'Hulporganisatie weet vaak niet of aanpak werkt'

Overheden en ontwikkelings- organisaties hebben vaak grote moeite te erkennen dat hun hulpprogramma’s niet werken, zegt econoom Esther Duflo. Zij pleit voor meer praktijkonderzoek.

Ontwikkelingseconoom Esther Duflo haat interviews. En gefotografeerd worden ook. Maar je ontkomt er niet aan als je een boek schrijft dat ondanks het sombere onderwerp – honger, malaria, kindersterfte – binnen anderhalf jaar in tien talen wordt uitgebracht.

En eigenlijk is die aandacht ook best nuttig als je „de wereld wilt veranderen”, zoals ze het onbeschroomd formuleert. Vorige week was de MIT-hoogleraar armoedebestrijding in Amsterdam om een lezing te geven over Poor Economics, het boek dat ze met collega Abhijit Banerjee schreef over hun onderzoek van de afgelopen vijftien jaar.

Het boek wordt zo enthousiast ontvangen, omdat het afstand neemt van het vastgelopen en vaak emotionele debat over de vraag of ontwikkelingshulp helpt. Voorstanders van hulp vinden dat er geen andere keus is en er veel meer geld moet komen; tegenstanders zijn ervan overtuigd dat je arme mensen alleen maar afhankelijk maakt en corruptie in de hand werkt.

Banerjee en Duflo onderzoeken wat werkt in de praktijk. Dat doen ze met gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken: experimenten waarbij een grote groep willekeurig gekozen mensen een bepaald soort hulp wel krijgt en een controlegroep niet. De conclusie: vaak steken overheden en ontwikkelingsorganisaties geld en moeite in projecten waarvan ze eigenlijk niet goed weten of het werkt, of waarom het werkt.

Waarom hebt u een hekel aan interviews?

„Omdat ik er heel veel geef. Ik voel me net een bandrecorder: je blijft jezelf maar herhalen. En omdat er nog veel meer mensen zijn die dit soort onderzoek doen, terwijl hun onderzoek nauwelijks aandacht krijgt.”

Noemt u eens een onderzoek dat schreeuwt om aandacht.

„Er vindt momenteel heel interessant onderzoek plaats over de invloed van informatie op stemgedrag bij verkiezingen. In westerse landen hebben kiezers te veel informatie en is het probleem hoe ze die moeten selecteren. Kiezers in ontwikkelingslanden hebben meestal juist te weinig informatie. Dat verklaart vaak waarom arme mensen stemmen op een kandidaat van hun eigen kaste of uit hun dorp, terwijl die niet geschikt hoeft te zijn.

„In India hebben onderzoekers informatie over de kandidaten via gratis kranten verspreid. Het blijkt dat kiezers die de kranten hebben gelezen minder vaak op corrupte kandidaten stemmen en vaker op iemand die veel in het parlement aanwezig is en overheidsfondsen goed besteedt. Media kunnen dus een rol spelen in het bevorderen van democratie.”

Hoe reageren overheden en donoren?

„Vroeger kregen we veel vragen om advies van hulporganisaties, tegenwoordig steeds vaker ook van overheden. We helpen bijvoorbeeld bij het opleiden van de politie in de Indiase deelstaat Rajasthan. Tegen mijn verwachting in blijkt dat ze meer zaken oplossen als je ze training geeft, en dat ze vaker een gesprek met mensen aangaan in plaats van ze meteen in elkaar te slaan. Een ander voorbeeld: in de deelstaat Bihar (83 miljoen inwoners, red.) hebben 14 miljoen scholieren een ontwormingskuur gekregen. Kinderen die ontwormd zijn, gaan vaker naar school en verdienen later meer.”

Is het moeilijk overheden en donoren te overtuigen van jullie methodologie?

„In de praktijk is er vaak geen tijd. Lokale politici zeggen: we moeten ons budget uitgeven. Tegen de tijd dat jullie experiment is afgelopen, is mijn termijn ook voorbij. Van hen begrijp ik het wel, maar voor grote donoren heb ik minder begrip. Zij zouden deze tijdsdruk veel minder moeten ervaren.

„Ook merk ik dat er veel passieve weerstand is om lessen te leren. Het is tamelijk makkelijk om een nieuw programma te implementeren, maar overheden en donoren hebben grote moeite om te erkennen dat hun programma niet gewerkt heeft. Vaak nemen ze niet eens de moeite om te bekijken of het gewerkt heeft. Bij microkrediet bijvoorbeeld. Daar was iedereen heel opgewonden over en het werd op zeer grote schaal ingevoerd. Elke organisatie heeft wel een paar succesverhalen op de website staan. Zij hadden grote weerstand tegen ons onderzoek. Toen we eindelijk een organisatie bereid vonden, bleek dat microkrediet wel werkt, maar lang niet zo spectaculair als werd beweerd. Het is niet zo dat het levens totaal verandert. Die bevinding zette kwaad bloed bij veel organisaties.”

Jullie zijn onder andere kritisch over de bekende ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs, die met modeldorpen in Afrika wil aantonen dat hulp helpt. Hoe reageert hij?

„Hij vindt onze onderzoeken overbodig omdat hij zegt dat hij al weet wat wel en niet werkt. Onze collega’s toonden aan dat arme mensen vaak niet de moeite nemen om te betalen voor een muskietennet, terwijl ze er alle baat bij hebben om geen malaria op te lopen. Als ze die netten bijna of helemaal gratis krijgen, gebruiken ze die wel. Sachs zegt: ‘Dat wist ik al, maar zelfs als het tegenovergestelde was gebleken zou ik bij mijn mening blijven’. Zijn overtuiging is sterker dan het bewijs. Dat is waar we verschillen.”