Regeren zonder taboes

Als het vierde kabinet-Balkenende, van CDA, PvdA en ChristenUnie, niet tussentijds was gestruikeld, zouden er dit jaar verkiezingen zijn geweest. Wellicht zou, zo ongeveer in oktober, dan het vijfde kabinet-Balkenende zijn geformeerd. Misschien zelfs zou de lijsttrekker van het CDA dan met zijn opmerkelijke daad zijn geconfronteerd: dat hij in verkiezingstijd een ‘breekpunt’ lanceerde. Hoogst ongebruikelijk voor zijn traditionele middenpartij.

Dat breekpunt betrof de hypotheekrenteaftrek. Onaantastbaar wat deze lijsttrekker betreft, die inmiddels van het politieke toneel is verdwenen. De vraag is nu: is ook het breekpunt van tafel? Wie de leider van het CDA-smaldeel in het kabinet-Rutte beluistert, vicepremier Verhagen, zou denken van wel. Hij wil van geen ‘heilige huisjes’ meer weten, hij roept partijen op nu eindelijk eens te stoppen met „het voorlezen van hun verkiezingsprogramma’s”.

Een treffender bewijs dat verkiezingsbeloftes niet al te letterlijk moeten worden genomen, is moeilijk denkbaar, maar los daarvan: Verhagen heeft natuurlijk gewoon gelijk. Als de omstandigheden tegenzitten, zijn niet alleen verkiezingsbeloftes loos, maar zijn ook regeerakkoorden snel aan bederf onderhevig.

Dat nu is het geval met Vrijheid en verantwoordelijkheid, het regeerakkoord van VVD en CDA. Niet in alle opzichten, maar de financiële fundamenten ervan blijken in rul zand te zijn veranderd. Niet dat het kabinet daar veel aan kon doen. Ook Balkenende-IV moest zijn financiële ambities tussentijds drastisch herzien, ten gevolge van de kredietcrisis bij banken, die inmiddels is geëscaleerd in een schuldencrisis bij staten.

Ter herinnering: Balkenende en PvdA-leider Bos hadden een koers uitgezet die in 2011 tot een structureel begrotingsóverschot van 1 procent moest leiden. De feitelijke situatie nu: een begrotingstekórt van 4,6 procent en een structureel tekort dat er bijna even slecht voorstaat.

Het is geen vraag meer of het kabinet extra moet bezuinigen, bovenop de 18 miljard aan besparingen en lastenverzwaringen die het al in petto heeft, maar wel hoeveel, waarop en op welke manier, en in welk tempo. Hoe dan ook: een land dat aan Europese overlegtafels andere lidstaten de maat neemt als het gaat om hun financiële wanbeleid, kan zich niet veroorloven zelf blijvend een tekort te hebben dat hoger is dan volgens het Stabiliteits- en Groeipact van de Europese Unie is toegestaan. Anders moet de Europese Commissie, geheel conform de Nederlandse wens, maar ingrijpen.

Dat wordt dus een zware opgave volgend jaar voor de coalitie en voor partner PVV. Te meer daar maatregelen die geen belemmering voor economische groei vormen, verre de voorkeur verdienen. Het is maar de vraag of dit broze politieke samenwerkingsverband voldoende crisisbestendig is. Dat zal slechts het geval kunnen zijn als er op voorhand geen taboes of breekpunten worden opgeworpen. Zoals de hypotheekrenteaftrek. Niet dat de inperking daarvan de staatskas op korte termijn veel oplevert, maar wel om het hoofd te bieden aan een ander fundamentele bedreiging van de Nederlandse economie: de hoge particuliere schuldenlast.

Alle verkiezingsbeloften ten spijt lijkt het erop dat bijvoorbeeld diverse VVD-prominenten de laatste tijd de geesten trachten rijp maken voor deze ingreep. In het kabinet zit ten minste één CDA-minister die zich in het verleden al eens sterk maakte voor beperking van de hypotheekrenteaftrek: Hillen (Defensie). Maar er zullen meer taboes moeten worden geslecht, de pensioenleeftijd bijvoorbeeld. Zelfs ontwikkelingssamenwerking kan in deze situatie niet op voorhand tot heilig huisje worden verklaard.

De partijen hebben het geluk dat onder het vorige kabinet, dat zelf niet of nauwelijks aan uitvoering toekwam, ambtelijke werkgroepen een scala aan bezuinigingsopties hebben geïnventariseerd. Opgeteld tot 35 miljard. Zij hebben hun werk gedaan zoals het ambtenaren betaamt. Het is aan de politici om eruit te kiezen. In de wetenschap dat de oplopende economische crisis van taboes een luxe heeft gemaakt, die niemand zich kan veroorloven.