Broodrijder uit Siberische kweekvijver

Opgroeiend in een uithoek van Rusland was de kans op een mooie carrière klein voor schaatser Ivan Skobrev. Zijn ouders verhuisden om economische redenen naar Amerika; hijzelf vindt het geluk – en het geld – in het nieuwe Rusland.

Ivan Skobrev of Russia celebrates after winning the Men's 10000m race of the European Speedskating Championships on January 9, 2011 at Ritten ice rink in Collalbo. Ivan Skobrev of Russia won the race ahead of Koen Verweij. AFP PHOTO / GIUSEPPE CACACE AFP

E en bulderende lach rolt door het vertrek. De lichtblauwe ogen van Ivan Skobrev stralen als hij vertelt hoe zijn oom, Vladimir Shastin, hem het laatste zetje gaf in zijn carrière. De gefortuneerde scheepsmagnaat uit Wladiwostok – een groot schaatsfan – vroeg Skobrev bij de Winterspelen van Turijn (2006) naar zijn verwachtingen voor de tien kilometer. „Ik antwoordde: weet ik niet, top tien of zo. Toen zei hij: ‘ik geef je mijn horloge van 20.000 dollar als je top zes rijdt.’ En dus reed ik top zes!”

Ivan Alexandrovitsj Skobrev (28) maakt van zijn drijfveren geen geheim. Natuurlijk wil de flamboyante Rus graag de beste schaatser ter wereld zijn. En een beroemdheid in Rusland. Zie zijn visitekaartje, van metaal en goudkleurig, met alle prijzen die hij behaalde. Maar een financiële prikkel wil weleens helpen, schatert hij in de lobby van hotel Tjaarda in Oranjewoud. Wat hij nog meer wilde, na een zilveren Audi Q5 voor zijn twee olympische medailles in Vanvouver? „Een Q6.”

Nee, voor een beter leven hoeft hij niet naar de VS. Hij verdient veel meer dan de Amerikanen met wie hij eerder trainde. Sommigen moesten bijklussen als bordenwasser. Skobrev woont een deel van het jaar in New York, zijn schaatswoonplaats blijft Moskou. „Ik ben prof. In Rusland kan ik veel meer verdienen.”

Het toont aan hoe Ivan Skobrev opgroeide langs de scheidslijn van het oude en het nieuwe Rusland. De ironie wil dat zijn ouders zich in 1997 gedwongen zagen hun leven in Siberië in te ruilen voor een toekomst in Amerika. Eerst in Seattle, nu in Connecticut, waar vader Skobrev een aannemersbedrijf heeft. Ivan bleef achter in Rusland. „Het was een zware tijd toen zij in 1997 vertrokken. Niemand had geld.”

Het kan verkeren. Nadat Skobrev in Vancouver met zilver (tien kilometer) en brons (vijf) een Russische held werd, stapte hij vorige winter in het gat dat Sven Kramer achterliet. Dankbaar greep hij de vacante allroundtitels, eerst het EK in Collalbo, een maand later het WK in Calgary. Rusland kreeg nog meer aandacht voor hem. „Dat was leuk. Meer prijzen, meer geld, meer contracten.”

Een groter verschil in toekomstperspectief was nauwelijks denkbaar bij de geboorte van de oude en nieuwe allroundkampioen. Kramer, als junior al begeleid door topcoaches, werd geboren op loopafstand van Thialf, afgeschermd van weer en wind. Skobrev groeide op in het barre oosten van Rusland, in de stad Chabarovsk aan de Chinese grens, op 8.500 spoorkilometers van Moskou.

Zijn vader zat in de bouw, zijn moeder importeerde speelgoed uit China. Beiden waren wel schaatsers geweest, net als de vader en moeder van Kramer. „Mijn moeder was goed. Ze zat in het nationale team van de Sovjet-Unie. Mijn vader reed niet slecht. Ik speelde met hun medailles toen ik klein was, keek naar de schaatsfoto’s. Toen ik ging schaatsen brak ik eerst de persoonlijke records van mijn moeder, daarna die van mijn vader.” En dan, met een grijns: „Maar ik had wel klapschaatsen.”

Toch droomde hij als kind niet van schaatsen. „Ik deed op school aan atletiek, voetbal en ik ging overal skiën. Ik was altijd eerste in mijn stad. Schaatsen was geen hoofdsport voor mij. Als jochie begon ik met kunstschaatsen. Daarna ging ik zwemmen, ik deed aan volleybal. Ik hielp mijn school aan veel titels.”

De blonde jongeling bleek over veel schaatstalent te beschikken. Maar in Siberië leverde dat een vracht aan logistieke bezwaren op, anders dan in Hamar of Heerenveen. „Schaatsen in Chabarovsk was vreselijk. Veel te koud. In de winter kan het zo 30 graden onder nul worden.”

