Kuipers zweeft ruimtestation binnen

Als laatste van de drie astronauten zweefde André Kuipers vrijdagavond het Internationaal Ruimtestation ISS binnen. Het aankoppelen van de Sojoez-raket aan de ISS-module Zarja was om zeven uur Nederlandse tijd geslaagd.

Er klonk applaus op de tribunes van het Russische ruimtevluchtcentrum, een bunker uit de Sovjet-tijd in het ruimtevaartstadje Koroljov. Amerikanen beschreven in de jaren negentig verbijsterd hoe hier katten rondliepen tegen muizen die anders de bedrading zouden aanvreten.

„Jest kasanije”, „er is contact”, klonk het toen een stang met een kokosnootgrote kop van de Sojoez raakte aan de holle, kegelvormige koppelingspoort van het ISS. Door de snelheid schuift de kop automatisch door naar de bodem, waar hij vastklikt. Daarna werd de Sojoez langzaam binnengehaald door aan de stang te trekken. Wanneer de rubberen afdichtranden elkaar raken, wordt de koppeling bestendigd met grijphaken vanuit de Sojoez en de ISS. Daarna loopt er lucht de koppelingspoort in om te testen op lekken. Dat duurt minimaal 2,5 uur. „Je moet je ruimtepak uitdoen, je moet steeds kleine beetjes lucht toelaten voor het testen”, zegt de Belgische astronaut Frank de Winne, die in het ISS verbleef. De precisie-operatie is na ruim honderd geslaagde koppelingen niet meer riskant. Het mislukte één keer, in 1997. Het koerssysteem viel uit, de handmatig bestuurde nadering liep uit op een botsing tussen een Progress-vrachtschip en het station Mir.