Kannibaal die het ijs verlaat

Tussen kerstkalkoen en oliebol door moeten Nederlandse schaatsers zich deze week zien te kwalificeren voor de Europese kampioenschappen allround en voor de wereldbekerwedstrijden.

Nog voor 2012 weten we dus hoe het met de vorm van Sven Kramer is gesteld en of hij zich toch maar in de voet- en wielsporen van Jaap Eden moet begeven.

Jaap Eden (1873-1925) was zowel wereldkampioen bij het schaatsen als het wielrennen. Vele schaatsers daarna, van Rudi Liebrechts tot en met Jan Bos, bleken ook heel snel te kunnen zijn op twee dunne banden.

Oud-wielrenner Thijs Zonneveld deed vorige week in zijn column in Spits de suggestie dat Kramer profwielrenner wordt. De fantasieën van Zonneveld moeten niet worden onderschat. Hij kwam eerder met het idee om een berg in Flevoland aan te leggen. Leek dat eerst een bericht voor de 1 april-editie van het Utopisch Weekblad, nu buigen allerlei onderzoekers, architecten en ingenieurs zich over dit plan. Het is al mogelijk om in de vorm van een certificaat voor 50 euro een stukje berg aan te schaffen.

Zonneveld weet uit eigen ervaring dat Kramer ook op de racefiets moeilijk is bij te houden. Toen hij het wielrennen er maar zo’n beetje bij deed, won Sven al eens de West-Friese Dorpenomloop en de Ronde van het Ronostrand, en werd hij op het Nederlands kampioenschap tijdrijden voor junioren in 2004 tweede, achter Robert Gesink.

Dus wat als hij zich volledig op dit metier stort? Kramer heeft dan wel met een handicap af te rekenen. Hij kan niet tegen zijn verlies. En wielrennen bestaat uit heel vaak verliezen en een enkel keertje (of nooit) winnen, of je moet Eddy Merckx heten. Tot nu toe is Kramer alleen een kannibaal op schaatsen.

Mocht hij deze week tot de conclusie komen dat hij zijn oude vorm niet meer terugkrijgt – al zou dat voorbarig zijn – wie weet heeft hij dan tussen Oud en Nieuw een mooie droom: Sven Kramer pakt de regenboogtrui op een col van de eerste categorie, ergens voorbij Urk.

John Kroon