We zijn de kwijt wildheid

Natuur is geen luxe, vindt thrillerschrijver en natuurbeschermer Thomas van Slobbe. ‘Het gaat om ons eigen overleven.’

Eigenlijk, zegt hij, moeten mensen dit interview buiten lezen. Binnen praten over de natuur, het heeft iets absurds. „Binnen heb je heel andere gesprekken dan buiten.”

Thomas van Slobbe (1957) is de oprichter en de directeur van Stichting wAarde, een ‘denktank’ in Beek-Ubbergen achter Nijmegen die Nederlanders in contact probeert te houden met de natuur. Hij bedacht het smulbos, waar mensen bessen zouden kunnen zoeken en noten zouden kunnen rapen en hij omheinde een ‘lege plek’ op een geheime locatie, zodat de natuur in het volle Nederland tenminste ergens haar gang zou kunnen gaan.

Tegenwoordig werkt zijn stichting veel met straatjongeren. Die zeggen tegen Thomas van Slobbe dingen als ‘Vogels? Ik hoor nooit vogels, ik heb altijd mijn i-Pod op.’ En: ‘Dan zet je het Groene Hart toch gewoon op internet?’ Komend voorjaar plant hij met jongeren een Avatarbos, natuur die net zo mooi moet worden als in de gelijknamige animatiefilm.

En dan schrijft Van Slobbe nog thrillers, onder het pseudoniem Ruben van Dijk. Ecothrillers worden ze ook wel genoemd, spannende boeken met milieuvraagstukken erin. Het Kyotocomplot draaide om obstructie van klimaatbeleid, in Graan vaagde een virus de wereldgraanvoorraad weg, waarna de Chinezen in no time alle soja opkochten. Zijn nieuwste, Wild Water, verschijnt half januari en behandelt het volgende scenario: tijdens een februaristorm breekt de dijk bij Katwijk door, op twee plekken. Gaat het om een terroristische aanslag? In een mum van tijd staat Zuid-Holland onder water. De flirt van kantoorgenoten Anne en Wessel verandert in één klap in een overlevingsstrijd.

Waarom schrijft een milieuactivist thrillers? Verhalen, zegt Thomas van Slobbe, kunnen misschien wat vergaderingen en lobby’s niet kunnen. “Ik probeer verder te kijken dan de strategische discussies in de natuurbeweging; gepraat in zaaltjes onder tl-licht, woorden als compensatienatuur, natuurdoelen – binnenwoorden. Iets wat vanzelf zou moeten spreken, natuurbescherming , is tegenwoordig veranderd in een talkshow waar voor- en tegen-standers elkaar met argumenten bevechten. De straatwaarde van een begrip als duurzame ontwikkeling is nihil. Misschien dat ik mensen van het belang van natuur kan doordringen met een spannend verhaal, met lévende kennis.”

Waarom is dat belangrijk?

„We leven onder een dikke deken van comfort. Zo dik, dat we dat niet eens meer beseffen. Alles is geregeld. We vertrouwen op de overheid en Albert Heyn, we hebben volstrekt geen KrisenKompetenz, geen vermogen om met risico’s om te gaan. Als we het bos in gaan, staan er bordjes: pas op! vallende takken! speel niet met vuur! Heel af en toe komen we nog in aanraking met oerkracht, met rauwe ervaringen. Als er iemand doodgaat. Als er een kind geboren wordt. En in de natuur. Ik heb eens zelf vastgezeten in een ondergrondse rivier in Turkije. Ik kon geen millimeter meer voor- of achteruit, en dacht dat ik daar, op die plek, zou sterven. En ik stond een keer op het dek van een schip, in de Golf van Biskaje, met golven van twaalf meter hoog. Ik zag vliegende vissen, dolfijnen, ik genoot. Opeens sleurt iemand me naar achteren. Het zelfde moment slaat er een enorme golf over het dek. Ik zou zeker overboord zijn geslagen. Ik stond te trillen op mijn benen.”

U pleit voor de bijna-dood ervaring.

„Vraag mensen naar hun piekerervaringen, en ze komen met dit soort verhalen. Ze zoeken het sublieme op, zij het vooral in hun vakantie. Kennelijk missen we iets. Als samenleving hebben we wildheid afgedempt, iedere naakte ervaring uitgebannen. Daar betalen we voor met antidepressiva, slaapmiddelen en excessen van geweld zoals van hooligans. Mensen schuilen voor de regen. Terwijl je, als je door wandelt in de regen, daarna zegt: wat was dat fijn.”

Maar onze geschiedenis ís: schuilen voor de regen. Stuur een mens uit kamperen en hij begint meteen aan zijn comfort te werken. Dat is zo ongeveer de definitie van het beschavingsproces.

„Ja, we zijn heel succesvol geweest in het loskomen van de natuur, zeker in Nederland. Vijf jaar geleden dacht ik: het is ons te goed gelukt, laten we wilde natuur in Nederland terugbrengen. Maar ik ben daarvan teruggekomen. De wildheid komt nu vanzelf terug, in de vorm van extreem weer door klimaatverandering.”

U ziet scheurtjes in de deken van comfort.

