Geld is vrijheid

Het Wereld Kerst Circus ging op donderdag in première in Carré. Op maandag werd producent Henk van der Meijden gebeld dat de Noord-Koreaanse trapeze act zo snel mogelijk naar het vaderland wilde om te rouwen om de overleden leider.

Première

„Het was het eerste wat ik dacht toen ik om zeven uur ’s ochtends hoorde dat Kim-Yong-Il was overleden. Zullen ze spelen? Ja, zo ben ik dan wel. Ik belde de leider van de Noord-Koreaanse trapezeact om hem te condoleren. Hij wist het nog niet. De schok en het verdriet waren groot. Enkele uren later belde hij terug. Of we tickets konden regelen voor de twaalf Noord-Koreaanse acrobaten. Ze moesten terug naar Pyongyang om te rouwen. Ik was er al bang voor. ’s Ochtends had ik al een andere volgorde bedacht. Die waren we aan het repeteren toen ik hoorde dat ze toch mochten blijven, bij hoge uitzondering.”

Noord-Korea

„Ik heb het land zien veranderen. Zo’n 25 jaar geleden, toen ik er voor het eerst kwam, droeg iedereen donkere pakken. Nu zie je kinderen met een Mickey Mouse-trui. Wat gebleven is, is de duisternis in de avond. Nergens lichtreclames. Alleen afbeeldingen van de leider. Het heeft iets rustigs.

„Ik ben bij het mausoleum geweest voor Kim Il-sung, de vader van de deze week overleden leider. Je komt er via lange rolpaden, zoals je die op Schiphol hebt. Lange, lange rijen mensen die oprecht verdrietig zijn. Na het mausoleum word je naar de crying room gedicteerd. Mijn assistente in Noord-Korea, een intelligente, tamelijk verwesterde vrouw, was in tranen. De leider van hun land is als een tweede vader voor ze. Zo gaat dat als je vanaf je vroegste jeugd hoort hoe fantastisch hij is. Thuis, in de klas, overal.

„Er zijn mensen die vinden dat je je niet moet inlaten met een land als Noord-Korea. Het domste wat je kunt doen is zo’n land op slot houden. Cultuur is een wegbereider voor meer openheid. Ik ben blij met elke Noord-Koreaan die hier komt. En andersom.”

Trapeze

„Zoals de Chinezen meesters zijn op de grond, zijn de Koreanen de specialisten in de lucht. Circusartiesten zijn er wat schaatsers voor ons zijn: volkshelden. Ze worden onthaald door duizenden mensen. Een artiest die een prijs wint, krijgt privileges van de overheid, zoals een mooi appartement.

„Noord-Korea heeft fantastische faciliteiten voor circusartiesten: prachtige hoge hallen waar uiterst professioneel getraind wordt. Ik heb gezien wat ze al kunnen als ze 14, 15 zijn.”

Gouden Lijst

„De theaterwereld is nu een bloedbad, door de bezuinigingen. De concurrentie is groot, iedereen moet harder op de trom slaan. Maar het Wereld Kerst Circus heeft geen last van de recessie. Mensen laten zich hun familietraditie niet ontzeggen. De plaatsen worden per zes, acht, tien verkocht. We merken wel dat de verkoop later op gang komt, mensen wachten af of er misschien korting komt. Dat doen we niet.

„Ik denk goed na over marketing voor al mijn voorstellingen. Dit jaar staat het Wereld Kerst Circus in het teken van de 100ste sterfdag van Oscar Carré. Ik denk niet dat mensen daarom komen, maar je zet er toch een gouden lijst mee om de voorstelling. Volgend jaar bestaat Carré 125 jaar – ik hoef het niet te verzinnen, het ís er. Hans Klok gaat optreden op West End, Londen. Hij is daar nog niet bekend. We zetten hem neer als: The Houdini-experience: starring Hans Klok. Want Houdini kennen ze wél. Zo ben ik bezig.”

