Mijn zoon, ben je verloren?

Afrikacorrespondent Koert Lindijer hoefde geen 95 geiten te leveren om zijn Kikuyu-vrouw Margaret te mogen trouwen, zoals een generatie geleden gebruikelijk was. In Afrika wijzigen de rituelen, maar de familie houdt stand. Bericht van een ‘supervader’ uit Nairobi.

Maasai men wait for a traditional wedding ceremony in Olepolos village, 120 km (74 miles) southeast of Nairobi, March 31, 2007. In the Maasai tradition the groom has to pay for his bride in cows and sheep, which have to be brought to her family on the wedding day. REUTERS/Damien Guerchois (KENYA) REUTERS

Wild ulilerende vrouwen in lange Engelse rokken dragen het ledikant aan voor het bleue bruidspaar. „Maak veel kinderen en sticht een groot gezin”, wensen ze bruid en bruidegom toe. Onder gejuich van honderden familieleden maakt het bruidspaar Chege en Wambui als dank een danspasje. Ieder voegt zich in de rij met zijn presentjes. Chege en Wambui raken overstelpt met kukelende kippen, een nepleren bankstel, een nuttige watertank, gehaakte bedspreien, een verongelijkt varken, een jutezak varkensvoer, met bloemetjes geborduurde lakens, een baal met maïs en een roze plastic vergiet.

Vijf jaar geleden begonnen de voorbereidingen voor de bruiloft. „Het feest vandaag kost me 10.000 euro”, vertelt N’gang’a, de vader van Chege. Daarbij rekent hij niet de vijf voorafgaande feesten ter voorbereiding van de viering vandaag. Het eerste voorbereidingfeest had als doel om een comité van vijf wijze heren te vormen voor de onderhandelingen met de familie van de aanstaande vrouw van zijn zoon. Met die heren ging hij na een jaar de hand vragen aan de ouders van de gewenste bruid. Weer een jaar later volgden de gesprekken over de bruidprijs. Iedere keer werd er op kosten van vader N’gang’a door tientallen familieleden een hele dag gedronken en gegeten.

N’gang’a is een oude Keniaanse vriend, afkomstig van de Kikuyu-stam. Hij helpt me bij mijn trouwrituelen met Margaret, mijn Kikuyu-vrouw. Volgens de wet zijn Margaret en ik al twintig jaar getrouwd, we hebben twee bijna volwassen zonen. Volgens de Kikuyu-traditie zijn we louter geliefden, geen echtpaar, want we hebben nog niet alle over jaren uitgespreide ceremonies doorlopen. „Hoe meer ceremonies, hoe beter”, verdedigt N’gang’a altijd de Afrikaanse tradities als er weer geld moet worden opgehoest voor een feestelijke ronde. „Zo leren de families elkaar kennen, zo worden de onderlinge banden verstevigd. Zonder een grote familie sta je alleen en ben je niets waard in Afrika.”

Ceremonies vormen het middel om gezinnen, clans, subclans en stammen bijeen te houden. In het snel urbaniserende Afrika nemen ze andere vormen aan. Ik betaal voor Margaret niet de 95 geiten, gelijk haar vader destijds 95 geiten gaf voor zijn vrouw, maar het equivalent in geld. Bij de ceremonie voor het eerste aanzoek verscheen ik niet met een kalebas vol traditioneel gebrouwen bier, maar met een paar kratten pils. Het huwelijk wordt niet gezegend door een Kikuyu-stamhoofd, maar door een katholieke priester.

„Vroeger droegen we geitenvellen, nu kleden vrouwen zich in Engelse rokken en mannen dragen bolhoeden”, zegt N’gang’a. „Vroeger raakten we in trance, nu zitten we plechtig in de kerk. Dat is het uiterlijke verschil. Maar de ceremoniële feesten hebben nog steeds hetzelfde doel: ze houden ons samen, iedere keer wordt de kracht van mijn gezin, clan en stam bestendigd.”

Ieder weekeinde word ik wel ergens in het land opgeroepen voor een familiebijeenkomst. Een begrafenis bijvoorbeeld, of een bijeenkomst om een comité te vormen voor de organisatie van een begrafenis. Of een herdenking om het overlijden van een familielid vijf jaar geleden te vieren. Of de aanleiding is alledaagser, zoals een familievergadering om te praten over de tegenvallende schoolprestaties van een kleinkind. Als mijn schoonouders me een maand lang niet hebben gezien, klinkt al snel het verwijt: „Mijn zoon, ben je verloren?”

Het gezin biedt bescherming. Het vormt, de modernisering en individualisering ten spijt, nog steeds de belangrijkste sociale eenheid. Het gezin brengt ook verplichtingen met zich mee voor degene die zorgdraagt voor deze uitgebreide familie. Mijn erf in Nairobi werd een in- en uitwaaihuis, met vele nichten en neven, vrienden en kennissen, en al hun familieleden. Voor velen ben ik een soort supervader, die betaalt voor studies en opleidingen, die wijze beslissingen neemt, die knopen doorhakt, die leiding geeft.

Mijn zonen zijn in onze kraal wat in de Keniaanse volkstaal de ‘Obama’s’ ging heten, de dubbelbloeden. Afrika staat in hun leven centraal, ze identificeren zich met het continent en benadrukken vol trots hun donkere huid. Maar traditionele Afrikanen zullen ze nooit worden. Want de familieband vormt de belangrijkste karakteristiek van iedere Afrikaanse cultuur. Mijn in moderne scholen opgeleide kinderen moeten van al die vaak langdradige familiebijeenkomsten niets hebben. De traditie gebiedt kinderen respect en onderdanigheid te tonen jegens ouderen. Als ze nog onbesneden zijn, hebben ze helemaal geen stem.

„Mam, moeten we nu al weer naar opa en opa”, klagen ze als Margaret ze voor Kerstmis een weekend lang mee wil nemen naar haar ouders. Urenlang zullen ze gehoorzaam op de bank zitten, turen naar de koekoeksklok, luisteren naar familieroddels, met als hoogtepunt het spektakel van de oudere mannen die langzaam dronken worden in de tanende middagzon. Dat vermaak in lage versnelling past niet bij de generatie van de smartphone en snel internet. Ze willen hun tijd exclusief doorbrengen met leeftijdgenoten, zonder bespiedende ogen en over kinderbollen aaiende ouderlijke handen.

Toen ik veertig jaar geleden in Kenia arriveerde, dook een kind uit angst nog onder het bed wanneer de hoofdonderwijzer zijn ouders thuis bezocht. Tegenwoordig bekogelen scholieren de auto van het kostschoolhoofd als er geen gehaktballen op het menu staan. De emancipatie van de jeugd komt in Afrika op volle gang en zet de oude familiebanden onder druk.

    • Koert Lindijer