Minispin denkt met zijn poten

Tussen de vochtige bladeren in een woud van Centraal Amerika leeft een heel klein spinnetje. En het heeft een groot probleem. Daar zou het goed over na kunnen denken, maar dat is nu net het probleem. Alle kleine spinnen hebben een groot probleem. Hun hersenen.

Waar laten ze die? Voor het weven van webben alleen al heb je grote hersenen nodig. En een spin heeft ook nog eens acht poten, daar moeten de hersenen ook al computerwerk voor doen. Spinnen kun je dus niet eindeloos kleiner maken, als soort, hoe goed dat verder ook uitkomt – want hun hersenen moeten groot zijn.

De kleine Amerikaanse spin heeft een rare truc gevonden, is nu ontdekt. Zijn hersenen hebben een deel van de harige poten overgenomen. Vanuit de lichaamsholte stromen ze als het ware over – naar acht kanten. Bij elkaar zijn ze dan grote hersenen in een klein spinnetje, zo groot als een speldeknop. Het is mooi gevonden (en het staat in Arthropod Structure & Development).

Probleem opgelost? Niet helemaal. Hersenen zijn niet gratis. Hersenen eerst laten groeien en dan onderhouden kost veel energie. Een goed stel hersenen kost héél veel. En nu moet juist een haast zielig klein spinnetje die meedragen, in al zijn acht poten tegelijk.

Hij moet dus heel hard werken, en knap webjes weven om voedsel te vangen voor zijn knappe hersenen. Hij houdt heel weinig tijd en energie over voor de leuke dingen van het spinnenleven. Luieren, in een web als een hangmat. De liefde. Nog kleinere spinnetjes maken.

Hij doet die belangrijke dingen wel, maar snel, even tussen het werk door. Hij leeft voor de geest, steeds maar energie stoppend in zijn grijze cellen. Daarom: veel kleiner kan een webwevende spin niet zijn. Dan neemt zijn Monsterbrein werkelijk alles over en dat is een wat sombere kerstgedachte: dat je zou leven voor je hersenen, en maar voor weinig andere dingen de tijd zou nemen. Gelukkig komt dat onder mensen maar héél weinig voor.

Frans van der Helm

    • Frans van der Helm