Ik wilde iemand redden, en doodde hem

Van het boek Matterhorn is nu ook een Nederlandse vertaling verschenen.

„Niemand wist wat er in Vietnam te winnen viel, dat wisten ze tijdens WO II wel.”

File - This is a May 19, 1969 file photo taken by then AP photographer Hugh Van Es showing a wounded U.S. paratrooper grimacing in pain while waiting for medical evacuation at base camp in the A Shau Valley near the Laos border in South Vietnam during the Vietnam War. Van Es, a Dutch photojournalist who covered the Vietnam War and recorded the most famous image of the fall of Saigon in 1975 _ a group of people scaling a ladder to a CIA helicopter on a rooftop _ died Friday morning, May 15, 2009, in Hong Kong, his wife said. He was 67 years old. He joined The Associated Press photo staff in Saigon from 1969-72 and then covered the last three years of the war from 1972-75 for United Press International. (AP Photo/Hugh Van Es, File) AP

„Vergeet het maar”, zegt Karl Marlantes (1945) op mijn vraag of met de publicatie van dit boek het trauma Vietnam uit zijn hoofd is verdwenen. „Op mijn vlucht hier naartoe viel er een tasje uit de bagagebak in mijn schoot. Ik schrok wakker en sprong op met een verschrikkelijke schreeuw, het hele vliegtuig keek op om te zien wat er gebeurd was. Mijn vrouw heeft me moeten kalmeren. ‘Heb je je medicijnen wel genomen’, vroeg ze. Daarna moest ze de andere passagiers geruststellen.’’

Karl Marlantes’ boek Matterhorn, een dikke roman over zijn ervaringen in Vietnam in 1969, is nu ook in Nederlandse vertaling verschenen. Een boek dat niet alleen bijzonder is omdat het goed geschreven en schokkend is, maar vooral omdat het, sinds het vorig jaar veertig jaar na dato verscheen, bij critici en publiek een groot succes is.

Hoe verklaart u deze respons?

„We zijn nu verwikkeld in een oorlog in Afghanistan en de parallellen met Vietnam zijn angstaanjagend duidelijk. Iedereen zegt dat Amerika’s optreden daar een groot succes is, maar dat zeiden ze over Vietnam ook en we weten wat daarvan is terechtgekomen. We steunen in Afghanistan een corrupte regering, we begrijpen de taal niet, de cultuur niet.

„En het tweede punt is: mijn leeftijdsgroep, de babyboomers, begint zich nu eindelijk af te vragen wat er in vredesnaam gebeurd is in de jaren zestig. Vietnam scheurde Amerika in tweeën en heeft de politiek daar fundamenteel veranderd. In die tijd zag je dat jongens van de elitescholen in dienst gingen, ze zagen dat als hun plicht. Maar dat doen ze niet meer, het zijn nu vooral arme jongens die de oorlog vechten.”

Bent u beïnvloed door eerdere Vietnamboeken?

„Beïnvloed, nee, ik vond Philip Caputo’s A Rumor of War erg goed, maar mijn invloeden zijn veel ouder, die gaan terug naar de dichters van de Eerste Wereldoorlog – Sassoon, Owen, Graves. Zij konden goed verwoorden hoe toevallig het er allemaal aan toegaat in een oorlog: slim of sterk, de granaat of mortierscherf komt omlaag in jouw schuttersputje en je bent er geweest. Zij drukken de gruwel goed uit, zonder dat ingewanden over de pagina’s vliegen.”

U schrijft over het belang van het kunstmatig opschroeven van het vijandelijke dodenaantal door de officieren, was dat routine?

„Je moet niet vergeten dat officieren ook gewone managers zijn die promotie willen maken. En als hun succes dan wordt afgemeten aan factoren als het aantal gesneuvelden aan de andere kant, dan zullen ze die cijfers opschroeven. Vietnam was een oorlog waarin niemand wist wat er te winnen was – wat wél zo was in WO II. Dus waren die body counts een van de weinige methoden om iets te meten.

„De officieren die ik de rol van slechterik geef, waren ook maar gewone mensen met menselijke fouten. Onder gewone omstandigheden zou hun falen geen gevolgen hebben, maar nu had dat tot gevolg dat jonge jongens doodgeschoten werden. En daar waren ze zich niet van bewust.”

