Vogels, wolken, vermicelli, mist en angst

Terug naar eerder werk. Voor de gelegenheid terug naar de robotvogels die vorige week in deze bijlage ter sprake kwamen, zij het niet in deze rubriek. Maar dat had net zo goed wel gekund.

Het betreffende artikel beschreef hoe het Duitse bedrijf Festo een mooie, meeuwachtige kunstvogel had weten te bouwen die echt klapwiekend vliegen kon. De vogel kreeg afgelopen zomer veel aandacht, omdat Festo hem ijskoud op grote conferenties en congressen boven het publiek los liet. Dat kon gevaarloos omdat de SmartBird extreem licht is en bovendien, maar ook juist daardoor, heel langzaam vliegt met relatief grote vleugels. Daar zit een logisch verband tussen, en dat kwam vorige week ook ter sprake.

Nader onderzoek leerde dat de SmartBird niet uniek was en geen speciale ontwikkelingsstap vertegenwoordigde in de evolutie van de ‘ornithopters’, zoals de gangbare aanduiding is voor dit soort kunstvogels (www.ornithopter.org). De Enschedese valkenier Robert Musters bouwt schitterende vogels die vogelachtiger vliegen dan de SmartBird en ook overigens dichter bij een echte vogel komen. De aan Wageningen Universiteit verbonden Delftse vliegtuigbouwer David Lentink wil hier nog eens benadrukken dat de SmartBird zo weinig energie verbruikt omdat hij zo’n onnatuurlijk lage vleugelbelasting heeft en alleen al daardoor ‘niet als een echte vogel’ vliegt.

Lentink was zelf, nog aan de TU Delft, betrokken bij de ontwikkeling van de ornithopter DelFly die met een spanwijdte van 10 cm weliswaar meer lijkt op een libel dan op een echte vogel, maar in wetenschappelijk opzicht een veel interessantere klapvlucht uitvoert. De DelFly (hier op de foto) is op basis van meetgegevens door studenten geoptimaliseerd en als zodanig mondiaal vermaard geworden. Het was de eerste ornithopter die zowel stil kon hangen in de lucht als heel snel vliegen, en – later – zelfs vertikaal stijgen en landen. Belangrijk: de DelFly werd elektrisch aangedreven en was niet, zoals vorige week beweerd, rubber powered, dat wil zeggen voorzien van zo’n getordeerd rubberen postbode-elastiek dat in Duitsland een Gummimotor wordt genoemd. Alleen vroege prototypes waren gemakshalve uitgerust met dit twisted rubber.

De Gummimotor kwam hier al eens eerder ter sprake (december 2003). Toen ging het om de vraag hoeveel energie er in het elastiek kan worden opgeslagen. Op internet is dat nog steeds een kwestie die regelmatig terugkeert. Het goedje reageert zo vreemd op het torderen dat het antwoord het makkelijkst proefondervindelijk gevonden wordt. Het is een kleine moeite om een gewicht omhoog te laten takelen door een wrijvingloos werkende Meccano-lier die rubber powered is. Uit massa en stijghoogte van het gewicht is dan de geleverde energie te berekenen.

Op 10 december kwam in een enigszins gecompliceerd betoog ter sprake dat heel veel wolken, misschien wel de meeste wolken, opvallend plat zijn aan de onderkant, en dat heel veel mensen, misschien wel de meeste mensen, dat nooit doorkrijgen, maar dat je, als je het eenmaal door hebt, soms kan gaan geloven dat alle wolken plat zijn aan de onderkant, wat ook weer niet het geval is. De mooiste wolken die niet plat zijn aan de onderkant, kreeg de lezer nog op de valreep te horen, zijn de wolken van de soort cumulonimbus mammatus. Ze waren opgespoord in een willekeurige wolkenatlas. Het zijn onweerswolken met enigszins afgeronde uitzakkingen aan de onderkant.

Baltus Zwart, gepensioneerd hoofdmeteoroloog van het KNMI, stuurde een artikel van eigen hand uit het maandblad Zenit (juli/augustus 2007) dat geheel aan de cumulonimbus mammatus is gewijd. ‘Mammatus’ blijkt te verwijzen naar vrouwenborsten – wie had dat kunnen denken. Het stemt tevreden dat ook Zwart vindt dat de buidelvormige aanhangsels een dreigende, nee: apocalyptische uitstraling hebben. Hun ontstaanswijze is al lang geleden beschreven en verklaard door de beroemde aerodynamicus Ludwig Prandtl (1875-1953). Er blijkt sprake van omlaag gerichte convectie, wolkenvorming in dalende lucht. Lees het na in Zenit.

Aan de vermicellibeschouwing van 3 december is niet heel veel toe te voegen. De conclusie was dat de weerzinwekkende Nederlandse gewoonte om altijd maar in elke soep vermicelli te gooien is te herleiden tot de vroege vestiging van vermicellifabrieken in het Hollandse laagland. Dat begon al rond 1813. Het heeft er alle schijn van dat de ontwikkeling van overheidswege werd gestimuleerd en dat zij paste in het industriebeleid van koning Willem I. Maar wat zag de koning in vermicelli? Harry Lintsen, die veel studie maakte van de Nederlandse techniekgeschiedenis, vraagt zich voor de vuist weg af of vermicelliproductie een middel was om tarwemeel langer houdbaar te maken. Misschien zijn er lezers die iets weten toe te voegen aan deze nog slecht beschreven donkere bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis.

Dat het tijdens dikke mist extra stil zou zijn buiten kan niet worden verklaard uit de akoestische eigenschappen van de mistdruppeltjes, is hier op 26 november genoteerd. Er was genoeg literatuur over voorhanden, dus het was een risicoloze conclusie. De AW-redactie sloot zich van de weeromstuit aan bij het oordeel van anderen dat het tijdens dikke mist vooral stil is omdat het verkeer langzamer rijdt. Dat van die druppels zal wel kloppen, hebben verschillende lezers laten weten, maar toch kan de stilte wel degelijk een typisch misteffect zijn. Mist gaat meestal gepaard met windstilte en bovendien, of vooral, met een karakteristieke temperatuuropbouw van de onderste luchtlagen. Die kan het effect veroorzaken.

Op 19 november ging het, onder meer, over de Hitchcock-horrorfilm The Birds. Het is een lichtelijk stupide film waarin vogels figureren die helemaal niet agressief zijn. Zoals vogels maar zelden agressief zijn, tenzij je al te dicht bij hun nest komt. En dan nog: wat vermag een vogel?

Toch zijn er mensen met vogelangst, schrijft klinisch psycholoog/cognitief gedragstherapeut Yvette van der Pas die de vogelangst, waaronder ook kuikenangst, opnam in haar boek Duizend Angsten. Gelukkig zijn er mensen die je van kuikenangst af kunnen helpen.