Gelukkig gaat het goed met ons zoontje

Rond de jaarwisseling belicht NRC Handelsblad zaken die dit jaar het binnenlandse nieuws domineerden. Vandaag: de gevolgen van het seksueel misbruik door Robert M.

Tientallen ouders kregen een jaar geleden te horen dat hun kind seksueel was misbruikt en dat er wellicht beelden van dat misbruik over de wereld zwierven. Hoe ga je daar mee om? Een vader vertelt, anoniem.

„Aan het eind van deze zomer hebben we onze dochter alsnog van ’t Hofnarretje gehaald. Er was zo veel onrust, ze konden ons niet garanderen dat de crèche twee maanden later nog zou bestaan. Mijn vriendin en ik hebben een eigen bedrijf. Wij kunnen ons niet veroorloven zonder crèche te zitten. De interim-directeur reageerde heel gelaten toen we vertelden dat we weggingen. Daar snapte ik niets van, je vecht toch voor elke klant? En zeker voor de klanten die waren gebleven na het misbruik, lijkt mij.

„Ik vond het verschrikkelijk om het aan de leidsters te vertellen. Dat we ze alsnog in de steek zouden laten, terwijl we dat niet wilden. De eerste dagen liepen zij als een lijk door de crèche. Ze martelden zichzelf met de vraag: waarom heb ik het niet gezien? Zij vonden het hun professionele taak om het misbruik te herkennen. Ik ben ervan overtuigd dat dit overal had kunnen gebeuren. Ik heb zelf geen schuldgevoelens omdat ik mijn kind naar ’t Hofnarretje heb gebracht. De structuur was er niet zó verrot, dat het daardoor kwam.

„Ik zelf vond Robert M. een creep, met dat hoge stemmetje, hij had iets transseksueels. Ik heb niets tegen transseksuelen, ik moest hem alleen niet. Maar de kinderen liepen met hem weg. Ik vind: je kunt iemand niet afwijzen op een gevoel.

„Onze zoon zat al een tijdje op school toen het misbruik bekend werd. Hij had in de groep van Robert M. gezeten. We lagen al in bed toen we gebeld werden door een andere ouder, die het ook net via via had gehoord. Die avond waren de informatiebijeenkomsten geweest. Wij hadden daarover geen bericht gekregen. Enkele dagen later zijn we wel door de politie gebeld. Op het bureau hebben we toen gehoord dat M. de naam van onze zoon had genoemd. Het misbruik ging ver, maar van penetratie was geen sprake.

„We keken naar onze zoon en zagen een gelukkig, vrolijk kind. Moesten we hem belasten met onderzoek? We dachten: op een gegeven moment zul je hier een streep onder willen zetten, waarom niet nu meteen? Dus dat hebben we gedaan. We hebben geen foto van ons kind aan de politie gegeven om te vergelijken met kinderporno. Ik denk dat er van heel veel kinderen pornobeelden over de wereld zwerven van wie de ouders dat ook niet weten. Wat heb je eraan?

„We hebben ook geen aangifte gedaan, mede omdat we een opvallende achternaam hebben. Ik moet er niet aan denken dat je over twintig jaar de naam van mijn zoon googelt en dan leest dat hij misbruikt is. Ook al zijn de dossiers van de kinderen nu geanonimiseerd, wij willen het risico niet nemen.

„De politie is een keer of vier langs geweest en heeft aangedrongen op het doen van aangifte. Maar ik ben de laatste keer heel duidelijk geweest: het gaat niet gebeuren. Voor de vervolging is het niet nodig, er zijn aangiftes genoeg. We hebben alleen onze ouders, broers en zussen en een enkele vriend verteld over het misbruik. Ik wil niet dat onze omgeving anders naar mijn kind gaat kijken.

„Verder gaan bleek easy, omdat het goed gaat met onze zoon. Hij heeft een keer een foto van Robert M. voorbij zien komen op televisie. Wij keken naar hem, hij gaf geen reactie. Maar mijn zoon hoorde niet bij de ergste gevallen. Ik wil niet zeggen dat ik vind dat andere ouders het ook zo hadden moeten doen.

„M. is nooit bij ons thuis geweest, denken we. We hebben hem wel eens gepolst om op te passen toen we omhoog zaten, per mail. Je vertrouwt iemand ook omdat hij op een crèche werkt. Het gekke is dat we, naarmate de tijd verstreek, begonnen te twijfelen. Hadden we hem echt niet over de vloer gehad? Misschien klinkt dat vreemd, maar dat is precies waarom we niet meegedaan hebben aan het onderzoek en de rechtszaak. Je gaat dan veel te veel nadenken en al het gedrag van je kind interpreteren. Komt het door het misbruik? En daarmee belast je je kind, daar ben ik van overtuigd.

„Ik lees de verhalen in de krant over het misbruik wel, maar soms diagonaal. Ik vind niet dat media terughoudend hoeven te zijn in het vermelden van feiten, maar in het begin had ik een meer dempende werking verwacht. Woorden als ‘pedopaleis’ op de voorpagina van een krant, dat vond ik stuitend. En dat Robert M. overal is afgebeeld zonder balkje voor zijn ogen gaat mij veel te ver. Justitie en politie zeiden dat ze dat deden om ouders meteen duidelijkheid te geven: heeft die man op ons kind gepast of niet? Maar ook zonder balkje was hij wel te herkennen. Voor ons, de ouders, was het verschrikkelijk hem steeds in de ogen te moeten kijken.

„Het is ook principieel: een verdachte is een verdachte, en als je daaraan tornt, kan het maar één kant op gaan. In mijn studietijd is een jongen aangeklaagd voor verkrachting door iemand die later een hysterische vrouw bleek te zijn. Anderen dachten: waar rook is, is vuur. Hij is beschadigd.

„Ik heb niet het gevoel dat ik Robert M. wil lynchen. Dat is niet nodig. Zijn leven is voorbij.”

    • Merel Thie