Beroemd om het verkeerde boek

Kester Freriks meent dat H. Marsman ook ‘beroemd is om het verkeerde boek’. Heeft u een leuke toevoeging? Reageer op Steinz’ blogpost over Herman Melville.Wilt u kans maken op een prijs? Stuur een stuk van maximaal 250 woorden vóór vrijdag 30 december naar boeken@nrc.nl o.v.v. Beter Boek.

Toegegeven, het zijn tot de verbeelding sprekende versregels uit het gedicht ‘Herinnering aan Holland’ van H. Marsman. Ze hebben zich zelfs in het collectieve geheugen genesteld: ‘Denkend aan Holland / zie ik brede rivieren / traag door oneindig/ laagland gaan.’ Maar komen ze ook uit Marsmans mooiste gedicht?

Marsmans oeuvre telt zo’n 150 verzen. Geen ervan bezit het vloeiende ritme van ‘Herinnering’. Integendeel, Marsmans poëzie onderscheidt zich door een vaak hoekige ritmiek. ‘Groots en meeslepend wil ik leven! / hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!’ Alleen al de uitroeptekens kenmerken de stijl van de expressionist: fel en bewogen

In zijn mooiste gedicht, ‘De bruid’, geschreven tussen 1929 en 1933, zien we een Marsman die de uitersten van het dichterschap in zich draagt: de gevoelvolle lyricus én de bewogen expressionist. De eerste regels: ‘Ik dacht dat ik geboren was voor verdriet // en nu ben ik opeens een lied // aan ’t worden, fluisterend door het ijle morgenriet.’ De ‘bruid’ in dit gedicht is symbolisch; zij is eigenlijk een rivier, ja, dezelfde Hollandse rivier uit ‘Herinnering’. Er staat: ‘nu smelt ik weg en voel mij openstromen / naar alle verten van den horizon’. En: ‘de schaduwen van blinkend witte wolken / bespelen mij en overzeilen mij.’

Het gedicht evoceert een sensuele jonge vrouw die verwachtingsvol het leven tegemoet treedt. Zij is ‘volgegoten met geluk.’ Het vers omspant het universum, lees maar: ‘de tranen die ik schreide en de zuchten / zie ik vervluchtigen tot regenbogen / die van mijn ogen springen naar de zon.’ De kracht ervan ligt in de verrassende slotregels: ‘waar zijn de bergen van den horizon // ik zie ze niet.’ Prachtig. De toon lijkt in mineur te eindigen, maar het is majeur: er zijn geen bergen, dus geen belemmering in het leven van deze vrouw. De bruid behoort tot een bijzonder poëtisch genre, de kosmische zelfvergroting. De grenzen van het ik, het eigen lichaam, worden overschreden. In de Nederlandse poëzie van het laagland is dat uiterst zeldzaam. En, bovendien: het is een gedicht dat over het dichten zelf gaat. Dat heet weer immanente poëtica. Zoveel bijzonders in een gedicht, prachtig!