Deze Kerst is de VPRO kampioen bezinning

Toen het Friese dorp Oostermeer nog niet bekendstond als geboorteplaats van Doutzen Kroes, kwam er vier keer per week een bakker aan huis: twee keer een hervormde en één keer een gereformeerde en een vrijzinnige.

Dat leren we uit de special van Andere tijden (NTR/VPRO) over Nederlands dorpsleven in de jaren 50 en 60, weer zo’n mooie compilatie van archiefmateriaal uit diverse bronnen.

De levensbeschouwelijke gezindheid van de leveranciers werd geacht de plaatselijke demografie te weerspiegelen, want als gereformeerde kocht je natuurlijk geen hervormd brood.

Het Nederlandse omroepbestel is nog steeds langs die lijnen georganiseerd. Wel is het percentage zendtijd voor christelijke omroepen (KRO, NCRV, EO, IKON, RKK), ook na de herindeling, veel hoger dan dat van gelovigen onder de huidige bevolking.

Het kerstaanbod op televisie wordt gekenmerkt door noodgrepen om de niet-gelovige meerderheid toch bij de les te houden. Op diverse locaties moeten kerstconcerten een warm gemeenschapsgevoel oproepen, door een mix van traditionele kerstliederen, het Amerikaanse songbook en een vleugje André Hazes.

Voor de verdieping wordt ook al een beroep gedaan op Bekende Nederlanders. Cabaretier Herman Finkers is dol op bijbelse tradities, dus die kun je elk jaar opnieuw vragen, net als prominent priester Antoine Bodar.

In Het hoogste woord (NCRV) probeert Klaas Drupsteen vergeefs aan Mart Smeets een bekentenis te ontfutselen dat zijn werkdrift voortkomt uit angst voor de leegte. En Bodar zelf zaagt in Eeuwigh gaat voor Oogenblick (RKK) Paul Witteman door over zijn afvalligheid, want de presentator noemt zich nog steeds een ‘cultuurkatholiek’. Witteman is overigens op z’n best als hij zijn atheïsme en rationalisme met vuur verdedigt.

De beste ‘Kerstprogramma’s’ over bezinning waren van de VPRO: een nieuwsgierige en open special over Jezus van Motel De Jong (weer met Bodar) en de opening van een nieuwe serie Wintergasten.

In het huis van een vriend in Cambridge vertelde psychiater en auteur Theodore Dalrymple aan Raoul Heertje over een recent bezoek aan een kinderbegraafplaats. Bij een steen uit de jaren 60 stonden twee verse bloemen. Die maakten meer indruk dan de zee aan beertjes, speelgoed, voetbalshirts en andere parafernalia bij de recentere graven. Het komt volgens Dalrymple ook door de media dat mensen denken dat als ze niet luidkeels en opzichtig rouwen, ze verdacht kunnen worden van gebrek aan verdriet.

Het gesprek was een goede inleiding op Dalrymples waarschuwing tegen sentimentalisering. Ik had hem graag ook gehoord over Oh Oh Cherso en BNN-kannibalisme.

    • Hans Beerekamp