Ik moet altijd iets kapotmaken

Paul de Leeuw had zijn moeilijke periodes niet willen missen. ‘Ik heb twee keer overwogen te stoppen.’

‘Vorig jaar bracht ik de Kerstdagen met man en kinderen in Spanje door. Ik was gefrustreerd, wilde een bom op mijn carrière gooien. Maar toen las ik de biografie Toon van Jacques Klöters. Toon Hermans ging uit van zijn eigen kracht. Daardoor besefte ik: het wordt tijd dat ik mijn talenten opnieuw ontdek.”

Paul de Leeuw (49) heeft een zwaar jaar achter de rug. De kijkcijfers van zijn MaDiWoDoVrijdagshow vielen tegen. Ook zijn nieuwe programma Pau!l werd aanvankelijk niet goed bekeken. Na een lange periode van succes leek Nederland Paul de Leeuw-moe – een conclusie die hij van zich werpt. „Met mijn vrienden heb ik afgesproken dat ze me in mijn benen schieten als ik blijf optreden als mijn tijd voorbij is. Maar zo ver is het nog niet. Ik voel dondersgoed aan of iets werkt. Ík was degene die wou stoppen met de MaDiWoDoVrijdagshow; Vara en BNN wilden door. Ik voelde dat de koek op was.”

We zitten in zijn studio in Almere, een onopvallend complex bij de snelweg. De Leeuw oogt ontspannen in spijkerbroek en op gympen. Hij zegt dat hij dit gesprek eerder had willen voeren, maar toen voelde hij zich nog te kwetsbaar. De tijd dat hij in interviews kon roepen wat hij wilde, is voorbij. „Alles wat ik zeg wordt tegenwoordig breed uitgemeten. Ik ben voorzichtiger geworden.”

Hij vertelt over zijn jeugd in IJsselmonde, die weinig gemeen heeft met het leven dat hij nu leidt. Zijn grootouders van moeders kant waren Jehova’s getuigen, die van vaders kant „zwaar gereformeerd”. Zelf las hij het Reformatorisch Dagblad en ging hij naar zondagsschool. „Mijn vader had een handelsonderneming. Toen het geld begon binnen te stromen, verhuisde God naar het schuurtje; we gingen alleen nog met Kerst naar de kerk.”

De Leeuw vindt dat hij het meest op zijn vader lijkt: rustig, autoritair en licht manipulatief. Beide mannen zijn, ondanks hun succes, niet zakelijk. „Als we iemand aardig vinden, is-’ie binnen drie maanden onderdirecteur. Gewoon, om het gezellig te hebben.” Zijn moeder, een sociale, gracieuze vrouw, had er moeite mee dat hij op zijn 21ste op kamers ging. „We waren vaak samen thuis, terwijl mijn broer en zus aan het sporten waren. Boekje lezen, piano spelen: ik was een moederskindje.”

Met zijn seksuele geaardheid hebben zijn ouders nooit problemen gehad. Toen hij op zijn 22ste vertelde dat hij homo was, zei zijn vader: „Ik hoop dat je gelukkig wordt, maar kom niet elke week met een andere vriend langs.” Met vier lange relaties heeft hij aan dat verzoek gehoor gegeven, vindt hij. Je zou zelfs kunnen concluderen dat hij – vader van twee uit Amerika geadopteerde zonen en getrouwd met Stephan – een burgerlijk bestaan leidt.

„Vorige week keek Stephan met de kinderen Ajax-Real. Ik speelde Wordfeud in de serre. Toen ik hun geschreeuw over de beslissingen van de lijnrechter hoorde, dacht ik: dit maakt het leven goed. Het doet mij aan mijn jeugd denken. Als je me vijftien jaar geleden had gezegd dat ik dáár het meest gelukkig van word, had ik het niet geloofd. Ik realiseer mij steeds vaker dat ik mijn kinderen – ze zijn negen en tien jaar – te leen heb. Ze zullen ooit op zoek gaan naar hun roots.”

