Hij wil me, wil me niet

Het moet maar eens over zijn met het bank-bashing, hoor je al weer een jaar of twee uit de sector. Ja, we zaten fout, maar kunnen we nu niet gewoon overgaan tot de orde van de dag?

De wens is begrijpelijk, maar waarom maakt de sector het dan toch steeds zo moeilijk om hem in te willigen? Gisteren bleek dat Europese banken nog steeds recorddividend uit willen keren, terwijl ze dat beter kunnen inhouden om het vermogen te versterken. In een week waarin de ECB bijna 500 miljard aan steunleningen verstrekte om de banken in staat te stellen overwinst te maken en daarmee het vermogen aan te zuiveren, is dat wrang. Eerst de aandeelhouder plezieren, maar dan wel met hulp van de autoriteiten je kapitaal versterken. Het was ook de week waarin bleek dat hypotheekverstrekking in Nederland uitermate lastig gaat, en dat banken hun klanten gaan manen hun bestaande hypotheek extra af te lossen.

Maar ook het kleine nieuws was schokkend. In het derde kwartaal van dit jaar stegen de lonen en salarissen van werknemers in de Nederlandse financiële sector met 3,8 procent, tegen 1,3 procent voor alle werknemers. Nu zijn deze cijfers nogal kwartaalgebonden, maar ze geven wel aan dat de financiële sector aan een inhaalslag bezig is. In 2009, het jaar na de kredietcrisis, stegen de lonen en salarissen daar met slechts 0,2 procent, tegen 2,5 procent voor heel Nederland. In 2010 werd dat al deels gecompenseerd met een stijging van 2,4 procent, tegen 1 procent voor heel Nederland. En nu is de grote sprong voorwaarts kennelijk aan de gang.

Aan de cao-lonen valt dat niet helemaal af te lezen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) haalt de cijfers uit een andere bron: de zogenoemde Arbeidsrekeningen, een onderdeel van de Nationale Rekeningen.

Daar is te vinden hoe goed het de financiële sector is vergaan in de voorbije decennia. Laten we ons concentreren op de banken, door het CBS apart uitgesplitst. In 1987, bijna een kwart eeuw geleden, bedroeg de totale beloning per arbeidsjaar van een gemiddelde medewerker in de banksector 29.500 euro. Dat was 18 procent meer dan het bedrag van 24.900 euro voor de gemiddelde werknemer. In 2010, het laatst bekende jaar, blijkt de beloning per arbeidsjaar voor de gemiddelde werknemer gestegen tot 50.900 euro. maar die van werknemers in de banksector is omhoog geschoten tot 87.900 euro. Het beloningsverschil bedraagt nu 73 procent.

Dat ligt niet alleen aan het loon. Het gaat bijvoorbeeld ook om de arbeidsvoorwaarden die voor rekening komen van de werkgever. En die zijn enorm gestegen. Van de totale beloning in Nederland maakten ze in 1987 22,6 procent uit, en zijn licht gedaald tot 21 procent. In de banksector zijn ze in die tijd juist fors gestegen, van 21 procent naar bijna 27 procent. De algemene bankencao laat zich ondanks de kredietcrisis nog steeds lezen als een klein Hof van Eden voor de werknemer.

Nu is het de werknemers in de bancaire sector natuurlijk gegund. En hoe lager in de organisatie je komt, hoe minder je de mensen daar verantwoordelijk kunt houden voor alles wat er gebeurd is.

Feit blijft dat de bankmedewerker het beste van twee werelden blijft genieten: arbeidsvoorwaarden die de hoge beloning van de marktsector combineren met het beste van die van de ambtenarij.

Verdienen op de markt, beschutting bij de staat. Eigenlijk net als de banken zelf.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel