Marathonpeloton als kweekvijver voor de langebaan

Schaatser Arjan Stroetinga won de NK marathon. De marathonrijders van BAM hebben ook op de langebaan succes. Een nadeel: kalenders van beide disciplines zijn niet op elkaar afgestemd.

Glunderend loopt schaatscoach Jillert Anema door de buitenbocht over het verlaten ijs van Thialf. Zijn BAM-ploeg heeft zojuist de NK marathon volledig gedomineerd, kopman Arjan Stroetinga is voor de derde achtereenvolgende keer kampioen. „Ja, dit was hoog niveau”, bevestigt Anema. „Jongens die op deze manier hun sport bedrijven moet je niet ondergeschikt maken aan een EK of WK allround.”

Twee weken geleden kwam de eigenzinnige Fries in het nieuws nadat hij schaatsbond KNSB had beticht van fascisme. De beladen term nam hij meteen terug, de inhoud van zijn kritiek staat naar zijn zeggen recht overeind. „Sportbonden hebben de neiging dingen niet democratisch te beslissen”, legt Anema nu uit. „Ik vind dat ze met ons serieus moeten overleggen over een wedstrijdplanning waardoor ook marathonschaatsers in maart zo goed mogelijke kans hebben bij de WK afstanden. In plaats daarvan zag ik dat mijn rijders zomaar werden aangewezen voor een ploegachtervolging die niet in ons schema paste.”

BAM-schaatsers als Jorrit Bergsma, Bob de Vries en de gisteren afwezige Bob de Jong tonen ook dit seizoen dat een combinatie van marathons en de lange afstanden op de langebaan zeer succesvol kan zijn. De Jong won vorig seizoen wereldtitels op de vijf en tien kilometer, Bergsma won dit seizoen wereldbekerwedstrijden en ook De Vries haalde het podium. Zo levert de marathonploeg van Anema op de langebaan kanshebbers op olympisch goud in 2014. Alleen zijn de wedstrijdkalenders van marathon en langebaan nog niet afgestemd op de nieuwe route naar goud. „Veel mensen willen geen verandering”, zegt Elfstedenwinnaar Henk Angenent, ploegleider van de Wadro-ploeg. „Jillert laat zien dat zijn aanpak werkt.”

Angenent voorspelde gisteren feilloos de afloop van het NK. „BAM is gewoon goed en ze rijden goed met elkaar”, zei hij voor de wedstrijd over 150 ronden. „Ze laten eigenlijk zien hoe amateuristisch de rest is. Niet alleen in het marathonschaatsen, ook op de langebaan. De marathon ligt qua training veel dichter bij de vijf en tien kilometer dan een 500 of een 1.500 meter. Eigenlijk zou Sven Kramer hier aan de start moeten staan.”

Van oorsprong zijn marathon en langebaan twee aparte werelden, sinds Elfstedencrack Jeen van den Berg in 1973 het eerste NK marathon op kunstijs won. De marathon was het domein van illustere namen als Co Giling, Dries van Wijhe of Jos Niesten, die op kunstijs reden in afwachting van vorst en Elfstedentocht. Een enkeling stapte van de marathon over naar de langebaan. Emiel Hopman, in 1984 winnaar van vijftien marathons waaronder het NK, kwam in de kernploeg niet verder dan de subtop.

In 2001 behaalde Angenent op de langebaan de nationale titel op de tien kilometer. Bij de WK in Berlijn eindigde hij als vierde. Hij ondervond naar eigen zeggen weerstand uit kringen van langebaanschaatsers en keerde terug naar de marathon. De meest succesvolle overstap maakte Gretha Smit. Zij reed zich binnen een paar maanden vanuit de marathon naar de Spelen van Salt Lake City, waar ze zilver behaalde op de 5.000 meter in een tijd (6.49,22) die tien jaar later door geen enkele Nederlandse wordt benaderd.

Vaker kwam het voor dat topschaatsers na hun carrière op de langebaan ‘uitbolden’ of een doorstart maakten op de marathon. Atje Keulen-Deelstra, Hilbert van der Duim, Yep Kramer en Piet Kleine wonnen titels en droegen zo bij aan de populariteit van het marathonschaatsen. Anderen, zoals Falko Zandstra of Gerard van Velde, kwamen er snel achter dat het niveau op de marathon voor hen te hoog was. Ook Bob de Jong had vorig jaar moeite direct aansluiting te vinden bij zijn BAM-ploeggenoten in de marathons op kunst- of natuurijs.

De Jong (35) gebruikte de marathons vooral om lichaam en geest te prikkelen, na vele jaren van trainen op de langebaan. Zie hem balen op een grijze dinsdagmiddag in januari, na weer eens pechvol te zijn gelost, in een marathon op het zware werkijs van Biddinghuizen. Maar op het glij-ijs van Inzell stond de olympisch kampioen op de tien kilometer (2006) in maart wel twee keer op de hoogste trede van het erepodium.

Coach Anema, eerder betrokken bij de carrières van Van der Duim en Rintje Ritsma, gaf in Inzell veel krediet aan zijn schaatser. Hij vergeleek de zo cruciale precisie in de afzet van De Jong met het gooien van een dartpijltje in de roos. „Bob is altijd een van de grootste schaatsers geweest op de Nederlandse banen.” Ook Bergsma, al langer onder de hoede van Anema, staat bekend om een uitzonderlijk goede timing. „Jorrit haalt zijn snelheid echt uit efficiënt schaatsen”, zei tegenstander Kramer bij de NK afstanden.

Maar het succes van de marathonschaatsers op de langebaan is nu breder. Ook hun ploeggenoot Bob de Vries, onlangs achter Bergsma en De Jong derde bij op de tien kilometer bij de wereldbekerwedstrijden, blinkt al langere tijd uit op beide disciplines. Net als Douwe de Vries van het SOS Kinderdorpen Skatingteam, ook al geplaatst voor de afgelopen wereldbekerwedstrijden. „Het marathonpeloton kan een ideale kweekvijver zijn”, stelt Angenent. „Er moet veel meer kunnen uitkomen op de langebaan. De rijders moeten niet alleen naar de bond wijzen, maar ook openstaan voor verandering.”

Erik Bouwman, coach bij Jong Oranje van onder meer stayerstalent Pien Keulstra, gaf eerder aan dat hij elementen van het marathonschaatser gebruikt. De massastart, een soort minimarathon die dit jaar voor het eerst is opgenomen in de wereldbekercyclus. Ook Arie Koops, technisch directeur van de KNSB, is overtuigd van de voordelen van kruisbestuiving. „De bond neemt de marathon serieus, daarom heeft dit NK ook een plaats in de ‘schaatsweek’ [met later deze week ook kwalificatiewedstrijden voor EK en NK sprint].” En de kritiek van Anema? „Hij laat structureel zien dat zijn schaatsers de weg naar langebaansucces hebben gevonden. We gaan kijken hoe we daarmee rekening kunnen houden in de planning van de wedstrijdkalender.”

    • Maarten Scholten