Matthijs en ik, wij zijn twee vogels

Dieuwke Wynia is de voelspriet van De Wereld Draait Door. Ze vertrekt niet naar BNN. Ze blijft bij Matthijs van Nieuwkerk. ‘Wij zijn nooit saai.’

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Dieuwke Wynia

De Varagids van deze week. „Moet je zien wat een suffe voorkant. Wat een vieze kleur, zeg.” Foto van Paul de Leeuw, Matthijs van Nieuwkerk en Youp van ’t Hek, in smoking.

Wat zou u gedaan hebben?

„Kleuriger, abstracter. Dat je denkt...” Ze pakt de gids op. „Wow, lékker.” De cover van Vrij Nederland met de blote billen erop – die vond ze spannend. De covers van de VPRO Gids.

Dieuwke Wynia (42), eindredacteur van De Wereld Draait Door. Ze zou hoofd televisie bij BNN worden, maar ze kwam weer terug. Nu wordt ze samen met Matthijs van Nieuwkerk hoofdredacteur van een nieuw op te zetten ‘creatieve tak’ van De Wereld Draait Door.

Haar voelsprieten voor wat mensen interessant vinden, waar ze graag naar kijken. Daar hebben we het over. Want het succes van DWDD, dat is goeddeels haar succes.

Een keer zat ze door de VPRO Gids te bladeren, zoals ze alle dagen door ongeveer alle bladen bladert. Ze dacht: anders dan anders, maar wat? „Opeens zag ik het. Op elke foto stond een vrouw. Het was in de week van 8 maart, Wereldvrouwendag. Het werd niet uitgelegd, het was gewoon zo, op elke foto een vrouw. En ik voelde het.”

In De Wereld Draait Door...

„Wilt u deze weg echt inslaan?”

U begint erover.

Zeurstem. „Al die mannen in DWDD, dat kán toch niet meer? Vermoeid. „Zo’n saaie vraag.” Weer normaal. „Zal ik het dan nog maar eens zeggen? Vrouwen zijn niet zo leuk op televisie. Minder bravoure, bescheidener. Daarom...” Ze buigt voorover, half over de tafel heen. „Dáárom zijn we dolgelukkig met Claudia de Breij. Ze durft. Ze is grappig. Ze weet veel. Ze volgt het nieuws goed. Ze kan tegen Matthijs op.”

En zulke vrouwen ziet u niet vaak?

„Niet met ook dat dwarse er nog bij, nee.”

Zou u DWDD kunnen presenteren?

„Nee.”

Nee?

„Nou ja, als Matthijs laat is, dan wordt er ‘doe jij het vandaag even, Dieuwke’ geroepen.”

Zou u het willen?

„Nooit over nagedacht.”

Nooit?

„Nooit. Maar ik wil het wel even doen, hoor.” Denk, denk. „Zoals Matthijs presenteert, dat kan niemand.” Denk, denk. „Ik zou... ik zou... Ik wil het niet, maar ik zou het wel kunnen.”

En waarom wilt u het niet?

„Als ik met Matthijs door de stad rij, dan waait er zo’n wind van geroezemoes met ons mee. Heel vermoeiend. Dat vergrootglas waar je onder komt te liggen, verschrikkelijk.”

Snapt u zelf wat jullie goed doen?

„Wij denken anders. Wij zijn nooit saai. Nou ja, bijna nooit. Wij doen een onderwerp liever niet dan saai. Er is groot nieuws, of iets anders interessants of belangrijks, en wij kunnen de hoofdpersoon krijgen. Wordt er over de redactie geroepen: we hebben de hoofdpersoon! Goed. Fijn. Leuk. Vraag ik: hoe spreekt hij? Hm, ehh... saai. Dan doen we het dus niet. Dan zeggen we die hoofdpersoon gewoon weer af.”

Lekker opportunistisch.

„Zeker. Ik blijf erop hameren bij mijn redacteuren, bij iedereen die ze bellen. Altijd zeggen: we polsen u, het kan zijn dat we u weer afbellen.”

En als u afbelt...

„Enorme teleurstelling, vaak. Als wij mensen uitnodigen, dan hoor je iets gebeuren aan de andere kant van de lijn. Ze denken dat ze er al zitten.”

Wat hoort u?

„Rinkelende kassa’s. Spotlights die aan gaan.”

U heeft veel macht.

„Dat ben ik me een jaar of twee geleden gaan realiseren. Een van de redacteuren zei dat iemand boos was, want waarom mocht die en die wél zijn boek bij ons komen pluggen en hij niet? Ik dacht: plúggen? Zo werken wij niet. Wij proberen in elke uitzending vier boeiende gesprekken te voeren, en dat is het. Maar ik begrijp het wel. Ik had het er vanmiddag toevallig nog over met Matthijs. Schrijvers zien hun oplages vertienvoudigen als ze bij ons geweest zijn.”

Dus wordt u de godganse dag belaagd door pr-mensen.

„Ik kan me niet omdraaien of er zijn al weer drie mails binnengekomen.”

Hoe selecteert u?

„We zeggen: niet DWDD, of: echt DWDD. Nieuwe redacteuren worden er gek van. Ze weten niet wat we bedoelen. Zeg ik: let gewoon goed op, over een paar maanden voel je het.”