Ziet u tegen dat moment op?

„Nee, maar ik vind het wel spannend. Ik hoop dat ze denken: onze vaders hebben het best goed gedaan.” Later zegt hij dat hij minder gericht is op zijn ouders sinds hij zelf een gezin heeft. Maar goed ook, want hij was te afhankelijk. „Ik wil dat het goed gaat met de mensen van wie ik houd. Mijn moeder kent mijn zwakke plek, ze speelt daar graag mee.”

Zorgzaamheid is nou niet het eerste waar je aan denkt bij Paul de Leeuw.

„Nee, maar ik bén het wel. Die eigenschap heeft mij altijd door moeilijke tijden gesleept. Wie goed doet, goed ontmoet, houd ik mezelf voor. Ik kan ook een vals kreng zijn hoor, maar niet in mijn privéleven. Ik wil graag delen, in mijn eentje is er geen reet aan. Dat had ik als puber al, toen ik mijn vrienden op poffertjes trakteerde van het geld dat ik met een krantenwijk verdiende.”

Aan Bibeb vertelde u dat u ‘dikke pik’ riep tegen je ouders.

„Als puber tartte ik mijn ouders net zo lang tot ik er met een pollepel of klerenhanger van langs kreeg. ‘Kindermishandeling’, zouden ze dat nu noemen, maar dat was het niet. Het was een stilzwijgende afspraak: om de paar maanden een onweersbui om de boel op te frissen. Ik kan niet zonder.”

Heeft u als artiest ook negatieve prikkels nodig om scherp te blijven?

De Leeuw grinnikt. „Dat is wel de conclusie na anderhalf jaar turbulentie hè. Een vriend zei: ‘Als het te goed met jou gaat, pleeg je obstructie’.”

Mag u van uzelf geen succes hebben?

„Nee, dat is het niet. Ik neem geen genoegen met wat ik heb. Ik móet iets kapotmaken in mezelf, anders kan ik niet verder. Daarom had ik die moeilijke periodes niet willen missen. Ik werd steeds herinnerd aan mijn kwaliteiten: plezier maken, amuseren, vriendelijk en ontwapenend zijn.”

Klinkt mooi, maar ook vermoeiend.

„Het kost veel energie. En omdat ik niet jong wil sterven, zeg ik: dit is de laatste keer. Als PAU!L mislukt, dan stop ik. Dan blijkt mijn rol op tv uitgespeeld.”

In het verleden heeft Paul de Leeuw fouten gemaakt, soms ten koste van anderen. In het NCRV-programma Herberg De Leeuw in 2002 zette hij zangeres Anneke Grönloh als drankorgel neer. Het programma werd van de buis gehaald. „Ik geef toe dat ik fouten heb gemaakt. Vaak hield ik mij niet aan de afspraken. Maar ik vind het nog steeds pijnlijk dat men ging twijfelen aan mijn bedoelingen. Ik ben zuiver op de graat.”

In de overgangsfase van Mooi! Weer De Leeuw naar Lieve Paul liet controlfreak De Leeuw, tegen zijn gewoonte in, de regie over de artistieke koers aan anderen over. Omdat hij nonchalant was geworden. En omdat hij zijn kinderen belangrijker vond. „Daar komt bij dat het niet goed ging met EVA [het productiebedrijf waarvan hij mede-eigenaar is en waarin hij veel privégeld stopte]. Ik heb twee keer overwogen te stoppen, maar dat had financieel zo’n ramp veroorzaakt, dat kon ik mij niet veroorloven.”

Heeft u het gevoel dat u klem zit?

„Ja, maar ik laat het schip niet zinken: dan maar doorwerken tot mijn 65ste. Een jaar geleden hebben wij de boel gesaneerd. Van een duur kantoorpand is EVA verhuisd naar dit onderkomen in Almere. De meeste medewerkers werken op contractbasis. Het is een zwaar gevecht geweest, dus ik kan het moeilijk hebben als dingen tegenzitten, zoals onlangs met Sonja Barend in De wereld draait door.”

