Knap hè, het is net echt. We geloven de tv niet meer

Foptelevisie was er volop dit jaar, en we zijn er nog niet klaar mee. Frans Bauer begint deze Kerst een nieuwe serie Bananasplit. Lachen! Maar is het vermaak werkelijk onschuldig?

Wat een schrik! De krasse tante van Addypaddy in het programma Ik kom bij je eten blijkt in werkelijkheid Wendy van Dijk! Ze trekt het latex masker van haar gezicht, de vellen blijven half hangen. Dat is een beetje horror. Maar dan komt de ontlading. Gelukkig is het gewoon Wendy maar, en niet een onberekenbare Limburgse oma. Zoals Bas Heijne al schreef over eerdere edities van het fopprogramma: „De clou van ieder item is dat de argeloze BN’er helemaal niet met een brutaal lelijk wijf staat te praten, maar met hun eigen lieve mooie slanke collega Wendy. Ze is een van ons!”

Dit jaar bood opvallend veel foptelevisie: programma’s waarin mensen in de maling worden genomen. Dat is leuk, want dat is saamhorig leedvermaak. We spannen met zijn allen samen tegen die ene persoon die niet is ingelicht en erin tuint.

In de hit Ushi & The Family (2,1 miljoen kijkers) verkleedt Wendy van Dijk zich als typetjes om bekende mensen te beduvelen. De reeks eindigde eind november, maar krijgt in 2012 een vervolg. En een speelfilm: Ushi must Marry. Van Dijk speelt een Japanse presentatrice die op onbeholpen en vrijmoedige wijze beroemdheden interviewt. Omdat Bekend Nederland haar te goed kent, opereert Ushi alleen nog in het buitenland. Binnenlands misleidt Van Dijk haar collega’s door in hun programma’s te infiltreren als een lid van de Limburgse familie Leenders.

Alle lof voor actrice Van Dijk en grimeur Kevin van den Bergh , maar Ushi & The Family blijft onschuldig vermaak. Omdat Van Dijk binnen haar eigen televisiewereldje blijft. En omdat ze de slachtoffers nooit echt voor schut zet. Het zijn haar collega’s, het bedrog moet wel eindigen met een verzoenende omhelzing.

Wendy van Dijk is de koningin van de foptelevisie, maar er kwamen dit jaar veel meer voorbeelden voorbij.

Moeder van alle fopprogramma’s is Bananasplit (1980). Deze Kerst begint Frans Bauer een nieuwe serie. Binnenkort is er ook een versie met kinderen: Bananasplit Junior met Ron Boszhard. De traditie: Bananasplit had in Nederland als voorloper Poets (1969-1972) en komt voort uit het Amerikaanse Candid Camera (1948-2004). Dat kwam weer van de radio, Candid Microphone. Fopradio!

Hoe onschuldig Bananasplit ook lijkt, het richt soms schade aan. Presentator Ron Brandsteder werd lastiggevallen door een meisje en ontstak in woede. Hij weigerde mee te werken: „De show is dieper gezonken dan ooit”. Bauer zal met Kerst het item niet uitzenden. Over Brandsteder zei hij: „Hij beleefde de grap anders dan wij in gedachten hadden.” To put it mildly. Vreemde conclusie trouwens. Het is juist de bedoeling dat het slachtoffer boos wordt. Maar na de woede, de schrik, het ongeloof en de verbazing dient het slachtoffer er zelf om te kunnen lachen. Dat kon Brandsteder niet opbrengen.

Nieuwe vormen van fop-tv doken veelvuldig op in TV Lab, het experimenteerhoekje van de publieke omroep. Bijvoorbeeld Fuck the Parents: een vrouw stelt haar nieuwe, blonde vriend voor aan haar ouders. Blijkt het een Marokkaan. Ouders niet blij en ontmaskerd als racisten. Voor kinderen bestaat er ook foptelevisie: in Heibel langs de lijn worden fanatieke ouders bij het sportveld stiekem gefilmd, terwijl ze fanatiek staan te schreeuwen. Na de wedstrijd confronteert het kind hen met de opnames.

Ook in TV Lab: De poetsenbakkers van RamBam. later dit seizoen krijgt het programma een vervolg. De makers deden zich voor als duurzame ondernemers die textiel maken uit koemest. Tegen betaling van 14.500 euro kregen ze aandacht van Harry Mens’ Business Class. Mens werd ontmaskerd als tv-maker die te koop is. Beetje open deur, toch nieuws.

Grote voorbeeld van RamBam is het Vlaamse Basta. Dat werd hier beroemd nadat de satirici een container plaatsten voor de ingang van Mobi-star, een berucht slecht bereikbaar telefoonbedrijf. De bewaker, die de container weg wilde hebben, werd vanuit de container telefonisch urenlang aan het lijntje gehouden.