Hoe dicht staan uw ervaringen bij die van uw hoofdfiguur Mellas en zijn schuld aan de dood van Pollini, een van zijn mannen?

„Ja, iets dergelijks is mij overkomen en het heeft me decennia gekweld. Ik heb geprobeerd een jongen te redden, en misschien heb ik hem al doende doodgeschoten. Ik zal het nooit weten, ik moet ermee leven. In het begin was het een scène van twee zinnen, maar een van de eerste mensen die het manuscript las, zei: ‘Daar zit meer achter, nietwaar?’ ‘Inderdaad’, zei ik, ‘en dat zit heel diep.’ ”

Kunnen wij niet-strijders ooit echt begrijpen wat een soldaat meemaakt?

„We werden na terugkeer in de VS als paria’s behandeld. Maar mensen kunnen meer empathie opbrengen voor een veteraan als je in zijn hoofd kruipt. En dat is de kracht van literatuur. Het kost veel moeite om te begrijpen wat een veteraan doorgemaakt heeft. Het enige wat helpt is erover praten of schrijven.”

U bent nog steeds niet ‘klaar’ met de oorlog?

„Nee, maar What It Is Like to Go to War, mijn tweede boek, hielp me de nodige afstand te nemen. Ik merkte dat als ik het naar buiten kon brengen en er naar kon kijken, ik verder kon met mijn leven. Een normaal bestaan was lange tijd onmogelijk voor me. Je kan niet slapen, drinkt te veel, schreeuwt tegen je kinderen als dat niet nodig is. Dat heeft in mijn geval dertig jaar geduurd. Ik neem nog steeds medicijnen. Vergeet niet: de term PTSS (post-traumatisch stresssyndroom, red.) bestond destijds niet.”

U schrijft ook hoe het vernietigen van dingen u plezier schonk.

„De meeste veteranen zeggen: ondanks alles was het de mooiste tijd van mijn leven. Maar het verschil met hen is: ik weet nu wat de prijs daarvoor is. De mens is niet het dier bovenaan de rangorde omdat we aardig zijn, we zijn dat omdat we een agressieve kant hebben. Als iedereen zich ervan bewust was dat hij in staat is tot geweld, dan zou er waarschijnlijk minder geweld zijn. We zijn een agressief dier en beschaving is een dun laagje dat ons in bedwang houdt. Als je dat weghaalt en de Staat geeft je een geweer, leert je dat te gebruiken en betaalt je er ook nog voor, dan kunnen er rare dingen gebeuren.

„Als je eigen mensen bedreigd worden, ben je bereid te vechten. Maar als je volk niet bedreigd wordt, kun je beter maar twee keer nadenken. In feite gebeurt dat nu in Afghanistan, en eerder in Irak. Bin Laden heeft 3.000 van mijn landgenoten vermoord en hij was iemand met wie niet te praten viel. We hadden dus een reden om achter hem aan te gaan. Maar de Talibaan hebben ons nooit bedreigd en Saddam ook niet. Nu zitten we midden in een onduidelijke oorlog met onduidelijke doelen. En we proberen democratie te brengen in een land dat nog in de Middeleeuwen verkeert.”

Ging u ooit terug naar Vietnam?

„Nee en ik heb ook niet het verlangen. Degenen die wél teruggingen zeggen dat het een louterende werking had; die loutering kreeg ik door het boek te schrijven. Veel jongens die terug zijn gegaan wisten al hoe een Vietnamees dorp eruitzag, maar ik kende alleen de modder en de jungle. En daar hoefde ik niet naar terug.”

Was Vietnam net zo’n fout als Irak en Afghanistan?

„Zeker. Maar je moet niet ergens een samenzwering vermoeden als er sprake is van stupiditeit. De politici en officieren uit die tijd waren pas 15 jaar verwijderd van de Tweede Wereldoorlog. Zij zagen het communisme als een nieuwe vorm van fascisme, ze dachten: als we ze daar niet tegenhouden staan ze volgende maand in San Francisco.”

Karl Marlantes: Matterhorn. Vertaald door Otto Biersma. Meulenhoff, 544 blz. € 22,95