Benoeming in de Hoge Raad tegenhouden mag

De PVV heeft een benoeming bij de Hoge Raad tegengehouden. Volgens het commentaar van 20 december werd zo „een grens overschreden: politieke inbreuk op de onafhankelijkheid van de rechter” en daarmee ‘schending van de scheiding der machten”. Ik ben het ermee eens dat de PVV onbehoorlijk politiek handelen kan worden verweten. Maar van een inbreuk op de onafhankelijkheid van de rechter is geen sprake. Deze onafhankelijkheid komt bijvoorbeeld tot uiting in het feit dat rechters voor het leven (tot de pensioengerechtigde leeftijd van 70 jaar) worden benoemd. Dit staat niet in de weg dat andere constitutionele organen zich inhoudelijk met een voordracht voor de Hoge Raad bezighouden, hoe smakeloos dit ook moge zijn. Zou dit anders zijn, dan zou de angel worden gehaald uit de grondwettelijke bepaling die er in voorziet dat parlement en regering verantwoordelijk zijn voor de benoeming van leden van deze instelling. Bovendien: machtenscheiding veronderstelt machtsevenwicht. En omdat de rechterlijke onafhankelijkheid wel meebrengt dat rechters eenmaal in hun ambt met rust gelaten dienen te worden, is de benoemingsprocedure voor politici de gelegenheid bij uitstek om sturing aan te brengen.

Het is goed om te beseffen dat het constitutioneel allerminst vanzelfsprekend is dat een rechterlijk orgaan zelf lijstjes met namen kan aanleveren die vervolgens als hamerstuk worden afgetimmerd. Hoewel ik niet hoop dat de boodschap van de PVV door gaat klinken in de rechtspraak van onze hoogste burgerlijke rechter, kan men het deze partij niet kwalijk nemen dat ze invloed wil uitoefenen op de samenstelling hiervan. Als er al een schuldige is in deze kwestie, dan is het, zoals het commentaar ook aangeeft, de rest van de Kamer, die deze obstructie over haar kant liet gaan.

Jan Willem van Rossem

Promovendus Staatsrecht RUG

    • Jan Willem van Rossem
    • Promovendus Staatsrecht Rug