‘Wij, burgers van cyberspace, eisen onze broncodes’

Ik probeer altijd sceptisch te blijven over ICT-denkers die claimen dat de samenleving revolutionair verandert door de digitalisering van Alles. Zeker, zo is het, maar de krant wordt nog steeds bezorgd. En zolang ik op tijd alle updates installeer, ook in m’n eigen hoofd, hou ik de veranderingen wel bij. Maar na de oratie van

Ik probeer altijd sceptisch te blijven over ICT-denkers die claimen dat de samenleving revolutionair verandert door de digitalisering van Alles. Zeker, zo is het, maar de krant wordt nog steeds bezorgd. En zolang ik op tijd alle updates installeer, ook in m’n eigen hoofd, hou ik de veranderingen wel bij.

Maar na de oratie van Mireille Hildebrandt donderdag in Nijmegen ben ik uit mijn comfort zone. Zij schetst hoe rechtsrelaties in cyberspace structureel veranderen. Vrijwel alles wat we zien, wat we weten en wat er beslist wordt, is de uitkomst van geheime algoritmes op de computer. Daarbij raken rechtsbeginselen als privacy, discriminatieverbod en gegevensbescherming uit het zicht. De beginvraag ‘mag dat wel’ wordt ingehaald door ‘het kan, het gebeurt, dus het is wel best zo’. En àls de burger al een akkoordje moet aanvinken op zijn scherm, gebeurt ook dat automatisch. Zij heeft het over de ‘computationele wending’ in de rechtsorde. Haar conclusie: in de nieuwe techniek moet rechtsbescherming standaard worden ingebouwd. Aan meer papieren wetten is hier geen behoefte.

Vorige maand zat ik op een studiemiddag over de ‘cookiewet’, die het automatisch verzamelen van informatie over surfgedrag aan banden moet leggen. Cookies zijn kleine peilbakens die worden geplaatst door websites die je bezoekt. Ze houden bij hoeveel en welke pagina’s je bezocht (zodat je terug kunt bladeren), ze personaliseren websites en houden je ingelogd.

Reuze handig, maar ze passen ook de advertenties aan op jouw zoekgedrag. Ze vertellen door waar je was en wie je bent. Dat ‘track and trace’ is een voorbeeld. Wie vandaag online een vliegticket zoekt, wordt nog dagen automatisch getrakteerd op hotel- en huurauto opties in de plaats van bestemming. Websurfen doe je tegenwoordig wadend door een veld vol luistervinken, geplaatst door advertentienetwerken, die zien hoe vaak u ‘like’ op Facebook aanklikt en wat u zocht en kocht.

Hildebrandt, nieuw hoogleraar ‘ICT en rechtsstaat’, beschrijft de ‘cognitieve economie’, de handel in informatie die met elkaar in verband is gebracht. Alles draait nu om ‘patroonherkenning’ – het voorspellen van gedrag op basis van digitale sporen. Die informatie is veel geld waard. In cyberspace staat behalve wat je er deed inmiddels ook vrijwel vast wat je straks gaat doen. Je gedrag wordt voortdurend opgeslagen en met gelijksoortige anderen vergeleken: „Om je preferenties te achterhalen, risicovol gedrag te voorzien, prijzen aan te passen, of problemen te voorspellen. En hoe meer cyberspace de toekomst weet te voorspellen, hoe meer het die toekomst ook lijkt te maken”, zegt zij.

Dankzij deze patroonkennis wordt de vrije handelingsruimte van de burger ongemerkt kleiner. Internet, ooit de gedroomde vrije anonieme ruimte waarin je een second life kon beginnen, desnoods als hond, is nu een gouden kooi waarin de gebruiker exact die prikkels krijgt die statistisch zijn afgeleid uit zijn voorkeuren. Ieder leeft in zijn eigen dorp met zichzelf als ijkpunt, met aanbiedingen op smaak, voorgesorteerde informatie en toezicht op maat.

Het recht moet de digitale burger volgens Hillebrandt weer greep geven op de juistheid, betrouwbaarheid en relevantie van de informatie die over hem wordt verzameld. Vooral de rechten op privacy, gegevensbescherming, gelijke behandeling en op tegenspraak worden geraakt door wat zij de nieuwe ‘IT-inkijkstructuur’ noemt. De burger moet weten welke risicoprofielen over hem bestaan en moet kunnen zien hoe die worden beïnvloed.

Er zou daarom een grondrecht op de betrouwbaarheid en doorzichtigheid van cyberspace moeten komen. De burger moet zicht krijgen op de manier waarop hij wordt ‘gelezen’ op internet. „De burger, consument, gebruiker kan dan veel beter inschatten welke machinaal leesbare gedragingen zij unplugged (onbespied) wil verrichten”. Zij stelt zich programmaatjes voor waarmee de burger op ieder moment ‘onder water kan kijken’ om te zien „wie er vanuit welke locatie meekijkt, wat voor profielen de ‘content’ bepalen die we te zien krijgen en hoe data-analyse de beslissingen beïnvloedt waarmee we worden geconfronteerd”. Zodat je kunt begrijpen waarom jouw zorgtoeslag wordt geweigerd, je aanbetaling zo hoog uitvalt en waarom je al dagen alleen maar advertenties voor damespumps te zien krijgt. (‘En wie is er weer via mijn pc online wezen shoppen?’) ‘Wij, burgers van cyberspace’ moeten dus toegang tot de broncodes bedingen, zegt zij. Argumenten als bedrijfsgeheimen, nationale veiligheid of auteursrecht waar bedrijven of overheden mee zullen komen, moeten daar voor wijken. Wie hecht aan een scheiding tussen de publieke en private versie van zijn leven moet dat verdedigen.

    • Folkert Jensma