Wat moet ik als gulden?

Ik groeide op in een ‘kansarm’ gezin. Alleenstaande bijstandsmoeder, achterbuurt, u kent het wel. Gelukkig is er de liberale belofte die mij mobiliteit op de maatschappelijke ladder garandeert. En het klopt. Ik heb gestudeerd en ik heb al even mogen ervaren hoe het voelt om een kwartje te zijn. Even, al moet ik er wel bij zeggen dat ik daar de benen voor uit mijn lijf heb geklommen.

Dat ik uit de zogenaamd sociaal-maatschappelijke onderklasse kom, beïnvloedt de manier waarop ik tegen geld aankijk en hoe ik ermee omga. Dat is in vele opzichten positief. Ik weet geld op ‘waarde’ te schatten, ben weinig materialistisch, doe niet aan verspilling, ik recycle, geef aan het goede doel, et cetera. Tegelijkertijd zetten mijn ervaringen me muurvast. Ik heb ervaren hoe onrechtvaardig het leven aan de ‘onderkant’ van de samenleving kan zijn. Wat het niet hebben van geld kan betekenen. Hoe het wel hebben van geld blinde vlekken bij mensen veroorzaakt. Mijn verhouding tot geld is ambivalent: ik wil het, want ik weet dat het mijn leven en dat van anderen kan verlichten. Maar ik wil het ook niet: het is de duivel.

Er was een moment na mijn studententijd dat ik ineens in de plus stond. Dat was vreemd. Het voelde als een enorme verantwoordelijkheid. Ik werd er doodzenuwachtig van. Ik probeerde zo verstandig mogelijk te doen. Ik verlaagde mijn kredietlimiet en ‘investeerde’ in roerende zaken, zoals meubels. Ook daarna bleef de situatie stabiel. Het was onwerkelijk. Ik steunde mijn familie, kocht biologisch vlees, ging op vakantie en uit eten.

Het was een geweldige, maar toch verkrampte toestand. Ik heb altijd gedacht dat ik door mijn achtergrond goed met geld om kon gaan, terwijl wat ik goed kon eigenlijk was: met geen geld om kunnen gaan. Met echt geld omgaan kan ik niet zo goed. Dan bevind ik me aan de andere kant van een onrecht en voel ik me schuldig. De keuzes van een kwartje weet ik nog wel te verantwoorden, maar hoe moet dat als ik ooit een gulden word? Wanneer je gelooft, echt gelooft dat je in essentie niet meer verdient dan een ander, wordt het hebben van geld een onuitstaanbaar moreel dilemma. En zo zuig ik het geluk uit geld.

Mara van Haasen

Maastricht