Lengte en breedte

Ter aanvulling en correctie van de brief van Sieb Ellens over de Huygensklok en de plaatsbepaling op zee (Wetenschapsbijlage, 17 & 18 december): het is onjuist dat bij de plaatsbepaling ter zee het vaststellen van de geografische breedte het probleem geweest zou zijn. De breedte kon men in de tijd van Huygens met de hulp van de positie van de sterren en een sextant vaststellen, maar de geografische lengte niet.

Hiervoor moest men de tijd nauwkeurig kunnen meten: op het moment dat de zon de hoogste stand heeft bereikt stelt men vast hoe laat het is op een uurwerk dat de tijd laat zien van de haven van waaruit men is vertrokken. Uit het tijdsverschil kan men de lengte berekenen: één uur tijdsverschil staat voor 15 graad verschil in lengte (360 graad = 24 uur) .

Christiaan Huygens deed veel pogingen om de tijd op zee te laten meten met behulp van verschillende modellen van slingerklokken, en ook met klokken met een spiraalveer in plaats van een pendel. Het lukte meestal niet, vanwege het slingeren van het schip en/of de temperatuurschommeling.

Inderdaad heeft John Harrison in 1761 een chronometer geconstrueerd, waarmee de aardrijkskundige lengte nauwkeurig bepaald kon worden.

Maria Trepp

Leiden