Deze vorm van humoristische fop-tv staat dicht bij de serieus bedoelde verborgencamera-journalistiek. De methode Peter R. de Vries: een crimineel allerlei bekentenissen ontlokken en dan komt Peter R. de Vries, verkleed als zichzelf, met een houterige grijns uit de kast stappen: „Dat had je niet gedacht, hè!” Dit jaar fopte hij zo een bankbediende die in wapens handelde. Echt genieten van zijn ondergang kon je niet, omdat hij zo ratachtig door De Vries te grazen werd genomen. De Vries is hier de dader, de misdadiger het slachtoffer. Net als Brandsteder moest de wapenhandelaar niet lachen toen hij ontdekte dat hij bij de neus was genomen. Hij werd dan ook ingerekend.

Een andere vorm van foptv is de nepdocumentaire of nepreportage. Hierin is de kijker zelf het haasje. Hij denkt dat het echt is en komt er gaandeweg achter dat hij wordt vernacheld. Hij gaat dan door dezelfde fases als de slachtoffers van Frans, Wendy en Peter R.: schaamte, verbazing en, als het niet goed afloopt, teleurstelling gevolgd door onverschilligheid of ergernis. Alles wel in mindere mate omdat hij het onbespied op de bank doormaakt.

De mockumentary staat in een eerbiedwaardige traditie, artistiek hoger aangeschreven dan de oudere candid-cameratraditie. De meeste mockumentaries zijn openlijke nep, eigenlijk gewoon drama dat zich bedient van de vormen van een docu mentaire: van Orson Welles’ hoorspel War of the Worlds tot This is Spinal Tap en Ederveens 30 Minuten. Het is een stijlmiddel, een vorm van cinema vérité, niemand wordt gefopt. De afspraak tussen kijkers en makers blijft overeind: wij doen alsof. Zie ook: Take10: een actualiteitenprogramma van Clairy Polak over een zombieplaag. Later zei de journalist dat ze er spijt van had. Hoewel duidelijk nep, was de associatie met zombies niet goed voor haar geloofwaardigheid.

Als de maker van een mockumentary wél bewust verwarring over de echtheid nastreeft, is dat vaak om de kijker er bewust van te maken dat hij altijd overal gefopt wordt. Geloof niet alles wat je ziet, is de boodschap.

Dat is gevaarlijk, zeker op tv. Meer nog dan in de film heerst op televisie het realisme: alles moet zo echt mogelijk zijn. Als je drama even apart zet, is de afspraak: wat je op televisie ziet, is echt. Wie daaraan morrelt, haalt alles onderuit. Je kunt als kijker niet beoordelen wat echt is en wat niet. Het is een kwestie van vertrouwen. Dat wordt geschaad door foptv. Het is een aberratie van het realisme: Kijk, net echt. Knap hè.

Het wantrouwen wordt gevoed door foptv waarbij de makers helemaal niet van plan zijn het bedrog te onthullen. Zoals Walt Disney voor zijn natuurdocumentaires tientallen lemmings van een rots slingerde, waardoor wij nog steeds denken dat die dieren collectief zelfmoord plegen, zo liet de BBC in Frozen Planet een ijsberentweeling op de Noordpool geboren worden, terwijl hun wiegje gewoon in Ouwehands Dierenpark stond. Verbaasde reactie van de dierenoppasser: is dat nieuws? Iedere maand komen er wel natuurfilmers langs om in de dierentuin te filmen. Weten ze dat dan niet, die kijkers?

Je hoort het ook wel over reality-tv en talentenjachten: „Allemaal in scène gezet. Die Britt speelt dat ze dom is. Dat weet je toch?” Nee, dat weet je dus niet. En als het waar is, is het schandelijk bedrog. Als Echte meiden in de jungle en The Voice of Holland fictie is, is het namelijk slechte fictie. Het bestaat bij de gratie van de echtheid.

Wanneer je te vaak in de maling wordt genomen, werkt het niet meer. Immuun voor de hoax. Toen Valerio Zeno en Dennis Storm woensdag elkaars vlees opaten in Proefkonijnen (BNN), werkte het schokeffect niet omdat iedereen ervan uit ging dat het wel weer nep zou zijn. Foptv kannibaliseert de televisie: ze leeft op haar geloofwaardigheid en vreet haar langzaam op.

Dan liever Lucky TV, onderdeel van De wereld draait door. Geen echte fop-tv; voor iedereen is duidelijk dat het niet serieus is. Toch is het effect soms groter dan echt nieuws. De fictieve scène waarin PvdA-leider Job Cohen („Bestaat mijn baan straks nog?”) wordt getreiterd door PVV-leider Geert Wilders („Ik denk het niet Job”), richtte meer imagoschade aan dan een heel jaar parlementaire schermutselingen in het echt.

    • Wilfred Takken