Dampende os in kerststal: niet zielig

De levende kerststal verdwijnt langzaam uit het straatbeeld. Mensen vinden het zielig voor de dieren. „Maar schapen hóren buiten.”

Nederland, Leeuwarden / Ljouwert, 23-12-2011 NRC Handelsblad Dieren in levende kerstal op het Lombardplein in Leeuwarden. De beeste zijn van Bert's Animal Verhuur. Foto: Laurens Aaij

In een herbouwde kerkschuur op het platteland van het Brabantse dorp Gilze staat de heilige familie in levensgrote poppen, geflankeerd door een ezel (Joep) en twee schapen (Moortje en Floortje). Uit onzichtbare luidsprekers klinken kerstliedjes. In een plank zijn enkele woorden gekerfd: in de herberg is nog plaats.

„O nee, het is niet dat we diep gelovig zijn”, zegt Geert de Vet, een van de bouwers van de stal. „We vinden het gewoon gezellig om samen te doen.” Het pastorale tafereel staat op een kilometer afstand van het centrum van het dorp, veilig voor eventueel agressieve hangjongeren. „Want de mensen kunnen tegenwoordig nergens meer met hun handen afblijven.”

De levende kerststal heeft het moeilijk. Waar enkele decennia geleden naast zowat elke kerk een os en een ezel stonden te dampen in de kou, moet je zulke stallen nu met een lantaarn zoeken. Ze staan in weilanden of op dorpspleinen. Of ze staan in zorginstellingen of tijdens kerstmarkten in winkelstraten. En ze kunnen bijna steevast rekenen op kritiek van dierenbeschermers.

„Er moet meer rekening worden gehouden met het welzijn van de dieren”, zegt Saskia Oskam van de Partij voor de Dieren in de provincie Utrecht. Zij stuurde onlangs een brief aan alle Utrechtse gemeenten met het „vriendelijke doch dringende verzoek” om geen levende dieren in kerststallen te gebruiken. Niet alleen omdat er sprake is van „een provisorisch en zeer beperkt onderkomen” als gevolg waarvan de dieren hun „natuurlijk gedrag” niet kunnen vertonen. Maar ook omdat ze worden blootgesteld aan „muziek, veel mensen, drukte en lawaai. Dit is een grote stressfactor voor de dieren”.

Ook het „gesleep met dieren” van en naar evenementen stuit de partij tegen de borst. De Partij voor de Dieren wil een verbod op de verhuur van dieren.

Bovendien lopen de dieren gevaar. In voorgaande jaren werd brand gesticht in Brabantse kerststallen, en in het Friese Lemmer werden vuurwerk en stenen gegooid. De gemeente Den Haag besloot eerder dit jaar niet langer een levende kerststal in de hal van het stadhuis te huisvesten, na protesten van de Partij voor de Dieren. De druppel die de emmer deed overlopen, was dat vorig jaar een koe (de os) op de spekgladde vloer buiten het stadhuis was uitgegleden en daar enige tijd was blijven liggen.

Verhuurder Harry Bergmans: „Over de uitgegleden koe werd vorig jaar geroepen dat die wel meteen naar de slager zou gaan. In werkelijkheid staat ze hier in de wei. Ze is 27 jaar oud en heeft een heel goed leven. We zijn gestopt met het verhuren van dieren. De vraag is teruggelopen. Er kwam altijd veel commentaar op, meestal van mensen die niet weten waar ze over spreken.”

De protesten nemen soms overdreven vormen aan. In het Friese dorp Langweer haalde onlangs hobbyboer Klaas Bijl zijn schapen weg uit een kerststal in het dorp, nadat er was geklaagd dat het zo zielig was dat de schapen de hele dag buiten stonden. „Toen was de lol er voor mijn man af”, vertelt mevrouw Bijl.

De klacht is typerend voor nieuwkomers in het dorp. „Het zijn geen echte Langweerders. Mensen komen hier voor hun rust wonen en gaan vervolgens klagen over dingen waar ze geen verstand van hebben. Schapen hóren buiten te lopen, ze bevallen er.”

De werkelijkheid is dat de dieren nauwelijks lijden onder de optredens in kerststallen. Dat zeggen althans dierenverhuurders als Bert Roelofs, eigenaar van Bert’s Animal Verhuur uit Appeltern bij Tiel. „Wij gaan heel zorgvuldig om met de dieren. Ze hebben een goed leven. Ik ben wel eens jaloers. De dieren worden elke dag goed verzorgd, terwijl ik maar moet zien of het aan het einde van de maand allemaal klopt. Ach, je hebt altijd mensen die mekkeren. Ik zeg altijd: als je er moeite mee hebt, dan loop je maar een eindje om.”

In het Brabantse Gilze hebben ze nooit kritiek gehad op de kerststal. Geert de Vet: „En als mensen het zielig vinden, laat ze dan bij mij komen. Dan zal ik ze vertellen dat ik veertig jaar beroepschauffeur ben geweest en 87 keer de wereld ben rondgereden, en dat ik geen tijd had om me zorgen te maken over zielige dieren. Geef die mensen een hark en laat ze de fietspaden in de bossen schoonvegen, dan houden ze er wel over op.”

En angst voor hangjongeren? Daar hebben ze enkele kilometers verderop in Ulvenhout iets op gevonden. Ook in dit dorp staat een levende kerststal. Vrijwilliger Jos Verschuren: „Normaal gesproken staan in deze stal hangjongeren. Het is hun vaste hangplek. Nu kunnen ze daar een tijdje niet staan. Daar zijn ze niet boos over, hoor. We hebben ze gevraagd: letten jullie op dat er niets gebeurt? Zo pak je dat aan.”