Wat is echt DWDD?

„Justin Bieber gaf een concert in Nederland, en wij zeiden: nee. Justin Bieber is voor tieners en dat is niet onze doelgroep. Het was nog een paar weken voordat hij zou komen en we dachten er verder niet over na, want we denken nooit ver vooruit. Toen was het de dag van het concert. We hadden nog één gesprek nodig. Opeens zegt Matthijs: ik wil wel zestien van die meisjes. Explosie op de redactie. Binnen een uur hebben we er vijfentwintig. Oké, hoe gaan we het doen? Zitten ze er al als de uitzending begint of laten we ze binnenkomen? We laten ze binnenkomen! Allemaal om Matthijs heen, clip van Justin Bieber, camera op de gezichten van die bakvissen en je zíet de adoratie. Dat is dus echt DWDD.”

Ze pakt de weekendbijlagen van Het Parool, NRC Handelsblad, de Volkskrant. „Foto’s van societyfeestjes, van bijzondere interieurs. Pleur op, zeg. Waarom dóén jullie dat?” Ze kijkt kwaad. Dan buigt ze weer voorover. „Weet je wat ons grote voordeel is? De Vara laat ons vrij. Wij hebben met niemand wat te maken. Matthijs en ik, wij zijn twee vogels. We schieten overal heen. Zoef. Zoef.” Haar handen maken een paar duikvluchten. „We bedenken iets, ik stuiter de redactie op, paf, paf, en het is er. Geen belemmeringen, geen blokkades.” Nu leunt ze naar achteren, tevreden. „Ik heb zulk leuk werk.”

Waarom wilde u dan weg?

„Dit is mijn zevende jaar bij DWDD. Ik wilde mijn bakens verzetten.”

Kunt u het nog saaier zeggen?

„BNN vroeg me in de zomer. En Talpa ook. Ik heb het meteen tegen Matthijs gezegd. Luister, Matthijs, Talpa heeft me gebeld, BNN heeft me gebeld, het is serieus en ik ga met ze in gesprek. Ik heb het ook tegen de Vara gezegd. Er gingen een paar maanden overheen en al die tijd dacht ik: wil ik dit, wil ik dit, wil ik dit. Ik kan bang zijn, maar uiteindelijk spring ik. Dus ik zei ja tegen BNN. Het gezicht van Matthijs toen ik het hem ging vertellen. Verslagen. Ik huilen, zijn grote hand over de tafel heen om me over mijn hoofd te aaien. We zaten ergens in een cafeetje. Ja, sorry, Matthijs, maar ik moet verder.” Verontschuldigend gezicht. „Het is toch een soort huwelijk dat je verbreekt.” Dat was half oktober.

En toen?

„Toen duurde het tot drie weken geleden voor hij met dat plan kwam waardoor ik ben teruggekomen. Plompverloren. We zitten tegenover elkaar te werken, vrijdagmiddag. Hij hangt achterover in zijn stoel en opeens begint hij een verhaal over moederschip en satellieten, en dat we samen nieuwe programma’s zouden kunnen gaan bedenken en produceren, spin-offs van DWDD, en hoe leuk dat zou zijn, en dat hij dat alleen met mij zou willen. Godverdomme, Matthijs. Daar kom je nu mee. Eikel. Dat laatste zei ik niet, maar dat dacht ik wel. Eikel.”

En zo werd u verleid?

„Maar dan wel met iets dat ik echt wilde. Ik kan nu mijn bakens gaan verzetten.”

Gaat u ook meer verdienen?

„Ik kom in een hogere schaal, ja.”

U verdient veel minder dan Matthijs van Nieuwkerk, maar u bent bepalend voor zijn succes.

„Dat was op een gegeven moment wel een erwtje onder mijn matras geworden.”

En dat is nu weg?

„Weet je, het is zo ontzettend leuk om met Matthijs samen te werken. Hij zegt: guerilla-uitzending. Ik denk meteen: wat een goed idee! Begrijpt u wat hij bedoelt? Dat bedoel ik. Ik begrijp het meteen. Dat is dat we op dagen dat we er niet zijn, inbreken met een uitzending van een kwartier. Met iets heel spannends.”

U zou ook voor veel geld adviezen kunnen gaan geven aan andere televisieproducenten, of aan kranten.

„Ik zou graag eens op een krantenredactie rondlopen en hier en daar flink tegen een stoel trappen. Maar niet voor mijn werk.”

Hoe blijf je normaal als je zo populair bent?

„De vraag alleen al vind ik raar. Ik zat te onderhandelen met de Vara en opeens bedacht ik: ik heb alles in de hand. Huh? Ik? Die macht waar jij het net over had... Soms dringt het tot me door.” Pauze. „Ik ben een Friezin, hè. In mijn genen. Emotioneel, nuchter. Mijn moeder was verpleegkundige op de operatieafdeling en in het ongevallencentrum. Ze maakte de vreselijkste toestanden mee. Maar ze raakte nooit in paniek. Een kei in het uitdelen van orders en de boel fiksen. Mijn vader was onderwijzer. Een goeie verteller. Altijd vrolijk en enthousiast. Ik denk dat ik het beste van hen in mezelf verenig.”

    • Jannetje Koelewijn