Ik ben nog te jong om tevreden te zijn

Mirjam Sterk, de mach-tigste vrouw van het CDA in de Tweede Kamer, is toe aan een bestuurlijke functie. ‘Ik ben een competitief persoon.’

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Mirjam Sterk

Regelmatig kijkt ze vanuit de Tweede Kamerbankjes naar de publieke tribune. Dan ziet Mirjam Sterk zichzelf weer staan vlak voor ze in 2002 gekozen werd als Kamerlid voor het CDA. Haar vriendinnen hadden haar meegenomen om de sfeer te proeven. „Straks zit jíj daar”, wezen ze de zaal in. Sterk zag maar één ding: „Een zwart gat.” Ze had geen idee wat haar te wachten stond.

Tien jaar later kan niemand in Den Haag om haar heen. Mirjam Sterk, 38 jaar oud en moeder van drie jonge kinderen, is de machtigste vrouw van regeringspartij CDA in de Tweede Kamer. Ze is vicefractievoorzitter en zit vooraan in de bankjes. Als Sybrand van Haersma Buma ziek is, is Sterk zijn vervanger. Zij zorgt ervoor dat alles soepel loopt in de fractie – ze kiest de gevechten die gevochten moeten worden en beslist ze. Bij belangrijke stemmingen polst ze haar evenknie van de VVD.

Haar partij heeft geen makkelijk jaar achter de rug. Regeringsdeelname leidde niet tot meer steun van de kiezer; met tien zetels in sommige peilingen bereikten de christen-democraten een volgend dieptepunt. Voor de kiezer is het lang niet altijd duidelijk wat het CDA, ingeklemd tussen coalitiepartners VVD en PVV, wil.

Maar over de partij gaat dit verhaal niet; het gaat over de persoon Mirjam Sterk. Haar twijfels. Haar doelen. Haar imago. Haar werkwijze. Wie is zij?

„Ik ben resultaatgericht”, zegt Sterk over zichzelf. Processen interesseren haar maar weinig, benadrukt ze. „Dat had ik al bij mijn studentendispuut, ik was er bestuurslid. Urenlang werd er gediscussieerd over schrijvers, maar aan het eind was ík degene die vroeg: ‘Wat gaan we met deze inzichten doen?’ Mijn diepere drive is dingen ten goede te veranderen. Dat wil iedere politicus, maar ik had het geen tien jaar in de Kamer uitgehouden als ik niets had bereikt.”

Vraag Sterk naar haar grootste politieke overwinning, en ze komt met de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Mensen met schulden kunnen niet meer direct uit huis worden gezet, ze krijgen een adempauze. Sterk vertelt dat ze „een heftige discussie” met staatssecretaris Paul de Krom had. „Waarom geen moratorium inbouwen, vroeg ik, zodat schuldeisers zes maanden geen beslag mogen leggen op het inkomen van een schuldenaar. De Krom vond dat te duur. Ik heb het onderzoeksinstituut van de Kamer ingeschakeld om te bewijzen dat hij overdreef.” Ze kreeg gelijk.

Bekenden noemen u bescheiden en ambitieus. Een zeldzame combinatie.

„Ik doe dingen nooit half, ben perfectionistisch. Ik denk dat mensen mij daarom zien als ambitieus. Ik leg de lat hoog voor mezelf, ben zelf-kritisch: hoe kan het beter en heb ik het goed gedaan? Maar om dat bescheiden te noemen...”

U heeft eens gezegd dat u moeite hebt met de schijnwerpers. ‘Want als je een fout maakt val je erg diep.’

„Ik was toen net Kamerlid en had moeite met het krachtenveld waarin ik terechtkwam: de verhitte discussies over integratie, de massale media-aandacht. Ik werd nog voor mijn installatie uitgeroepen tot mooiste Kamerlid. Mensen noemden mij ‘het CDA-meisje’. Van Danny mag ik mezelf niet meer zo noemen.” Danny is Sterks echtgenoot. Ze kregen verkering op het eindfeest van het gymnasium. Sterk vertelde Danny dat ze al jaren verliefd op hem was. „Ik was bang dat ik hem nooit meer zou zien als ik er geen werk van maakte.”

Uw collega’s vonden u arrogant, afstandelijk.

„Dat was onzekerheid. Ik moest mij beschermen en vluchtte in mijn verbale kwaliteiten. Die stijl is mensen bijgebleven. Als ik mezelf nu op tv zie, denk ik: dat oogt een stuk rustiger. Die Mirjam heeft zich wel doorontwikkeld, zeg maar.”

Mensen die thuis op de bank naar u kijken zien vooral die ene kant. Vindt u dat lastig?

