De man achter het plastic boterkuipje van Bona

Alles hangt af van tijd en toeval. Paul Schoemaker, bedenker van het margarinekuipje en in Deventer bekend als ‘mister IJsbaan’, herkende zich in dat ene zinnetje uit het Oude Testament. Het hing ingelijst op zijn werkkamer. De ondernemer/fabrikant vond dat hij in zijn leven veel geluk had gehad, vertelt zijn oudste dochter, Mirjam Lange-Schoemaker.

Zo overleefde hij, in tegenstelling tot enkele verzetsmaatjes, de Tweede Wereldoorlog, waarin hij als verzetsman spioneerde op Duits grondgebied en microfilms smokkelde voor de geallieerden. En het bedrijf dat hij na de oorlog met zijn schoonvader Huub Vaessen opzette, groeide uit tot een florerende, internationale onderneming in verpakkingsmateriaal en toevoegingen voor levensmiddelen, vlees en vis.

Begin jaren 60 van de vorige eeuw ontwikkelde Schoemaker het plastic boterkuipje voor Bona. Hij vroeg zijn vrouw Betty of de huisvrouw twee cent meer zou willen betalen voor een plastic verpakking in plaats van een papieren wikkel. Nee, zij dacht van niet; daar was de Hollandse huisvrouw veel te zuinig voor. Maar haar echtgenoot, eigenwijs als hij was, zette door en nam het kuipje in productie. De productielijn is later verkocht aan Shell.

Schoemaker bedacht ook minder geslaagde toepassingen van het in die tijd nieuwe plastic en polypropyleen. Surfplanken en tuinstoelen bijvoorbeeld. Maar die sloegen niet aan.

Paul Schoemaker groeide op in een groot, katholiek fabrikantengezin en was zelf vader van vijf kinderen. Hij gold als innovatief, sociaal bewogen, charmant en onstuitbaar optimistisch. „Hij durfde risico’s te nemen”, vertelt zijn zoon Paul Schoemaker. „Dat het fout kon gaan, daar was hij niet bang voor. Dan begin ik toch weer van voren af aan.” Paul Schoemaker junior is voorzitter van de raad van commissarissen. Vaessen-Schoemaker in Deventer is nog steeds een familiebedrijf.

Schoemaker vergaarde een fortuin. Maar geld verdienen was niet zijn drijfveer, volgens dochter Mirjam Lange, directeur van de holding. Hij gaf het net zo graag weer uit, aan een diner of aan dure auto’s: bij voorkeur een Jaguar of Daimler. Of hij besteedde het aan maatschappelijke instellingen die hij de moeite waard vond.

Zo investeerde hij in de aanleg van een kunstijsbaan aan de Rembrandtkade in Deventer. Het werd in 1962 de tweede 400 meter kunstijsbaan in Nederland. Hij vond dat er meer vertier moest zijn voor de jeugd. Een ijsbaan bood dat, in zijn ogen. Ard Schenk werd er in 1966 voor het eerst Europees kampioen en ook Kees Verkerk vierde er triomfen.

In oktober was Schoemaker nog bij de heropening van ijsbaan De Scheg. Het applaus dat hij oogstte als erevoorzitter en oprichter deed hem goed. Op 4 december stierf ‘mister IJsbaan’ op 89-jarige leeftijd onverwacht. Hij kreeg longontsteking tijdens een ziekenhuisopname.

Annette Toonen