Een leraar moet homo kunnen zijn

De Grondwet geeft scholen de ruimte personeel te ontslaan om hun seksuele geaardheid.

PvdA en D66 willen dat gaan veranderen.

Je baan kwijtraken wegens je seksuele geaardheid. Het overkwam leraar Duran Renkema. Hij werd in september geschorst door het bestuur van de gereformeerde Dr. K. Schilderschool in Oegstgeest omdat hij een homoseksuele relatie had. De rechter besliste dat dit feit alleen geen reden voor ontslag was en gebood beide partijen met elkaar om de tafel te gaan zitten.

Deze maand maakte Renkema bekend dat het verschil van mening onoverbrugbaar was en dat hij een vertrekregeling heeft geaccepteerd. Het schoolbestuur beriep zich op het feit dat de onderwijsvrijheid, zoals vastgelegd in artikel 23 van de grondwet, het recht geeft personeel te ontslaan dat de grondbeginselen van de school niet onderschrijft.

Voorvallen zoals in Oegstgeest zijn zeldzaam, maar ze tonen de spanning tussen de vrijheid van onderwijs en andere rechten in de Grondwet. PvdA en D66 gaan daarom komend jaar wetsvoorstellen indienen die de manier moeten veranderen waarop artikel 23 kan worden uitgelegd.

Hun bezwaar tegen de huidige opvatting van de wet is tweeledig. Scholen kunnen met artikel 23 in de hand leraren en leerlingen weigeren die de grondslag niet voldoende onderschrijven. Daarnaast ligt het gevoelig als de overheid ingrijpt bij scholen waar het onderwijs niet deugt, zoals dit jaar het geval was op het Islamitisch College Amsterdam (ICA).

Bijzondere én openbare scholen staan onder toezicht van de onderwijsinspectie maar schermen, zoals het ICA, met de onderwijsvrijheid als de overheid dreigt in te grijpen. Met de huidige wetgeving kan het tot drie jaar duren voordat de inspectie een school als ‘zwak’ bestempelt. PvdA-Kamerlid Metin Çelik gaat nu een wet indienen die het makkelijker moet maken om snel in te grijpen bij scholen waar slecht onderwijs wordt gegeven – openbare én bijzondere.

Afbakening van de onderwijsvrijheid is geen afschaffing ervan, benadrukt Çelik. Vrijwel niemand wil tornen aan het grondwetsartikel zelf. Hoogleraar onderwijsrecht en lid van de Raad van State Ben Vermeulen constateerde onlangs bij een symposium van de Onderwijsraad over artikel 23 dat de meeste aanwezigen het bestaande bestel van bijzondere en openbare scholen wilden behouden. „Velen willen de pluriformiteit van de samenleving weerspiegeld zien in het onderwijs.”

Maar moet die pluriformiteit niet verder reiken dan de huidige toegestane denominaties? Wie nu een bijzondere school wil opzetten, moet kiezen uit een aantal in de wet vastgelegde concepten: een geloof of een pedagogische richting, zoals jenaplan- of montessorionderwijs. Het toevoegen van een nieuwe richting is mogelijk – het gebeurde bijvoorbeeld met Iederwijs – maar vergt veel bureaucratie en geduld.

D66-Kamerlid Boris van der Ham werkt aan een wetsvoorstel dat het makkelijker moet maken een school te stichten op basis van een nieuwe, nog niet in de wet opgenomen pedagogische visie. „Waarom zouden gevestigde richtingen en religieuze opvattingen een voorrangspositie moeten hebben? Misschien zijn er nog veel meer pedagogische concepten denkbaar. Ik wil met mijn voorstel dus geen rechten afpakken van ouders, maar de rechten van andere ouders verbreden.”

Volgens hoogleraar Vermeulen zal dit in de praktijk waarschijnlijk niet werken. Want welke pedagogische concepten zijn voor de overheid aanvaardbaar en welke niet? „Hoe beslis je wat onzin is?”

Het voorstel van Van der Ham is het begrip ‘richting’ helemaal uit de wet te schrappen. Dat zou betekenen dat een groep ouders alleen nog voldoende handtekeningen hoeft te verzamelen om een school te mogen opzetten. Verantwoording afleggen over een grondslag – religieus of anderszins – zou dan niet meer nodig zijn.

Çelik en de PvdA willen verder dat leerlingen niet zomaar geweigerd kunnen worden. Daarom werkt hij nu een wetsvoorstel uit dat neerkomt op een acceptatieplicht voor scholen van leerlingen.

En dan is er nóg een wetsvoorstel in behandeling om een einde te maken aan de zogenoemde ‘enkele feit-constructie’, die van belang was in de zaak van de homoseksuele leraar Renkema. Van der Ham van D66: „Nu is het nog zo dat je een leraar niet mag ontslaan om het enkele feit dat hij bijvoorbeeld homoseksueel is; er moeten bijkomende redenen voor zijn. Wij vinden dat iemands geaardheid helemaal geen rol zou mogen spelen. Als die wet door de Kamer wordt aangenomen, zullen gevallen als die van die leraar in Oegstgeest tot het verleden behoren.”