„Het belangrijkste is dat mensen in mijn omgeving wél weten dat ik gelaagder ben – hoop ik. En wat die mensen thuis op de bank betreft... ik heb geleerd me daar niet te veel mee bezig te houden. Zij kennen mij niet. Ze zien alleen het beeld. Ik probeer te beoordelen of hun kritiek hout snijdt. Zo niet, dan laat ik het van mij afglijden.”

Heeft u nu minder moeite met de schijnwerpers?

„Ik vind het nog steeds lastig dat alles wat ik doe becommentarieerd wordt. Zo stuurde ik onlangs een tweet over Mauro naar een collega: ‘Als media niet zoveel ruchtbaarheid had gegeven was wrs meer mogelijk geweest.’ Dat had ik blijkbaar zo verstuurd dat iedereen het berichtje kon lezen. Het werd een kwestie op zichzelf, niemand had aandacht voor de inhoud ervan.” Sterk baalde van haar misser. Maar stiekem lijkt zij ook te genieten van alle ophef. „Ik vind het prettig dat mijn woorden discussie oproepen. Het bewijst dat ik een gevoelige snaar raak.”

Predikantendochter Sterk voelde zich altijd al bekeken. Ze groeide op in Ingen, het Gelderse dorp aan de rand van de Bible Belt. Haar vader was een van de notabelen en dat betekende in de jaren zeventig nog iets. Maar die positie had ook nadelen: als zij een faux pas maakte, werd dat thuis meteen gerapporteerd. „Wij moesten aan een hogere moraal voldoen, dat heb ik altijd moeilijk gevonden.”

Vader Sterk nam het pastorale werk serieus – en de dood was al vroeg onderwerp van gesprek thuis. Het gezin kwam bijvoorbeeld eerder terug van vakantie als een kerkganger plotseling overleed; íemand moest de uitvaart begeleiden. En met de kerstmaaltijd schoof er eens een vrouw aan die op het laatste moment behoed moest worden voor zelfmoord.

Als kleuter kon Sterk pas de klas in als haar katholieke klasgenoten al zaten; de spanningen tussen de geloofsgemeenschappen waren goed voelbaar. „Ik werd al jong geconfronteerd met de rafelranden van het bestaan. Dan ga je nadenken over de zin van het leven. Waarom laat God vliegtuigen verongelukken? Met dat soort vragen was ik als tienjarige bezig.”

‘Voor mijn opstandige lieveling’, schreef vader Sterk in het poëziealbum van zijn oudste dochter. De twee duelleerden vaak over geloofskwesties, maar dat weerhield Sterk er niet van theologie te gaan studeren. „Ik vond het werk van mijn vader mooi. Hij kon treffend samenvatten waarom het belangrijk was: ‘Als de dokter en de psychiater het niet meer weten, dan is er altijd nog de predikant die een stukje met de mensen oploopt.’”

Sterk liep stage als gevangenispredikant bij een tbs-instelling en was docent godsdienst en ethiek bij een protestants-christelijke school. Ze flirtte met de kansel, maar voelde zich daar niet op haar plek. „Ik heb een aantal keren gepreekt. Op een gegeven moment dacht ik: dit is het niet voor mij. Ik vond het moeilijk dat ik niet wist of mijn preek beantwoordde aan de vragen die in de gemeente leefden.” Uiteindelijk vond ze een nieuwe kansel, aan het Binnenhof, zo zegt ze zelf. „ Ik moet iets doen voor de samenleving, en in de Kamer kan dat. Zowel vanaf de kansel als in de Kamer geldt: er wordt iets van me verwacht.”

In 2000 ging u voor een CDA-wethouder in Rotterdam werken. Pim Fortuyn was daar toen aan een opmars bezig. Wat bleef u het meest bij?

„Ik kan mij nog goed herinneren dat ik met een andere wethouder, Leonard Geluk, door de Millinxbuurt liep. Waar ik ook keek, zag ik dichtgetimmerde ramen, vuil en rondzwervende kinderen. Leonard droeg een T-shirt met een foto van iemand die op Fortuyn leek. Dat wekte de interesse van marktkoopmannen. Ik merkte hoe veel Fortuyn losmaakte.”

Verbaasde dat u?

„Nee, want...” Sterk zoekt naar woorden. „Fortuyn-stemmers hadden oprechte zorgen en angsten. Ik begreep dan ook niet waarom Fortuyn destijds als een anti-god werd beschouwd. Zijn aanhangers deden mij denken aan de mensen die vroeger bij mijn vader aan de deur kwamen. Aan hen kan en mag je niet voorbij lopen.”

Net als Fortuyn heeft u stevige standpunten over integratie en immigratie. Het leverde u een hard, rechts imago op.

