Angsthazencultuur

So I’ll make my stand

And remain as I am

And bid farewell and not give a damn

(Bob Dylan, Restless Farewell, 1964)

Een treffende passage in de kersttoespraak van koningin Beatrix was haar oproep ons niet te laten leiden door angst. „Met kennis en informatie kunnen wij ons wapenen. Daarmee mag niet angst de drijfveer worden maar een nieuw gevoel van universele verantwoordelijkheid.” Dat sloot mooi aan bij Handels Messiah, die nog in mijn oren klonk na de schitterende uitvoering door het Britten Sinfonia-ensemble in het Concertgebouw, met de regel uit Jesaja 40: Lift up thy voice, be not afraid.

Verhef uw stem, vrees niet. Maar vaak lijkt het alsof de angst regeert. Als ik het woord van 2011 had mogen kiezen, was het geen neologisme als ‘tuigdorp’ geworden, maar ‘angstcultuur’. Dat woord is het afgelopen jaar zo vaak gebruikt dat er een zekere inflatie te bespeuren valt. Vooral als er sprake is van misstanden in bureaucratische of hiërarchische organisaties, is de klacht over een om zich heen grijpende angstcultuur niet van de lucht.

Uit het rapport van de commissie-Deetman blijkt dat het kindermisbruik door geestelijken „in brede kring onder het katholieke volksdeel bekend was”, maar men zweeg uit angst of overdreven achting voor de kerk. Het nieuws in 2011 wemelde van de angstcultuur in zorg- en onderwijsinstellingen. Het gaat meestal over managers die hun ondergeschikten met een beroep op het belang van de organisatie intimideren om te verhinderen dat fouten openbaar worden. Voorbeelden te over. Zelfs toezichthouders, die het openbaar belang moeten dienen, zijn ermee besmet. Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg wordt volgens ingewijden elk falen afgeschermd omdat er een „angstcultuur” zou heersen.

Het Centraal Orgaan Asielzoekers kwam in het nieuws wegens de „angstcultuur” onder het bewind van directeur Nurten Albayrak en toezichthouder Loek Hermans. Medewerkers van de multiculturele welzijnsorganisatie Forum beschreven directeur Sadik Harchaoui als iemand die zich omringt met een „hofhouding” van getrouwen en kritische mensen „terugpakt”. Angstcultuur.

De Schiedamse burgemeester Wilma Verver (VVD) moest vertrekken omdat zij verantwoordelijk was voor een „angstcultuur” in het gemeentelijk apparaat. Deze maand kwam het publiek te weten dat de zorg voor patiënten op de intensive care van het VU Medisch Centrum in gevaar is. Reden: er heerst een angstcultuur waar tegenspraak niet wordt geduld.

De Hogeschool van Amsterdam kwam in opspraak wegens vermeende fraude met diploma’s. Volgens 53 anonieme docenten is de hogeschool in de greep van, inderdaad, een angstcultuur. Rector Jet Bussemaker noemde het zorgelijk dat mensen zoiets niet openlijk durven zeggen. „Maar”, vroeg zij zich af: „Komt dat door een angstcultuur, of is het een angsthazencultuur?” Dat is wat mij betreft de enige vraag die ertoe doet.

Leve de mensen die hun mond wel durven opendoen. We wonen toch zeker niet in Noord-Korea? Zelfs ambtenaren hebben vrijheid van meningsuiting, alleen beperkt door de wettelijke geheimhoudingsplicht. Het is tot daar aan toe als iemand wegens zorg om zijn functie, promotiekansen of hypotheek verkrampt in een door hiërarchische verhoudingen bepaalde discussie. In sommige beroepsgroepen is het echter geen incident, maar een regelrechte bedreiging van de democratische rechtsstaat als men zich het zwijgen laat opleggen. Als de Hoge Raad zwicht, of als de journalistiek buigt, is dat geen zwakte – dan gaat het licht uit.

Het oud-lid van de Hoge Raad Peter Kop heeft in deze krant zaterdag een principieel en moedig, juridisch beargumenteerd, pleidooi gehouden voor de vrijheid van meningsuiting van leden van de rechterlijke macht. Het komt erop neer dat gerechtelijke bestuurders zich gedragen als ambtelijke meesters van onafhankelijke magistraten. „Zij kijken bezorgd naar Geert Wilders en naar alles wat zich rondom hem afspeelt. Ze kruipen, naar het schijnt, bijna angstig in hun schulp.” Kop constateert in wezen een ernstige aantasting van de discussievrijheid en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, een terugwijken dus van de rechtsstaat voor de PVV.

Ook bij de media is het ergste wat de vrijheid van meningsuiting bedreigt het oprukken van een angstcultuur, of beter een angsthazencultuur, vooral bij de publieke omroep. Daar vragen ze zich voortdurend af: zijn we wel rechts genoeg? Houden we wel genoeg rekening met de tegenstanders van het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet en het Europese Mensenrechtenverdrag?

Dat zijn de foute vragen. Waar het om draait, is de vraag: zijn we wel onafhankelijk genoeg? Censuur vormt hier geen bedreiging. Zelfcensuur, hetzij van hele nieuwsorganisaties of van individuele journalisten is wél een reëel gevaar. Zelfcensuur is een innerlijke neiging uit de wind te blijven, zich verdekt op te stellen. Economische overlevingsdrang, meepraten met de vox populi, hopen dat de gure wind overwaait – ook dat is angstcultuur, voortkomend uit volgzaamheid en gedweeheid. De zelfcensor kan alleen bij zichzelf te rade gaan om z’n eigen, veelal onbewuste, angsten te overwinnen.

Dit was mijn laatste column. Ik dank de lezers zowel voor hun aanmoediging als hun kritiek.

    • Elsbeth Etty