Verbrand erfgoed krijgt eerste hulp

De collectie van het Institut d’Égypte ging anderhalve week geleden in vlammen op. Emeritus hoogleraar Jan Just Witkam was in Kairo en bekeek de schade.

An Egyptian book restorer lays-out burnt and damaged books to dry in the garden of the Institute of Egypt in central Cairo on December 19, 2011 after the world-famous centre caught fire during deadly clashes between security forces and protesters. The heavily damaged historic centre for the advancement of scientific research, housing priceless national archives, was founded in 1798 during Napoleon Bonaparte's expedition to Egypt, and contained more than 20,000 precious documents and manuscripts. AFP PHOTO/MOHAMMED ABED AFP

Op 17 december 2011 vloog het gebouw van het Institut d’Égypte aan de Qasr al-‘Ayni-straat in Kairo in brand. Het gebouw moet als verloren worden beschouwd maar van de collecties is een deel min of meer gered. Het Institut is (of beter: was) de oudste westerse instelling van geleerdheid in Egypte. Vorige week bezocht ik de plek waar het geredde deel van de collectie is ondergebracht.

Het Institut lag iets ten zuiden van Meidan at-Tahrir, het centrale plein van Kairo waar nu al elf maanden lang wordt gedemonstreerd. De brand zou ontstaan zijn doordat de politie vanaf het dak van het Institut d’Égypte op de demonstranten schoot of hen in elk geval vandaar met stenen bekogelde. Demonstranten bestookten daarop het gebouw met molotovcocktails. Dit klinkt plausibel, maar of het ook werkelijk zo is gegaan valt nog te bezien.

Het Institut werd in 1798 opgericht tijdens de Egyptische expeditie van Napoleon Bonaparte. Het moest de Egyptische tegenhanger worden van het Institut de France in Parijs. Die ambitie is nooit verwezenlijkt, al was het maar door het enigszins overhaaste vertrek, in 1801, van de Fransen. Het waren tijden waarin de idealen van de Verlichting werden nagestreefd, als het moest met militair geweld. De allereerste vestiging van het Institut d’Égypte huisvestte de oudste drukpers van Egypte.

Het Institut d’Égypte is, in verschillende vormen en onder diverse namen, ook na het vertrek van de Fransen blijven voortbestaan. De afgelopen honderddertig jaar was het vooral actief op het gebied van de geschiedenis en de geografie van Egypte. Bij het verzamelen en ordenen van informatie voor het fameuze naslagwerk Description d’Égypte (Parijs, 1809-1829, 23 delen in groot folio formaat) heeft het Institut een centrale rol gespeeld. Of de collectie als geheel onvervangbaar was, valt te betwijfelen, maar Egypte is niet rijk aan documentatie over zijn recente geschiedenis, dus het verlies is dramatisch en traumatisch. Er zijn al vergelijkingen gemaakt met de vernielingen die zijn aangericht door de Mongolen in de dertiende eeuw en door de Tataren een eeuw later.

De Egyptische minister van Justitie in de voorlopige regering, Adel Abdul-Hamid, repte op woensdagavond 21 december 2011 tijdens een persconferentie van een organisatie die het op belangrijke en vitale Egyptische instellingen zou hebben gemunt, een sinistere club die niets minder zou willen dan heel Egypte in brand steken. Jonge demonstranten, soms kinderen van onder de tien, zouden zijn gearresteerd en ze bleken meer geld op zak te hebben dan voor mogelijk werd gehouden. Dat hadden zij ‘natuurlijk’ aangenomen om vernielingen aan te richten. Over het illegale vervoer van jerrycans en lege flessen doen ook allerlei verhalen de ronde. Het onderzoek is nog in volle gang.

Hoe dit ook zij, van het gebouw van het Institut d’Égypte staan alleen nog de muren overeind. En ook die zullen wel instorten of worden omgehaald om veiligheidsredenen. De collecties van het Institut zijn niet helemaal verloren. Veel boeken zijn verbrand of ernstig beschadigd door de bluswerkzaamheden, maar van veel boeken zijn alleen de randen geblakerd zonder dat veel van de inhoud is verloren gegaan.

Een grote groep burgervrijwilligers heeft zich aangesloten bij een taskforce van het Egyptische leger en een groep restauratoren van de Nationale Bibliotheek van Egypte om te redden wat er nog gered kan worden. Met een bijna vrome ijver hebben zij boeken en fragmenten overgebracht naar het Nationaal Archief, een gebouw aan de oever van de Nijl, een paar kilometer van de demonstraties. In de voortuin en op het dak van het Archief zijn deze boeken te drogen gelegd. Vervolgens zijn ze in pakpapier gewikkeld, in plastic verpakt en vacuüm gezogen. Dit werk was op 22 december nog in volle gang.

Een aantal boeken is min of meer onbeschadigd gebleven, evenals een deel van de collectie kaarten en prenten. Bij al het inpakwerk is geen tijd om belangrijk te onderscheiden van onbelangrijk. Dat moet later gebeuren, eerst moet de toestand van het geredde deel van de collectie gestabiliseerd worden. Of deze pakken, na de eerste noodhulp, ooit nog zullen worden opengemaakt valt te betwijfelen. Veel van het verlorene was niet uniek en is, zeker in digitale vorm, weer terug te vinden. Maar evengoed is het verlies van deze bibliotheek een culturele en wetenschappelijke ramp van de eerste orde.

Jan Just Witkam is emeritus hoogleraar handschriftenkunde van de islamitische wereld.

    • Jan Just Witkam