Pionier met gouden handjes

Cees van Dongen heeft zijn leven verbonden aan de motor. Hij was een coureur met uitzonderlijk veel kennis van de techniek.

Cees van Dongen was een bijzonder mens. Vooral als motorcoureur. De wegracer uit Capelle aan den IJssel stond te boek als een monteur met gouden handjes en als een rijder met een superieur gevoel voor de motor. En hij heeft veel (grote) wedstrijden gewonnen.

Van Dongen, die vrijdag op 79-jarige leeftijd aan een slepende ziekte overleed, was als wegracer een pionier. Afkomstig uit het grasbaan- en bromfietsracen was Van Dongen erbij toen begin jaren vijftig de 50-cc-klasse werd ingevoerd. Vanuit die positie werkte hij zich op tot een gereputeerde coureur in de 125cc-, 250cc- en 500cc-klasse.

Van Dongen leerde het racen van zijn vader Jan van Dongen – en gaf op zijn beurt de kneepjes van het vak door aan zijn zoon Jos van Dongen. Hij heeft alles zelf moeten leren. Hij bouwde de frames en motorblokken. Mede uit nood geboren, want Van Dongen miste het geld om goede motoren te kopen. Hij was in vele opzichten een autodidact.

Van Dongen was een bescheiden mens die zich buiten de circuits niet op de voorgrond plaatste. Hij heeft zichzelf volgens insiders ernstig tekortgedaan. Door zijn gebrek aan een vlotte babbel miste hij het vermogen sponsors te behagen. Het grote geld zou om die reden aan hem voorbij zijn gegaan.

Vooral tegen die achtergrond is zijn erelijst indrukwekkend. Van Dongen won veertien Nederlandse titels, een record dat hij deelt met Lo Simons. Hij reed 23 keer de TT van Assen, eveneens een record dat extra cachet krijgt als alle TT-starts in verschillende klassen bij elkaar worden opgeteld – dat waren er 41. Van Dongen won één grand prix: in 1969 in Spanje in de 125cc-klasse.

Zijn liefde voor de sport blijkt ook uit de leeftijd waarop Van Dongen stopte. Pas op 48-jarige leeftijd trok hij zich terug uit de racerij. Zijn laatste wedstrijd reed hij in 1980 tijdens de TT van Assen.

Maar echt afstand van de motor nam Van Dongen nooit. Tot 2005, en ondanks zijn ziekte, bleef hij deelnemen aan Classics, races voor oude motoren. Op die manier hield Van Dongen contact met zijn oude maten. En ook tijdens die Classics profileerde hij zich als een groot liefhebber. Als er iemand zijn startplek niet opeiste, was Van Dongen de eerste die zich als plaatsvervanger kwam melden.

Gedurende zijn carrière heeft Van Dongen op twintig motormerken gereden – hij wenste zich niet aan één fabriek te binden. Alsof hij het einde voelde naderen bezocht Van Dongen dit jaar de TT Assen. Om voorgoed afscheid te nemen van de racerij.