Een mens kan aan het leven sterven

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Mijn ‘geboortekerk’ staat in een dorp aan zee. Een herberg, met daarachter de kerktoren, vulden ons uitzicht vanuit de woonkamer. Echt kerks waren we thuis niet. Wel ben ik gedoopt en opgevoed met zondagsschool en kerstnachtdienst. Ze hoorden bij het dorpsleven; ik had het niet willen missen.

Het Kerstfeest is als een boom zo volgeladen met symboliek dat ieder mens er z’n versierselen in kwijt kan. Terug naar de bron. Bepak een ezel en reis naar de plek waar Het Leven begon.

Tientallen jaren geleden zal het zijn dat ik m’n laatste Kerstnacht in de dorpskerk beleefde. Jaarlijks denk ik eraan terug. Deze week ging ik terug, om de dominee te ontmoeten die er in de kerstnachtdienst voorgaat. Dit zijn enkele van haar gedachten over leven en dood:

„Voor mij omvatten de begrippen leven en dood veel meer dan alleen de fysieke beleving van zijn en niet-zijn. Gedurende z’n aardse bestaan kan een mens ook verschillende malen aan het leven sterven. Echtscheiding, overlijden van een dierbare, een kind dat een andere weg kiest dan je zelf volgt, verlies van een baan, ziekte – ieder leven kent z’n perioden die het gevoel geven: dit draag ik niet, verdraag ik niet, nu is een essentieel onderdeel van mezelf gestorven.

„Levend kun je dood zijn in zo’n fase van tegenslag, rouw, verbittering. Tegelijk kunnen doden volop levend zijn, doordat ze blijvende herinnering oproepen bij nabestaanden, door hun gedachtengoed dat betekenis houdt en wordt doorgegeven.

„De dood is onlosmakelijk met het leven verbonden. Wie wegloopt voor de dood ontkent het leven. Naar mijn overtuiging kunnen mensen pas met de dood omgaan wanneer ze echt geleefd hebben. Daarmee bedoel ik niet: wild en heftig geleefd hebben, maar oprecht geleefd, intens, met zowel de pieken als de dalen die erbij horen, waaruit een balans is ontstaan. Rust, sjalom.

„Verzoend zijn met het leven en de dood – dat is voor mij de kern. Ieder mens kan dit evenwicht op z’n eigen manier bereiken. Voor mij speelt God hierin een essentiële rol. Ik was al 38 jaar toen ik theologie ging studeren, nadat ik al geruime tijd als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg en de wijkverpleging had gewerkt. Vaak wordt gezegd: een theologiestudent gaat gelovig door de voordeur van de universiteit naar binnen en komt ongelovig door de achterdeur weer naar buiten. Voor mij geldt dat niet. Voor mij heeft de studie de weg geopend naar een nieuw leven. Ik ben opnieuw geboren.

„Ik was opgegroeid met een straffende God. Dat is geen verwijt aan mijn ouders. Zo was dat in die tijd. Maar gelukkig heb ik dat zware Godsbeeld kunnen afleggen. Ik leef nu met een liefhebbende God, voor wie ieder mens er mag zijn en niemand tevergeefs geboren is. Ik ervaar zijn nabijheid onder alle omstandigheden.

„Ik ben nu in een fase gekomen waarin ik kan zeggen: ik heb de diepte van het leven leren kennen, waardoor ik in staat ben te sterven. Het zou me niet verlammen wanneer ik morgen het bericht kreeg dat ik nog maar kort te leven had. Natuurlijk kan ik niet voorspellen hoe ik reageer wanneer dit in werkelijkheid zou gebeuren. Maar op dit moment zeg ik: ik kan het leven loslaten, ik vrees de dood niet. Ik leef in volledig Godsvertrouwen. In de Griekse grondtekst van de Bijbel staat één woord, pistos, dat in onze taal met twee woorden is vertaald: geloven en vertrouwen. Deze woorden zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden.

„Als pastor spreek ik wekelijks met mensen die aan het einde van hun leven zijn gekomen. Ik treed hen luisterend tegemoet. Ik kom niet om een boodschap te brengen, ik laat het gesprek stromen, de verhalen en de vragen komen dan vanzelf. In zo’n fase hebben mensen vaak haarscherpe inzichten over hun levensloop: wat geluk heeft gebracht, hoe ze tegenslag hebben overwonnen.

„Echt een patroon, thema’s die voortdurend terugkeren, zie ik niet in deze gesprekken. Ik kan ook niet zeggen dat het voor gelovigen makkelijker is om te sterven dan voor mensen die een lossere band met God ervaren. Wel zou je kunnen zeggen: mensen sterven zoals ze geleefd hebben. Wie verbitterd is over het leven, strijdt eerder tegen de dood dan wie in harmonie heeft geleefd met zichzelf en z’n naasten. Wie zich geraakt heeft gevoeld door de schoonheid van het leven kan het makkelijker loslaten. Geraakt zijn – daarover gaat mijn preek op Kerstavond.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord