Zoetgevooisd gevaar

Frank Sinatra's debut at the Hollywood Bowl, 1943. Photo: Music Center Archives, Otto Rothschild Collection.

Sinatra singsCanvas, 22.00 - 23.20 uur

Velen kennen de Amerikaanse zanger Frank Sinatra (1915-1998) nog voornamelijk van zijn latere hits: het zoetige Strangers in the night, de draak My way of New York, New York. Maar die gemoedelijke late roem is bedrieglijk. Op zijn hoogtepunt in de jaren vijftig vertegenwoordigde The Voice, zoals Sinatra genoemd werd, iets heel anders: het zoetgevooisd gevaar.

Hij was geen prettige man in de omgang, onderhield betrekkingen met de maffia en was verwikkeld in talrijke ruzies, vecht- en schietpartijen met casino-eigenaren, platenbazen en anderen in zijn omgeving. De FBI hield sinds de jaren veertig een dossier over hem bij. Hij kende vier stormachtige huwelijken, en werd in 1943 op psychische indicatie afgekeurd voor militaire dienst.

Het is de agressieve ongedurigheid die aan Sinatra’s beste ballads hun zonderlinge intensiteit en verleidelijkheid geeft. Op zijn best is hij als in een lied liefde en doodsverlangen, Eros en Thanatos, elkaar ontmoeten. Zulke songs werden in de vorige eeuw meer geschreven dan nu. In zijn eerste hit All or nothing at all (1939, met het orkest van Harry James) toont de zanger zich bereid zijn leven te vergooien wanneer de vrouw van zijn keuze zich niet geheel geeft. In I’ve got you under my skin (1956, met het orkest van Nelson Riddle) verklaart hij een liefde waarvan hij weet dat die tot zijn ondergang leidt.

Dames opgepast! Doodsverlangen en zelfvernietiging maken deel uit van het instrumentarium van de verleider, vormen zijn zwaar geschut. Die prachtige donkere stem, de zoete woorden, en niet te vergeten de uitgekiende arrangementen van al die big bands waarmee Sinatra gewerkt heeft, nemen je mee naar een afgrond van liefde.

Raymond van den Boogaard

    • Raymond van den Boogaard