Barend adviseerde u om er een jaar tussenuit te gaan. Door uw woedende reactie ontstond de indruk dat u niet tegen kritiek kunt.

„Ik kan goed tegen kritiek, maar bij Sonja ging er geen gedegen analyse aan vooraf. Ze herhaalde wat mensen een jaar geleden al zeiden, waardoor het leek alsof ik al die tijd heb stil gezeten. Je kan kritiek hebben op mijn presentatietechniek of humor, maar zeg niet dat ik niet vernieuwend ben. Vanuit creatief oogpunt was 2011 een van mijn beste jaren. Ik schreef Poephoofd, een solovoorstelling waarmee ik volgend jaar de theaters in ga. Er komt een kookboek en een cd van mij uit en ik presenteer wekelijks Pau!l.” De Leeuw was zó aangedaan door de uitspraken van Barend dat hij met Sinterklaas „jankend tussen de opgewarmde boterstaven en gedichten zat”. Inmiddels heeft hij het incident met haar uitgepraat.

Sonja bracht het heel diplomatiek. Heeft u de uitzending teruggezien?

„Ja, en ik moest inderdaad concluderen dat ze het genuanceerd bracht. Maar op dat moment brak ik. Ik dacht dat ik alle kritiek verwerkt had, maar ik bleek zo kwetsbaar als wat. Ik heb Sonja hoog zitten. Zij heeft mij ontdekt. Ik heb haar afscheid gepresenteerd op tv. Dan komt het des te harder aan. En toch. Als ik nu terugkijk denk ik: het heeft louterend gewerkt.”

Waarom voelt u zich zo kwetsbaar?

„Ik schaats wel, maar het is nog geen Elfstedentocht. Het ijs is broos en ik kan er zo doorheen zakken.”

Is het ooit anders geweest?

„Rond mijn dertigste was mijn zelfvertrouwen grenzeloos. Voor mij stond Joop van den Ende op één, ik kwam daar vlak achter. Ik leed aan grootheidswaan en ging daar ook naar leven. Ik verdiende veel geld, kocht een groot huis. En ik fantaseerde over mijn druk bezochte uitvaart: vanuit het oude Luxor theater, via de Kuip over de Maas naar hotel New York voor de receptie. ‘We raken je kwijt’, waarschuwden mijn vrienden. Die bravoure van toen heb ik niet meer.”

Uw man zal er blij mee zijn.

„Stephan houdt mij met beide benen op de grond, ik zorg voor wat leven in zijn brouwerij. We doen weinig zonder elkaar. Hij heeft het al die jaren volgehouden met mij, omdat hij weet dat hij op de eerste plek komt. Twee keer per jaar vliegen we zonder de kinderen naar New York. Na afloop weten we weer waarom we voor elkaar gekozen hebben.”

Hoe komt het dat we uw serieuze kant zo weinig zien op tv?

„Ik toon hem op een subtiele manier. Niet met een talkshow waarin ik Antoine Bodar een half uur interview – die hebben wij al genoeg. Wel door in Pau!l een geldbedrag te geven aan iemand die een gehoorapparaat voor zijn vader wil kopen. Hoe meer onbekenden in de zaal elkaar zoenen, hoe meer geld ik weggeef. Zo laat ik óók zien wat naastenliefde is.”

Om dan aan staatssecretaris Bleker te vragen of hij een broer heeft die ‘Anus’ heet.

„Ja, dat was een grappig voorval. Maar die vraag kwam niet van mij hè. Hij was bedacht door de cabaretafdeling.”

Bleker was not amused.

„Hij begreep de grap niet. Frans Bauer had vijf minuten de slappe lach. Soms denk ik: ‘Oppassen.’ We hadden in een aflevering over traag zaad een grote vagina als decorstuk. Toen ik later terugkeek, besefte ik dat we te ver waren gegaan. Ik ben bijna vijftig, dan ga je niet meer door een kut lopen.”

    • Danielle Pinedo