„Met die standpunten wil ik het leven van nieuwkomers verbeteren. Je kunt ze toch niet aan hun lot overlaten – wat links jarenlang heeft gedaan.” Later zegt zij dat intimi ook een andere Mirjam kennen. „Ik ben hard op de inhoud, maar zacht op de persoon. Ik heb er óók voor gezorgd dat een zwangere asielzoeker in Nederland mocht blijven. Mede dankzij mijn bemoeienis kwamen er twee opvanghuizen voor slachtoffers van eerwraak.”

Het publiek ziet maar één ding: de onbuigzame politica.

„Ik geef toe dat het fijn is dat ik sinds kort ook de portefeuille sociale zaken heb. Zo kan ik ook die zachtere kant laten zien.” Sterk denkt en analyseert veel, vindt zijzelf. „Dat is een kwaliteit, maar je loopt wel het risico dat je te veel in je hoofd blijft hangen.”

In uw vrije tijd loopt u hard. Ter compensatie?

„Ja. Ik ren twee keer tien kilometer per week. Zo maak ik contact met mijn lijf. Ik moet wel oppassen dat ik er geen wedstrijd van maak met mezelf.”

Dat is dan waarschijnlijk het enige waar u géén wedstrijd van maakt.

„Ja. Ik ben een competitief persoon, dat weet ik van mezelf.”

Zou u de politiek net zo leuk vinden als u niet door media en publiek gevolgd werd?

„Ik zou niet eerlijk zijn als ik die vraag met ‘ja’ beantwoord. En ik ben altijd eerlijk, dus mijn antwoord is: ‘nee’. Ik ben ijdel. Als je dat niet bent, heb je heel veel moeite met de spotlights. Maar dat geldt niet alleen voor politici. Predikanten verwachten ook dat iedereen naar hen luistert. Leraren ook, en journalisten.”

Maar de Tweede Kamer is misschien wel het grootste podium van het land.

Sterk buigt zich over de tafel. „Een bestuurlijke functie, binnen of buiten de politiek, daar zou ik mij ook goed bij voelen...” Vorige week kwam het ministerie van Binnenlandse Zaken vrij door het vertrek van Piet Hein Donner. Partijgenoot en oud-collega in de Tweede Kamer Liesbeth Spies kreeg de post. Sterk werd ook genoemd als kanshebber.

Was u teleurgesteld toen u die post niet kreeg?

„Ik wil vooral dit zeggen: het is voor mij niet aan de orde geweest. Velen zijn geroepen, maar weinig zijn uitverkoren, zei mijn vader altijd. Ik zal nooit weten of ik er dichtbij zat.”

Het is vast wel eens door uw hoofd geschoten.

„Vriendinnen lazen in de krant dat mijn naam genoemd werd voor het ministerschap. Ze vroegen: ‘Wat zou je doen als je gevraagd werd?’ Ik moest het antwoord schuldig blijven. Aan de ene kant is zo’n verzoek eervol, maar het is ook een belasting. We leven in een turbulente tijd en ik heb een belangrijke rol in de fractie. Daar komt bij dat ik een gezin met jonge kinderen heb. Ik wil graag tijd voor hen overhouden.”

Voor uw baan is vast een strakke planning vereist.

„Het is een kwestie van overzicht houden. Efficiënt omgaan met je tijd. Mijn geluk is dat Danny, die bij de politie werkt, een groot deel van de zorg op zich neemt.”

U zou zelfs een efficiëntiecoach hebben ingeschakeld.

„Ik heb één ochtend een mevrouw over de vloer gehad die keek hoe je met mij... euh.” Ze haalt haar schouders op. „Voor mij is het een spel: kijken hoe ik nóg meer tijd kan winnen. Door mijn bureau op te ruimen ruim ik mezelf van binnen ook op. Die coach was een cadeautje aan mezelf.”

Als het huidige kabinet valt en er nieuwe verkiezingen volgen, moet Sterk uit de Kamer. Dat schrijven de CDA-regels voor. Sterk merkt dat haar gedachten al steeds vaker uitgaan naar een leven na de politiek. „Mijn hart ligt absoluut bij het CDA, maar ik weet ook dat het politieke leven eindig is. Ik ben langzamerhand toe aan een meer bestuurlijke functie.” Sterk voelt wel wat voor het buitenland, met Danny en de kinderen. Een positie bij een maatschappelijke organisatie, of bij de media. Het bedrijfsleven spreekt haar niet aan.

Wanneer bent u eigenlijk tevreden?

„Ik ben nog veel te jong om tevreden te zijn.”

U heeft geen einddoel?

„Nou, nee.”

Behalve de wereld redden?

Ze lacht. „Behalve de wereld redden. Dat wel, ja.”