Ik word bang als op elkaar iedereen lijkt Nov

Elif Shafak is de populairste schrijver van Turkije. Ze schreef Zwarte Melk, over haar postnatale depressie. Een gesprek over Europa, taal en mengen.

Rust is niets voor haar, van stilte wordt ze nerveus, schrijven doet ze het liefst midden tussen de mensen. Wellicht heeft ze daarom voorgesteld elkaar te treffen in het Serpentine Café in Hyde Park, vlak bij Winter Wonderland, waar tegen Kerst half Londen zich verzamelt rond de ijsbaan, het circus, het houtvuur en de eetstalletjes. Schrijfster Elif Shafak (1971) woont tegenwoordig met haar twee jonge kinderen in Londen, maar reist zo vaak mogelijk naar Istanbul, waar haar man woont en werkt. Als dochter van een alleenstaande Turkse diplomate is ze opgegroeid met de hectiek van koffers pakken, verhuizen en weer opnieuw beginnen. Na haar studie sociale en politieke wetenschappen doceerde ze aan universiteiten in Istanbul en de VS. Voortdurend reisde ze heen en weer. Tegelijkertijd schreef ze eenliterair oeuvre bij elkaar van inmiddels een tiental internationaal succesvolle romans, van De bastaard van Istanbul tot Het luizenpaleis en Geheim. Het maakte haar tot de populairste schrijfster van Turkije.

In haar leven miste Shafak, zegt ze, „precies datgene wat iedereen nodig heeft, een kern, continuïteit en coherentie”. „Ik had vanaf mijn jeugd nooit een centrum, ik ben niet in een stabiele gezinsomgeving opgegroeid. Ik was geen onderdeel van een grote patriarchale familie zoals andere kinderen van mijn leeftijd. In mijn gezin lag de autoriteit niet bij een vader, maar bij een alleenstaande moeder en, gedurende een bepaalde periode, mijn grootmoeder. Met mijn moeder leidde ik een nomadisch leven, je kon vandaag hier zijn en morgen daar.”

Werd daarom het schrijven uw kern?

„Ja, je bent nog steeds niet echt ergens geworteld, maar je bestaat niet meer uit louter deeltjes die in de ruimte zweven. Ik neem mijn verbeelding overal met me mee, alles wat ik nodig heb is pen en papier. Als je schrijft verbind je al die stukjes met elkaar. Het helpt je ook bepaalde thema’s te herkennen die belangrijk voor je zijn. Schrijven is als een spiegel, het laat je zien dat je geen pure chaos bent.”

In januari verschijnt Zwarte melk, een roman waarin Shafak schrijft over de postnatale depressie waarin ze belandde na de geboorte van haar eerste kind. Ze laat er meerdere vrouwelijke ‘ikken’ aan het woord, al die stemmen die in haar klinken.

Waarom voor het eerst een autobiografische roman?

„Mijn eigen leven was tot nu toe nooit het startpunt van een boek, doorgaans vind ik mezelf saai. Wat me intrigeert zijn andere levens, andere mensen – daar verplaats ik me graag in. Maar nu had ik de behoefte naar binnen te kijken, ik moest mezelf hervinden. Schrijven helpt daarbij. Zwarte melk is voor mij niet alleen een boek over postnatale depressie, maar ook over creativiteit en pluraliteit. Iedereen heeft meerdere stemmen in zich, vrouwen én mannen. Mijn boek gaat over de noodzaak met die stemmen onderling een innerlijke democratie te bereiken.”

U schrijft in het Turks en in het Engels.

„We zijn niet dezelfde persoon in de ene en in de andere taal. Een taal vormt ons, bepaalt de manier waarop we denken, spreken, interpreteren. Toen men in de jaren ’20 een nieuwe Turkse staat creëerde, was het Turks daar een belangrijk onderdeel van. Woorden van Perzische, Arabische en Soefi-oorsprong moesten verdwijnen. De taal moest homogener worden. Daar sta ik erg kritisch tegenover. Als er twee woorden zijn voor ‘glas’ bijvoorbeeld, een oud en een nieuw, dan kan ik het oude niet gewoon weggooien en door het nieuwe vervangen. Als onze woordenschat krimpt, slinkt ook onze verbeelding.”

Wanneer kiest u voor Engels, wanneer voor Turks?

„Het verhaal beslist. Engels is niet mijn moedertaal, maar er zijn steeds meer ‘laatkomers’ zoals ik, een nieuwe groep mensen die in het dagelijks leven een andere taal gebruiken dan hun moedertaal. Als ik over verdriet schrijf, kan ik dat gemakkelijker in het Turks doen, het Turks is melancholieker. Voor humor, ironie of filosofie leent het Engels zich beter.”

In Turkije is onlangs een nieuw boek van u verschenen, Iskander, dat meteen in de bestsellerlijst terecht kwam. In het Engels gaat het boek Honour heten.

„Dat boek heb ik eerst in het Engels geschreven, toen in het Turks vertaald en herschreven. De cover heeft in Turkije enorm opzien gebaard. Het is een foto van mijzelf als man, in een mannenpak. Iedereen was geshockeerd. Het gaat over een half Turkse, half Koerdische familie, over individu versus familie-eer. Ik wilde laten zien hoe we mannelijkheid construeren, hoe we onze zonen opvoeden als sultans in huis en hoe liefde daardoor onmogelijk gemaakt wordt.”

U schrijft veel over het soefisme. In de VS is de 13de eeuwse Perzische soefi-mysticus Rumi zelfs de meest gelezen dichter. Hoe verklaart u dat?

