joodse collega’s de wijk naar Nederland namen, ging hij naar Wenen – en een jaar later naar de Komische Oper in Berlijn. Zijn optreden in Der Bettelstudent werd onmiddellijk met gejuich ontvangen. Voor het Duitstalige gebied was hij een unicum, schreef Jürgen Trimborn in de gedegen Heesters-biografie Der Herr im Frack: niet alleen door zijn in Duitsland zelden vertoonde lichtvoetigheid, maar ook door zijn capaciteiten als acteur. Heesters speelde veel levendiger, expressiever en overtuigender dan veel van zijn Duitse collega’s. En hij kon bovendien de plaats innemen van de operettesterren Richard Tauber, Jan Kiepura en Joseph Schmidt, die voor het nazibewind waren gevlucht.

Zo goed en zo kwaad als het ging, hield de apolitieke Heesters zich afzijdig van de nieuwe machthebbers. Maar voor de nazi’s was hij een belangrijke aanwinst – belangrijk genoeg om hem kriegswichtig te verklaren. Hij werd een afgod, die in tientallen films de damesharten beroerde met zijn romantische zang, en tot voor de deur van zijn gerieflijke villa in Berlijn werd belaagd door bewonderaars. Aan de Wunschkonzerte van de radio, met verzoeknummers voor de Wehrmacht, kon hij zich in elk geval niet onttrekken. En evenmin aan het feit, dat zijn glansrol als de schalkse Danilo in Die lustige Witwe ook bij Adolf Hitler zeer in de smaak viel. „Zodra hij zijn favoriete operette weer wilde zien, werd ik besteld of ingevlogen”, zei Heesters in zijn memoires. „Als een hofnar? Misschien wel.”

In mei 1941 maakte Heesters, samen met een groep collega’s van de Staatsoperette, op aandringen van de nazipartijleiding zijn excursie naar Dachau. Op de foto’s poseerde hij als een geïnteresseerde bezoeker. „Ik schaamde me”, aldus Heesters in 2002, „en ik ben nog steeds niet opgehouden me te schamen over het feit dat het de nazi’s was gelukt ons daarheen te lokken. Ik erger me aan mijn teveel aan vertrouwen, mijn goedgelovigheid en mijn naïviteit.”

Niettemin kon hij na de oorlog zijn carrière snel voortzetten. Hij werd een van de allergrootste sterren die de Duitse amusementswereld ooit heeft gekend. En ook Nederland ontving hem in 1960 weer met open armen, toen hij bij de Nederlandse Operastichting een gastrol kwam spelen in Der Bettelstudent.

De botsing met zijn geboorteland volgde pas toen theaterproducent René Sleeswijk hem in 1964 engageerde voor de rol van kapitein Von Trapp in de Nederlandse versie van The Sound of Music. Juist in die tijd begon de naoorlogse generatie zich te verdiepen in het oorlogsverleden van de ouderen. Het satirische tv-programma Zo is het opende de aanval op de voormalige Führer-favoriet, die nu een principiële anti-nazi kwam spelen. Veel kranten volgden. „Johan Heesters die ons komt tonen hoe men zich tegen de nazi’s had dienen te verweren”, schamperde het Algemeen Handelsblad in een hoofdartikel. „Dan gaat het er toch op lijken of de vos – al dan niet met vakmanschap en zoetgevooisd – de passie komt preken.”

Omdat het publiek vanaf dat moment wegbleef, moest The Sound of Music voortijdig worden gestaakt. Heesters maakte zich oneervol uit de voeten. Maar thuis in Duitsland stond hij nog steeds op een voetstuk. Er brak zelfs een nieuwe glorietijd aan, toen hij in 1975 in de Duitse versie van de musical Gigi verscheen, als de oude charmeur die in de verfilming door Maurice Chevalier was gespeeld. Het innemende Ich bin Gott sei Dank nicht mehr jung werd vervolgens Heesters’ lijflied. En ter afwisseling van de huldigingen, die hem bij het klimmen der jaren steeds vaker ten deel vielen, bleef hij spelen. Maar een lintje heeft hij nooit gehad, omdat de Duitse overheid vreesde met zo’n gebaar de Nederlanders tegen zich in het harnas te jagen.

„Ik smeek het Nederlandse volk en de koningin om vergeving”, zei Heesters in 2002 in een tv-interview met Ivo Niehe. „Ik heb alles gedaan voor mijn carrière, niet voor de heer Hitler en niet voor de SS.” Toch zou het nog tot februari 2008 duren voordat de zanger weer welkom was in Nederland. In theater De Flint, in zijn geboortestad Amersfoort, palmde hij – stram geworden en min of meer vastgeplakt in de bocht van de vleugel – het publiek in met zijn populairste nummers in het Duits en Nederlands. In de zaal was van de aangekondigde protestacties niets te merken; een stuk of vier staande ovaties waren zijn loon.

Toen het Theater Instituut in Amsterdam hem aansluitend vroeg een bijeenkomst met een select publiek op te luisteren, vroeg – en kreeg – hij eerst een paar dagen rust: „Want ik ben óók geen honderd meer.”

Zo leek de pijn goeddeels uit de lucht. Maar rond zijn 105ste verjaardag wekte Heesters in Nederland toch nog weer enige ergernis op, toen een verslaggever van het tv-programma De Wereld Draait Door hem in zijn Hamburgse kleedkamer quasi-onschuldig vroeg wat voor man Adolf Hitler was geweest. De hoogbejaarde was niet op zijn hoede, dacht kennelijk alleen aan de complimenten die Hitler hem had gegeven en antwoordde: „Ein guter Kerl” – tot ontzetting van zijn bijna vijftig jaar jongere vrouw Simone die aan zijn zijde stond. Een week later nam Heesters zijn optreden in een Duitse tv-show te baat om zijn excuses aan te bieden voor het feit dat hij „iets doms” had gezegd.

Maar ook dat relletje maakte in Duitsland geen enkele indruk. Johan Heesters is daar tot zijn dood de held gebleven die hij zo vaak heeft gespeeld.

    • Henk van Gelder