Hoofdletters

„Ik las altijd Britse kranten, die al lang over beroemdheden schreven. De toenmalige hoofdredacteur van De Telegraaf, Stokvis, was ook Angelsaksisch georiënteerd. Hier waren de kranten nog kerkbodes, geschreven voor mannen. Maar de televisie kwam op, er waren presentatrices te zien. Kijkers zagen die soms vaker dan hun eigen moeder. Daar wilden ze best een mooi verhaal over lezen. Toen ben ik dat soort artikelen gaan schrijven.

„De namen van de mensen over wie het ging, schreef ik in hoofdletters in de tekst. Dat leek me wel handig, dan wist je meteen over wie het ging. In de beursberichten doen ze dat ook, met de namen van ondernemingen. Nu schrijft iedereen over artiesten. Ook de Volkskrant, ook NRC Handelsblad.”

Publiciteit

„Ik kan niet rekenen op een pagina gratis publiciteit in De Telegraaf voor mijn voorstellingen, zo werkt het niet. En dat moet ook niet. Toen ik nog de Privé-pagina deed, schreef ik zelf wel over voorstellingen die ik ook produceerde. Ik vond dat dat kon, omdat ik geen kritieken schreef. Voor mij waren het geen gescheiden werelden. Het een is voortgekomen uit het ander. Ik woonde voor de krant fantastische voorstellingen in het buitenland bij. Dan vroeg ik: waarom spelen jullie niet in Nederland? Dan zeiden zij: we worden niet gevraagd. Op zo’n moment zei ik: dan vraag ik jullie!”

Geld

„Al mijn geld zit in mijn bedrijf Stardust. Geld is vrijheid voor mij. De vrijheid om dingen te verwezenlijken die ik mooi vind. Ik zou best subsidie willen, maar dan gaat iedereen zich ermee bemoeien, en dat wil ik niet. Daar ben ik te veel ondernemer voor. Ik besteed mijn geld ook graag aan kunst. Ik verzamel Mucha, ontzaglijk decoratief, en Kees van Dongen. Ik kom graag op veilingen. Het is spannend, maar ik ontspan er. Ik hou van de sfeer, de geur en de geluiden. Ik kocht er Isaac Israëls voor drie- tot zesduizend duizend euro. Weet je wat ze daar nu voor vragen, schat? Tweehonderd tot driehonderdduizend euro!”

Slager

„Mijn vader was slager, maar het was niet zo dat dat ook van mij werd verwacht. Ik had een bijbaantje in de Sprookjestuin in Den Haag, een soort pretpark. Daar trad een balletgroep op. Ik vond het prachtig en bedacht dat ik over ballet wilde schrijven. Daarom heb ik balletles genomen. Ik wilde weten hoe het wás, om erover te kunnen schrijven. En de mooiste meisjes zaten op ballet. Na een jaar ben ik weer gestopt. Ik kon eigenlijk alleen goed hoogspringen.

„Op mijn veertiende ben ik vanuit Den Haag gelift naar de redactie van De Telegraaf in Amsterdam. ‘Ik wil jullie balletcriticus worden!’ Ze lachten me niet uit, maar zeiden: ‘Kom over een tijdje terug’. Op mijn vijftiende begon ik te schrijven voor het Haagsch Dagblad. Ik kreeg vijf cent per regel. Lachend: „Misschien dat ik mezelf daarom later zo veel herhaalde.”

„Ik hou van hard werken en van mensen die hard werken. Zoals mijn vader en circusartiesten. Ik ben 74 maar heb geen kwalen omdat ik hard werk en altijd ergens naar toe leef. Er is altijd een volgende voorstelling. In het laatste kwartaal van 1999 viel het in een joods ziekenhuis op dat het sterftecijfer scherp daalde. Die mensen leefden toe naar het millennium.”

    • Ringel Goslinga
    • Merel Thie