„Scheuren. Systemen wankelen, en we beginnen dat te zien. Door de voedselcrisis, de financiële crisis. Mensen dachten dat hun leven zeker was van de wieg tot het graf, maar dat blijkt een illusie. Stel dat er geen geld meer uit de muur komt? Stel dat in Albert Heyn de schappen een keer leeg zijn? Kunnen we onszelf nog redden? Mensen denken: als het gevaarlijk is, staat er wel een bordje. Maar dat is niet zo. In Bangladesh overleven doorgaans meer mannen dan vrouwen overstromingen. Waarom ? Meisjes mogen er niet in bomen klimmen. Jongens wel.”

In bomen klimmen, dat zouden we hier ook vaker moeten doen, wil hij maar zeggen. Voor Wild Water nam Thomas van Slobbe alle rapporten over watersnood door. „Daar staat het gewoon in. Als de Randstad onderloopt, waar drie miljoen mensen wonen, dan kunnen die niet allemaal gered worden. Wie baby is, invalide, of bejaard, heeft pech.”

We moeten tegenwoordig allemaal een noodpakket in huis hebben.

„De overheid erkent: als het fout gaat kunnen we niet iedereen redden. Maar als ze dat roepen, veroorzaken ze paniek. En dus sporen ze ons aan onszelf te redden, maar zó voorzichtig! Zó niet urgent! Ondertussen is er een kans van ongeveer 1 op 2000 dat de dijken doorbreken. Dat is minder klein dan je op het eerste gezicht denkt. Rotterdammers leven op sommige plekken bijna zeven meter onder zeespiegel. Kijk omhoog en realiseer je hoeveel dat is. Neem verantwoordelijkheid, vertrouw niet op structuren. In de straatjongeren met wie ik werk herken ik iets van het elan dat we nodig hebben in dit gecapitonneerde land.”

Thomas van Slobbe zucht en kijkt schuin naar beneden. Praten over de comfortzone heeft weinig nut, vindt hij. Je moet eruit! Voor Graan vastte hij een week en at een regenworm. Voor Wild Water liet hij zich begin dit jaar afzetten op Rottumerplaat en bracht daar een aantal nachten door. „Rottumerplaat is een eiland zonder paden, zonder sporen. Het is zo ongeveer het enige stukje echt ongerepte natuur in Nederland. Dan loop je daar rond. Je bent moe, maar je kunt niet slapen van de kou, want het is zó koud dat je spieren het lijken te begeven. De golven houden niet op, op den duur lijkt het alsof ze tegen je praten. Zó bijzonder.”

Maar wat moeten natuurbeschermers die de Ecologische Hoofdstructuur proberen te redden met dit alles?

„Natuur zit óók in de comfortzone, mede dankzij veel natuurbeschermers. Het geldt als mooi, je moet ervan kunnen genieten. En dus wordt het als luxe gezien. Daar hebben natuurbeschermers te lang op ingezet, ikzelf ook. Maar natuurbescherming gaat om ons eigen overleven. Het World Risk Report 2011 schat onze kans op een fikse overstroming hoger in dan die van Bangladesh. Zaken als klimaatverandering en waterbeheer zouden de hoogste prioriteit moeten hebben.”

Daar denken politici anders over.

„Het belangrijkste dat je tegenwoordig over politiek kunt zeggen, is dat die steeds minder relevant wordt. Politici hebben geen macht over de systeemcrises waarin we zitten.”

U heeft al onderzocht hoe het is als natuur verdwijnt.

„Dat vond ik moeilijk, me daar als natuurbeschermer rekenschap van te geven. Maar technologisch gezien is het misschien waar. We redden de natuur niet, maar wie weet, regelen we op de lange termijn vervanging. Voor 50.000 euro kun je je kat al laten klonen. Kunstmatige fotosynthese is er nog niet, maar komt er wel. Misschien leren we het klimaat uiteindelijk kunstmatig beheersen, zoals bij een thermostaat. Natuurbeleving kan overgeheveld worden naar virtual reality. Dat gebeurt trouwens al. Jongeren zijn gek op mooie natuur in games als World of Warcraft, natuur waar ze niet voor naar buiten hoeven.”

Maar u wilt dat niet.

„ Nee. Ik wil niet in een wereld leven zonder natuur. Die is de essentie van ons mens zijn, verknoopt met onze ziel. Ik vind dat je het niet kunt maken om ander leven te vernietigen”

Dat is een zuiver persoonlijk argument. Waarom moet het mij kunnen schelen?

„Ethiek ís persoonlijk. Als ik nu bijvoorbeeld zeg dat we afstevenen op een ramp, of dat wij mensen als meest dominante soort verantwoordelijkheid dragen voor de natuur, brengt een ander daar weer iets tegen in. En dan zit je al snel weer te argumenteren. Natuurlijk vind ik het heel triest dat in deze samenleving die ethiek van zorg verdampt is. Dat we geen vanzelfsprekende aandacht voor planten en dieren hebben. Vanzelfsprekend vind ik het treurig dat ik moet onderbouwen waarom natuur belangrijk is. Ik wíl dat ook niet meer. Natuur laat zich niet in argumenten vertalen, omdat we zelf natuur zijn.”

En dan gaan we dus maar naar buiten. We lopen door het bos naar Beek. We zien twee buizerds. De zon schijnt, het is veel te warm voor de tijd van het jaar. Alles is schitterend. Het is de laatste mooie dag voordat er weer een week van slagregens volgt.

    • Maartje Somers