Maar Skobrev had het tij mee: in de Chinese miljoenenstad Harbin, op nog geen 700 kilometer afstand van Chabarovsk, was een kunstijsbaan geopend, die precies in die tijd werd overdekt. De Russische jeugd was er meer dan welkom. „Toen ik elf was ging ik al schaatsen in Harbin. Een uurtje vliegen. Dan zaten we twee of drie maanden in China. Hun skiërs wilden bij ons in Chabarovsk trainen, omdat wij eerder sneeuw hebben. Harbin was mijn thuisbaan. Ik vond het leuk in China. Er waren altijd veel Chinezen in Chabarovsk, zo dicht bij de grens.”

Veel contact met Moskou, het centrum van het Russische schaatsen, had Skobrev niet. Hij trof wel een goede coach, oud-topschaatser Vitali Vazhnin, ook uit Chabarovsk. Maar pas op vijftienjarige leeftijd reisde Skobrev voor het eerst naar de hoofdstad, voor het nationale juniorenkampioenschap. Hij won. „Ik kende nauwelijks Russische schaatsers. De eerste keer dat ik echt schaatsen zag op tv, was het WK allround in Hamar, in 1999. Vadim Sajoetin werd tweede, maar ik had nog nooit van hem gehoord! Ik was verbaasd dat we zulke goeie schaatsers hadden. Sajoetin trainde met Bart Veldkamp, in een commerciële ploeg. Geweldig. Ik weet nog dat ik later bij Sajoetin thuis kwam, ik was helemaal onder de indruk van zijn huis. Naar Russische maatstaven was hij heel rijk. Hij werd mijn eerste grote voorbeeld.”

Zijn ouders en broer waren toen al geëmigreerd, op de vlucht voor de malaise in de jaren na de ontmanteling van de Sovjet-Unie. „Voor mijn gevoel hadden we het goed, we hadden een mooi appartement in het centrum van Chabarovsk. Ik had niet door dat het voor mijn ouders wel heel moeilijk was.”

Hij besloot in Rusland achter te blijven. Na zijn juniorentitel kon hij als vijftienjarige naar een opleidingsschool in Petersburg. „Ik had eten, school, kleren, schaatsen. Wat heb je nog meer nodig? Maar ik heb mijn familie toen drie jaar niet gezien.”

Bij de WK junioren in 2002 eindigde Skobrev als tweede achter Beorn Nijenhuis, daarna trainde hij in de VS. „Daar heb ik veel geleerd over het leven als schaatsprof.” Verder dan de mondiale subtop kwam hij niet, ook niet toen hij na ‘Turijn 2006’ in Rusland zijn jeugdheld Sajoetin als coach kreeg. „Ik had genoeg geld, was al honderd keer allroundkampioen van Rusland. Mijn leven was prima, ik had alles op de rit.”

Tot zijn rijke oom in 2009 boos werd. Skobrev moest meer uit zijn carrière halen. „Hij zei: ‘Als je de band met mij goed wilt houden, ga je eerst maar eens wat veranderen’. Dus ik moest wat doen.” Skobrev zag drie opties: trainen met TVM, de Noren van Peter Mueller of de Italianen van Maurizio Marchetto, met Enrico Fabris. „Mijn oom vond dat ik niet bang moest zijn voor de Russische bond. ‘Je moet naar Italië’, zei hij.”

In het olympische jaar gaven de Italianen hem een zet naar de top. „De eerste zes jaar waren achteraf vakantie, vergeleken met Marchetto. Fabris is een dier, tijdens de krachttrainingen. Ik leerde hoe je tegen jezelf moet vechten. We gingen in de bergen fietsen. In Rusland versloeg ik altijd iedereen. Nu deed Enrico het in een uur en 7 minuten, ik had 1 uur 50 nodig. Ik kon niet meer lopen daarna. Maar ik wist dat ik dit nodig had.”

Na de beloning in Vancouver en de EK en WK allround zijn de verwachtingen hoog voor de Spelen van Sotsji in 2014. Toen de Russen begin dit seizoen zwak presteerden, stond coach Konstantin Poltavets al onder druk. En Skobrev verloor op de vijf kilometer op zijn thuisbaan van Kramer. „What the fuck happens”, riep oom Vladimir en hij prees coach Marchetto, nu ook in Russische dienst. „Mijn oom mag hem en gelooft in zijn programma. Dat begon toen ik bij Marchetto trainde. Ik skypete en zei dat ik te moe was om te praten. ‘Daar hou ik van’, riep hij.”

Volgens Skobrev is het te vroeg voor veranderingen. „Ik wacht op de WK allround in Moskou. Daarna ga ik nadenken over Sotsji, met wie ik wil werken de komende jaren.”

Dan rinkelt zijn mobiele tefoon. „It’s my uncle”, grijnst Skobrev, voordat hij begint aan een lang gesprek. „Mijn oom zal er zeker bij zijn straks in Moskou”, zegt hij vervolgens. Een dikke overwinningspremie is verzekerd.

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof