Een bekertje karnemelk stelen van de baas

Titel: Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen. 52 bespiegelingen over ethiek op het werk.Auteur: Muel KapteinUitgever: Business ContactISBN: 978 90 470 0447 9, 240 blz, 22,50 euro

In veel bedrijfsrestaurants ontbreken tegenwoordig caissières. Werknemers worden dus geacht om zelf hun lunch af te rekenen. Brood, karnemelk en salade op het dienblad, producten aanslaan op een beeldscherm, chippen en klaar. De maatregel moet geld besparen (geen caissières), maar kóst steeds vaker geld. Want wat blijkt: er wordt gesjoemeld bij het leven. Roomboter wordt aangeslagen als (goedkopere) halvarine, filet americain wordt ‘vergeten’, de verse jus ‘over het hoofd gezien’, etcetera.

Voor Muel Kaptein, hoogleraar Bedrijfskunde aan de Erasmus universiteit en partner en organisatieadviseur bij adviesbureau KPMG, is het een prachtvoorbeeld van onethisch gedrag. In zijn boek Waarom goede mensen soms de verkeerde dingen doen laat hij zien waarom zelfs de meest brave werknemers soms hiertoe overgaan. In het geval van de kantinediefstal heeft het bijvoorbeeld te maken met de factor tijd: aanvankelijk betaalt iedereen keurig de rekening, maar na verloop van tijd komt de klad erin. Waarom? Omdat het kan. De boefjes komen ermee weg: controle ontbreekt meestal. Vergeleken met de omvangrijke boekhoudschandalen die Kaptein ook noemt, valt het stelen van een bekertje karnemelk of een stapel printpapier mee. Maar de kleine bedrijfsdiefstallen tellen samen aardig op.

Aan de hand van tientallen smakelijke voorbeelden uit de praktijk en onderbouwd door vele psychologische experimenten, legt Kaptein uit waar dit gedrag vandaan komt. Is de mens van nature goed of slecht? Hoe egoïstisch of altruïstisch zijn we eigenlijk? Het levert een interessant en vermakelijk boek op, dat goed is voor een trits wist-u-datjes – en die doen het altijd goed op feestjes. Sommige passages vervelen echter: het overbekende psychologische experiment waarbij proefpersonen stroomstoten moesten uitdelen aan niet-bestaande slachtoffers, is te vaak beschreven om nog verbazing op te roepen. Andere observaties zijn echter beeldend en raak.

Kaptein onderscheidt een aantal factoren die onethisch gedrag op de werkvloer stimuleren of juist onderdrukken. Helderheid over wat gewenst en ongewenst gedrag is, bijvoorbeeld. En voorbeeldgedrag van het management. Want als de bazen zich netjes gedragen, doen hun medewerkers dat ook.

Ook transparantie speelt een rol: als mensen zicht hebben op wat hun collega’s doen of laten, houden ze meer rekening met elkaar, betoogt Kaptein. Werknemers moeten elkaar daarom scherp houden en wijzen op ongewenst gedrag, bepleit hij. De auteur introduceert hiervoor een nieuwe term: tjellen, een afgeleide van het Engelse to challenge; elkaar aan de tand voelen, uitdagen en bevragen. Dat moet binnen elke organisatie gebeuren, vindt Kaptein. ‘Door te tjellen creëren organisaties zelfreinigend en zelfregulerend vermogen. Dit kan al bij de koffiehoek.’

Misschien dat er voortaan bij al die caissièreloze kantines getjeld kan worden. Dat scheelt vast weer wat gestolen kroketjes.

Patricia Veldhuis