„We leven in een versplinterde, gepolariseerde wereld, met veel vooroordelen en xenofobie. Juist daardoor ontwikkelen mensen een spiritueel verlangen. Mensen die een gedicht van Rumi lezen worden erdoor geraakt, ook al weten ze weinig van de Iraanse of Turkse cultuur, ook al weten ze niets van de islam. Dat heeft niets met kennis of onderwijs te maken. Die herkenning zit in onze ziel, het is onderdeel van de universele wijsheid die we delen, ongeacht onze huidskleur, onze sekse of ons geloof. Ongeacht hoe rijk of succesvol je bent, we voelen diep in onszelf dat we incompleet zijn en het is goed om naar die innerlijke stem te luisteren.

„Tegelijkertijd is er godzijdank een groeiend gevoel van verbondenheid in de wereld. Door de financiële, ideologische crises, maar ook door het terrorisme zijn we ons ervan bewust geworden hoe onderling verbonden we zijn. Niemand is meer geïsoleerd, niemand heeft meer de luxe te zeggen: dat gebeurt elders op de wereld, dat gaat me niet aan. Als een Pakistaan ongelukkig is, beïnvloedt dat het leven van een Spanjaard of een Canadees. We delen alles, alle verhalen zijn onderling verbonden.”

Welke vraag je ook stelt, steeds komt Shafak terug op het vertellen van verhalen. Verhalen reizen de grenzen over, zijn universeel, hebben geen paspoort nodig. Ze observeert, volgt de verhalen van mensen, reflecteert, neemt ze met zich mee op reis. Als een ekster pikt ze de verhalen op en neemt ze mee naar een andere plek. Ook de Occupy-beweging beschouwt ze in eerste instantie als een interessant verhaal.

„Jarenlang hebben we een eurocentrische houding gehad. Europa was het centrum van alles. Nu zijn er andere politieke, ideologische en financiële centra ontstaan. Het paradigma is verschoven naar Brazilië, India en Turkije, nieuwe economische machten. Ik ben altijd geïnteresseerd in verhalen uit de periferie. Die zijn lokaal gevormd en universeel van betekenis. Rumi gebruikte de metafoor van het kompas: het ene been van het kompas staat vast, het andere trekt cirkels, gaat de wereld in. Het is belangrijk om Nederlander of Turk te zijn én wereldburger. Zo vinden we de overlappende gebieden die ons binden. Als je één strikt gedefinieerde identiteit hebt, vind je nauwelijks dingen die we gemeen hebben.”

Ja, van de Nederlandse politicus Wilders en zijn uitspraken over de islam heeft ze gehoord. Ook van de mening van sommige politici dat Nederlanders maar één paspoort mogen hebben en één nationaliteit.

„Ik vrees dat iedere extreme uitspraak elders op de wereld een ander soort extremisme creëert. Anti-islam retoriek creëert meer anti-Westerse sentimenten, anti-Westerse gevoelens roepen meer anti-Oosters discours op, het is een vicieuze cirkel. Islam is net als het jodendom en het christendom een wereldreligie. Die is niet monolitisch, bestaat niet uit één kleur, één stem, is niet statisch, maar dynamisch. Er zijn zeker extremisten die zich moslim noemen, maar je kunt hun visie niet generaliseren en als representatief beschouwen voor de hele islamitische wereld, met miljoenen mensen zoals mijn grootmoeder, vol van liefde, vol compassie.

„Dat mensen maar één paspoort zouden mogen hebben, is een grote vergissing. We zouden juist het tegenovergestelde moeten verdedigen. We hebben meer mensen nodig met een band met meer dan één cultuur. Waarom zouden we de opties die mensen hebben verkleinen in plaats van vergroten? Waarom zou iemand niet tegelijkertijd Nederlands én Amerikaans staatsburger kunnen zijn? Of Nederlands en Marokkaans of Turks? Extremistisch gedachtegoed tolereert geen meervoudigheid.”

In The New York Times publiceerde u een artikel getiteld ‘Finally, Turkey looks East’. Hoe kijkt Turkije momenteel naar Europa?

„Je kunt niet generaliseren, Turkije is zo’n heterogene maatschappij. Maar als ik kijk naar de Turkse media, dan zie je dat het feit dat sommige Franse politici Turkije’s EU lidmaatschap hebben verworpen wel aanleiding is tot wrok. Als je hoort dat je ergens niet welkom bent, ga je ergens anders naar toe. Maar nog steeds willen veel Turken, ik ook, dat ons land lid wordt. Op de lange termijn is het gezonder als mensen met een verschillende achtergrond dezelfde waarden hebben met betrekking tot democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.

„Van oudsher zijn wij Turken opgegroeid met literatuur uit het Westen, niet met die uit het Oosten. We kennen de Franse schrijver Balzac beter dan de Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz. Vroeger beschouwde de Turkse elite Europa als het ideaal, ze wilden Oosterse elementen laten verdwijnen. Vergelijk dat eens met Engeland, waar er vijfhonderd jaar oude tradities zijn! Nu groeit in Turkije het besef dat continuïteit geven aan het verleden belangrijk is, er wordt meer verbinding gezocht met het Oosten.

Wat ziet u als de grootste uitdaging voor de komende tijd?

„Leven zonder elkaar als bedreiging te zien. Als schrijver weet ik dat creatieve energie voortkomt uit de botsing van verschillen, of dat nu economisch, sociaal of filosofisch is. Creativiteit wordt niet gevoed door monotonie en onveranderlijkheid. Ik word bang van homogene plekken, waar iedereen op elkaar lijkt, waar het leven altijd hetzelfde is, waar ieder onderscheid verdacht wordt gevonden. Uit onveranderlijkheid komt geen creatieve kracht voort, uit vermenging wel.

Zwarte melk verschijnt in januari bij uitgeverij De Geus.

    • Margot Dijkgraaf